zondag 3 september 2017

Hoe-zee!


Sinds we in Japan zijn is het kwik slechts twee keer onder de dertig graden geweest. Nu we ook ons nog eens op een eiland met prachtige stranden bevinden en uitkijken op een staalblauwe zee  besluiten we eens een duik te wagen. Tijdens onze fietsritjes was ons al snel een piekfijn strandje opgevallen dat op loopafstand van ons appartement lag. Zo kwam het dat we op Naoshima dag 3 om half tien met onze voeten in de Japanse Binnenzee stonden. Het water was heerlijk maar de zeebodem ging na een metertje of twee flink de diepte in..... dat was dus uitkijken met Jip. Verder lag er in het water ook best veel rommel in de vorm van roestig metaal. In combinatie met het zee- wier en gras maakte het een waar mijnenveld. Misschien hadden we ons niet met het verstand op nul de hypnotiserende blauwe diepte in moeten laten trekken maar eerst maar eens uit moeten kijken naar een strand dat juist voor recreatie bedoeld was.

Enfin, geen man overboord…plannen genoeg, hoog tijd om naar de haven te vertrekken want om half twaalf zouden Martina - een collega van Ruth - en haar vriendin Masha aan op Naoshima aankomen. Ze zijn deze zomer ook aan het rondreizen in Japan en er is een grote overlap met onze reis….een ontmoeting in het land van de rijzende zon zat er dus dik in. De grap is dat we praktisch buren van elkaar zijn op het eiland, het huisje wat Masha en Martina hebben gehuurd ligt vijftig meter van ons appartement, zonder dat we het van elkaar wisten. We besloten eerst de bagage naar hun appartement brengen en nog een paar fietsen op te pikken zodat we samen konden gaan lunchen. Een lunchplek vinden viel nog niet mee want vanwege Obon was praktisch alles gesloten. Na wat omzwervingen (lees: via vier gesloten cafeetjes) kwamen we aan bij een restaurant dat So ons had aangeraden: dat was gelukkig wel open. Na een fijne lunch en nadat we weer wat op temperatuur waren gekomen (het was weer eens graad of 35) besloten we naar het Benesse House Museum te gaan. Dit was het enige museum wat open was deze dag, maar ook juist net dat ene museum dat we nog graag wilden zien gedurende ons korte verblijf op Naoshima. Bij aankomst werden we verwelkomd door die andere reuzenpompoen. Aan de kust staan twee van deze gestippelde pompoenen: een grote rode bij de haven en een kleinere gele bij het Benesse House Museum.


Tot onze grote vreugde lag de pier waar de gele pompoen op stond aan een prachtig recreatief strandje….zonder rommel. Na een een minuutje of twintig heerlijk onze voeten te hebben gekoeld stapten we op onze fietsjes om het het hoger gelegen Benesse House Museum te betreden. In het museum waren onder andere werken te zien van Richard Long, Kounellis, Pollock en Warholl. Het was een leuke afwisselende collectie maar ook hier was het gebouw zelf eigenlijk de grootste attractie. Wat een beetje raar aanvoelde was het feit dat een aantal installaties exclusief te bezichtigen waren voor gasten van het Benesse House: het aangelegen hotel dat deel uitmaakt van het Benesse House Museum. Zo voelde het alsof we tweede klas kaartjes hadden voor het museum, maar ja, een  tweepersoonskamer kost per overnachting zo’n €300,- en dan verwacht je ook wel wat extras natuurlijk. ;) Al met al maakte het allemaal niet zoveel uit want de magistrale zonsondergang waarop we getrakteerd werden op het dak van het museum maakte het bezoek alleen al dubbel en dwars waard.


Nadat we uitgekeken waren besloten we nog even het strand aan te doen aan de voet van het museum. Jip had van Masha en Martina een katapult gekregen en stond de hele dag al te springen om tot actie over te gaan. Het museum leek ons niet de meest gelukkige plek voor Jips eerste katapult-schietles maar op het strand kon hij lekker schelpjes de zee inschieten. Nadat het strand aanzienlijk schelpjes-armer was en het zeeniveau een paar centimeter hoger zijn we naar onze appartementen gefietst om in de buurt wat te gaan eten. We schoven aan bij een restaurantje waar ze fantastische okonomiyaki serveerden. Toen de keuken zo’n beetje ging sluiten en de muggen ook hun buikjes rond hadden gezogen zijn we allen maar eens op huis aangegaan.



