Dit jaar organiseert Japan de World Expo. De kans om deze expo der expo’s te bezoeken wilden we dan ook niet aan ons voorbij laten gaan. De editie van dit jaar vindt plaats van april tot oktober op het eiland Yumeshima (droomeiland) in de baai van Osaka. Het thema dit jaar is: Designing Future Society for Our Lives" en er zijn zo’n 188 (!) paviljoens te bezichtigen. We besloten twee dagen te gaan om het tempo aangenaam te houden. Bovendien wisten we niet precies wat we konden verwachten. Twee jaar geleden moesten we bij de Universal Studios (Nintendo World) ook een dagje warmdraaien voordat we lekker konden manoeuvreren in het park. Nou, The World Expo was een klasse apart kan ik je zeggen. Het enige waar ik tegenop zag was het lange wachten in de zomerhitte voordat je een paviljoen kon bezichtigen. Daar hebben de organisatoren rekening mee gehouden, hou je vast: er is een twee-maanden-van-te-voren-loterij zodat je één reservering voor een paviljoen per dagticket kan winnen. Vervolgens is er een week voor aanvang nog zo’n loterij. Bij elke loterij kun je 5 tijdsloten naar keuze opgeven. Drie dagen voordat je de expo bezoekt krijg je de mogelijkheid om openstaande tijdsloten de reserveren (zo ja, dan mag je er ééntje claimen). En als je op de dag zelf op het expo-terrein bent mag je nog één zo’n tijdslot claimen…bij sommige kan dit de hele dag door, andere tijdsloten worden op vaste momenten op de dag vrij gegeven. Dan is het ook nog zo dat niet alle paviljoens te reserveren zijn; bij een groot aantal moet je gewoon in de rij staan…volgt u het nog?
De officiële website is net zo’n overzichtelijk feest. Elk gezinslid heeft een eigen QR-code waar ook de paviljoenreserveringen aan gekoppeld zijn. Je kunt aan die tickets niet goed zien wanneer en waarvoor je gereserveerd hebt. Daar komt ook nog bij dat je moet inloggen met je gebruikersnaam en wachtwoord maar daaropvolgend ook een mail krijgt met een cijfercode die je ook meteen moet invullen. Om de zoveel tijd word je weer van de website geknikkerd en moet je het inlogproces opnieuw doorlopen. Je begrijpt wel, heel erg zen begon ik die dag niet.
Maar goed, dat gezegd hebbende. Bij de eerste loterij wonnen we reserveringen voor het Panasonic paviljoen en dat van Japan een dag later. Later op de eerste dag lukte het ook nog een ticket te fixen voor The Blue Ocean Dome.
’s Ochtends bij aankomst op het Yumeshima station werden we strak (met honderden anderen) naar het 9-uurs vak begeleid. Eigenlijk was dat het zwaarste deel van de dag: met een grote menigte wachten op het stroperige asfalt voor de Expo-poorten bij een ochtendtemperatuur van 34 graden. Bewapend met koelringen om onze nek, parasols, een pocketventilator, koeldoekjes en flesjes water. Binnen een uur stonden we gelukkig al op het terrein. Het eerste wat opvalt is het enorme ringvormige houten bouwerk wat de Expo bijeen houdt. Deze ring is zo’n 12 tot 20 meter hoog (er zijn verschillende niveau’s), heeft een diameter van 675 meter en een omtrek van maar liefst 2 kilometer. Eén van de grootste houten bouwwerken ter wereld…en het leuke was, je kon er overheen lopen. Dat was dan ook het eerste wat we gingen doen. Bovenop de ring stond er een lekker briesje, had je een prachtig uitzicht over het Expo-terrein maar ook over de De Baai van Osaka. Omdat er ook veel begroeing was geplant had je ook een beetje het gevoel door een sky-garden te wandelen.
Voordat we ons eerste paviljoen gingen bezoeken moesten we maar eens gaan lunchen. Tot onze grote vreugde was er op het terrein een restaurant van onze favoriete sushi-keten Sushiro (die van de ottermacotte met een plakje zalm op zijn buik), dat was een no-brainer. Vanwege de World Expo had het restaurant een soort festival-make-over gekregen. Net toen we wilden vertrekken werd er via de speakers aangekondigd dat het zee-egelspel ging beginnen en dat degene die de meeste zee-egels ving een mooie prijs zou winnen. Een luid gejuich, stampende muziek…en alle widescreen-bestel-schermen veranderden van sushi bestelmenu’s naar oceaanlandschapjes gevuld met honderden zee-egels. Deze enorme omslag werd Elin even wat te veel waardoor ze van de leg raakte. (zie foto’s).
We zijn snel doorgelopen naar het Panasonic paviljoen en konden daar ook vrijwel meteen naar binnen. Panasonic Group Pavilion “The Land of NOMO” is meer een kruising tussen een technische showcase en een interactieve attractie, maar wel een hele leuke. Voordat je naar binnen mag krijgen we een korte animé te zien met als thema: ontdek je verborgen potentieel..jaja. Eenmaal binnen mag iedereen een kristal uit zoeken en daarmee op onderzoek uit gaan. Door middel van het (gerecyclede plastic) kristal kun je door wind, licht en geluid technologieën van alles in werking brengen.