De volgende dag hebben we gezellig samen ontbeten om vervolgens ieder ons eigen weegs te gaan. Masha en Martina gingen richting Nara, wij gingen voor onze tweede ronde Osaka. Nadat we ons hadden uitgecheckt bij So wilde hij onze koffers wel een paar uur later bij de haven afleveren zodat wij nog even van het eiland konden genieten, oftewel……een duik in de zee konden nemen. Nadat we onze smeltende fietsenaccu’s in de schaduw hadden veiliggesteld haasten we ons naar het gele pompoenen-strandje.


In het begin vond Jip de golfslag nog wat te intimiderend maar nadat hij zijn vader een paar keer uit zee gered had en weer op de kant getrokken was het ijs snel gebroken. Nadat ik Jip ook een keer of 25 had mogen ’Baywatchen’ was het tijd om ons richting de haven te begeven. In ‘no time’ hadden we onze fietsen ingeleverd en had So ons onze bagage overhandigd.
Toen de ferry de haven uit voer viel me op dat er boven ons op het plafond een piepklein vlindertje zat: geel met zwarte stipjes. Een mooier afscheid konden we ons niet wensen.



zondag 27 augustus 2017

Eilandje pakken?


Ook voor onze volgende shinkansenrit naar Okayama was het ons niet gelukt tickets te reserveren vanwege Obon. Daarom besloten we ruim op tijd vanaf K’s House te vertrekken zodat we een mooi plaatsje in de non-reserved rij konden vinden. Hiervoor moet je gewoon netjes in de rij gaan staan, wie het eerst komt wie het eerst maalt. En omdat het wachten in een rij in Japan altijd netjes en geordend verloopt is de kans uitermate groot dat je zonder stress een plaatsje kunt bemachtigen als je maar eenmaal op tijd komt.
Met onze planning zat het wel snor want we konden als tweede aansluiten in de rij, in ’no-time’ werd de rij langer en langer. Vervolgens werd de Shinkansen voorgereden en - zoals gewoonlijk - door een schoonmaakteam onder handen genomen. Ondertussen was er ook een Westers gezin (papa, mama en dochter gaijin) naast de mensen komen staan die voor ons stonden, alleen stapten ze niet in de wachtrij maar bleven naast de deur van de trein staan. Ondanks dat ze alledrie wat norsig keken besloot Ruth ze te vragen of zo ook op deze Sakura trein wilden stappen en of ze wisten dat links de non-reserved-wachtrij was…..dat leek ‘r wel netjes en hulpvaardig. De enige respons die Ruth kreeg waren wat vage knikjes, vervolgens draaiden ze zich weg….na’ ja…dan niet. Kort daarna gingen de deuren open en mocht iedereen instappen….en ja hoor….de norskoppen gingen voor de hoofdprijs. De mensen voor ons hadden ook al in de gaten wat er ging gebeuren en zorgden ervoor dat het gezin niet voor hen in kon stappen en betraden als eerste de trein. Wij lieten ons ook de kaas niet van het brood eten, bovendien voelde ik me met mijn rugzak met apparatuur, jumbokoffer van 45 kg (we reizen met één volle gezinskoffer) en tas met waterbevoorrading net één van Hannibals olifanten die de Alpen-wachtrij probeerde te trotseren. Met succes overigens: we betraden als tweede het rijstel, helaas wurmde het gaijin gezin zich wel als derde naar binnen. Eenmaal binnen schudde ik me deze grote ergernis al snel van me af, we hadden tenslotte zitplekken in de shinkansen en vooral……we waren op weg naar Naoshima.