Eenmaal weer buiten kwamen we al wat meer in de festivalstemming, want met een festival is de Expo best goed mee te vergelijken: blokkenschema’s maken, eettentjes aflopen, streetart bewonderen, optredens hier en daar, eigenzinnig uitgedoste mensen, etc. etc. En kregen we het ook nog voor elkaar om een aantal paviljoens te bekijken.
Nadat we bij het Gundampaviljoen onze grote robotvriend nog even gedag hebben gezegd (bij bijna al onze japanreizen komen we ‘m wel een keer tegen, of doen we daar in ieder geval moeite voor) stapten we de The Blue Ocean Dome binnen. Het thema was: het nieuw leven inblazen van de oceanen. In de eerste koepel was een reusachtig soort knikkerbaan opgesteld. Deze baan had een waterafstotende coating en er rolden geen knikkers overheen maar waterdruppels. Het was een hypnotiserend schouwspel omdat op een bepaald punt de druppels samenklonterden alsof het vloeibaar metaal was. Als het plateau te zwaar werd klapte het met een scharnier om zodat alles door ‘rolde’ naar het volgende niveau. We stonden met z’n vieren het langst te kijken en werden door suppoosten vriendelijk verzocht door te lopen want de voorstelling in de volgende dome ging bijna beginnen.
De zaal leek een beetje op een amfitheater, en net als de zaal was het reusachtige videoscherm ook rond. Tijdens de voorstelling ben je getuige van het ontstaan van leven, dynamische scholen vissen, het ecosysteem van koraalriffen, allerlei diepzeedieren maar ook het plastic afval dat de oceanen binnendringt. De film was erg indrukwekkend, maar het was tegelijkertijd ook huivingingwekkend om zo geconfronteerd te worden met de vervuiling van het (zee)milieu.
Na de voorstelling zijn we met zeebenen naar de foodplaza gewandeld om wat te eten en hebben daarna nog een tijdje over het Expoterrein gestruind.
Dag twee
Na één dag proef gedraaid te hebben wilden we vandaag wat eerder vertrekken om zo iets meer vooraan in de 9 uur wachtrij te belanden. Als we dan nog wat eerder op het terrein aankwamen zouden we meteen ergens in een wachtrij kunnen aansluiten. Helaas stond Elin niet in de ‘opschiet-stand’ en gooide ze haar kont tegen de krib zodat we drie kwartier later vertrokken dan dat de planning was. Ondanks de vertraging belanden we wel eerder dan de dag ervoor op het terrein.
Ook deze dag hebben we een hoop leuks gezien maar het paviljoen wat met kop en schouders boven de anderen uitstak was die van Japan (ja, duh). Voor veel landen is de Expo een visitekaartje, of om te laten zien hoe goed de betrekkingen zijn met het gastland. Australië had bijvoorbeeld een complete ruimte vol gehangen met videoschermen waar een erg indrukwekkende (3d animatie)video over zeeleven en koraal te zien was. Ook was in hetzelfde paviljoen een heel tropisch bos nagebouwd. In de boomstammen waren videoschermen geïmplementeerd met daarop tropische vogels en koala’s…visueel allemaal indrukwekkend maar inhoudelijk wel wat mager.
Dan het Japan paviljoen, dat bestond uit drie delen: het plantengedeelte, het landbouwgedeelte en het fabrieksgedeelte. De ontwikkelaars van het paviljoen willen bezoekers inspireren om duurzame keuzes te maken voor een duurzame samenleving, dat klinkt een beetje suf maar alles werd op zo’n heldere en stijlvolle manier gepresenteerd dat je eigenlijk niks wilde missen.
Zo was er een biogasinstallatie in het paviljoen gebouwd. Micro-organismen breken het afval van het Expo-terrein af en zetten het om in biogas. Bezoekers kunnen dit proces met eigen ogen zien via een installatie op het terrein en zo een ‘levend paviljoen’ ervaren dat energie uit zijn eigen installatie haalt. In het hele paviljoen stonden ook trendy krukjes geplaatst waar je even lekker op kon zit als de rest van je posse nog even op zich liet wachten. Verderop in de tentoonstellingsruimte ontdekten we dat deze krukjes ge-3d-print waren van plastic afval..dat zag je er zeker niet aan af.
In het plantengedeelte was te zien hoe je op grotere schaal algen kan inzetten als alternatieven voor voedsel, zuurstof en brandstof. In een deel van de presentatie werden alle verschillende soorten algen in een onwijs Hello Kitty jasje gegoten.
Toen we later die middag het hele terrein hadden afgestruind, ijsjes hadden gegeten in de meest luxe kakigoriteria van de expo, de giftshop hadden geplunderd en er geen mogelijkheid meer was om bij een Paviljoen van wens binnen te komen zijn we nog één keer uit gaan waaien op de houten ringconstructie.







2 opmerkingen:
Toch wat anders als een compleet verzorgde busreis naar Ierland🤣
Het is maar wat je ervan maakt hè? 😉😘
Een reactie posten