 Naoshima is een stad die bestaat uit het hoofdeiland Naoshima en de daar omringende eilanden. Vroeger leefde men er van de geelvinmakrelenvangst en het oogsten van zeewier. Begin jaren negentig besloot men een museum op het hoofdeiland te plaatsen: het Benesse House Museum, aangrenzend aan dit museum werd ook een hotel gebouwd. In de loop der jaren werd de bevolking steeds meer bij allerlei kunstprojecten betrokken. Vandaag de dag zijn er zo’n 21 musea op de eilandengroep te vinden en tref je ook veel kunstwerken in het wild aan. Verder stikt het van de leuke restaurantjes en cafeetjes…..veelal omgebouwde- woonkamers en knusse winkeltjes.
In Okayama zijn we op een boemeltje gestapt dat ons bij de haven van Uno heeft afgezet, daar hebben we vervolgens de veer naar Naoshima gepakt. Bij aankomst werden we als eerste verwelkomd door een reusachtige rode gestippelde pompoen, deze is ontworpen door Yayoi Kusama en is zo’n beetje de ‘mascotte’ van het eiland. Als tweede stond So - de gastheer van ons nieuwe ‘kleine huisje’- ons op te wachten. So is kunstenaar, heeft vier katten en woont in een oud Japans huis, klassieke stijl. Hij bood ons aan onze bagage alvast naar onze kamer te brengen zodat wij meteen het eiland konden verkennen….dat is nog eens service. Na de lunch zijn we meteen op zoek gegaan naar een paar topfietsies om het eiland eens flink om te ploegen. Dat viel nog niet mee aangezien er geen enkele verhuurder meer was die nog een kinderzitje beschikbaar had. Na de derde doorverwijzing kwamen we uit bij Little Plum - fijn cafeetje annex fietsverhuur, daar konden we vanaf de volgende dag twee e-bikes plus kinderzitje huren….dat hebben we natuurlijk meteen gedaan. Vervolgens hebben we de bus gepakt naar het Chichu Art Museum.


Het mooie van de musea op Naoshima - en speciaal het Chichu Art Museum - is, dat ze zo gebouwd zijn dat ze het landschap niet of nauwelijks verstoren. De letterlijke vertaling van Chichu Art Museum is dan ook ‘kunstmuseum in de aarde’. En tjongejonge wat een gebouw is dat, het is een kunstwerk an sich. Het bouwwerk is helemaal van steen en beton, en er zitten zoveel rare hoeken en doorkijkjes in het gebouw dat het een feest is om er doorheen te mogen wandelen. Maar het allermooiste is nog wel dat alle kunstwerken in het museum door natuurlicht zijn uitgelicht. Zo is er een zaal waar vier doeken van Monet hangen waarbij je nauwelijks kunt geloven dat de schilderijen via geulen in het plafond verlicht worden door moedertje natuur. En het leuke is dat de schilderijen er ’s ochtends dus anders uitzien dan bijvoorbeeld om vier uur in de middag.
Moe maar voldaan hebben we aan het eind van de dag de bus naar onze nieuwe ‘condo’ gepakt. Naast ons nieuwe ‘kleine huisje’ bevond zich een ramen-restaurantje, daar hebben we ons tussen de dronken stamgasten gemengd en hebben we wat gegeten. Vervolgens hebben we ons als betonblokken op onze frisse nieuwe futons gestort…..game over.

De volgende ochtend werd ik al vroeg gewekt door een opgewekte Jip. Naast een gewone toilet is er ook een urinoir in ons appartement en Jip had voor het eerst staand geplast. Met deze nieuwe skillset kon hij niet wachten om weer opnieuw te gaan plassen. Dat kwam ons goed uit want de eerste helft van de vakantie wilde hij meestal pas gaan plassen als zijn blaas op knappen stond. :)
Terwijl we de eerste dag onze to-do-list aan het updaten waren kwamen we er achter dat het museum waarvoor we eigenlijk naar Naoshima kwamen één eiland verderop lag, namelijk op Teshima. Na wat pas- en meetwerk besloten we de tweede dag toch af te reizen naar het Teshima Art Museum. Plannen was nodig want de boot en de bus gingen maar een paar keer die dag en we moesten natuurlijk héén maar ook weer terug. Na gebruncht te hebben bij Little Plum konden we daar ook meteen onze fietsen meenemen, en fietsten we naar de haven. Een uurtje of twee later kwamen we aan bij het het Teshima Art Museum.


Het museum is eigenlijk één heel groot kunstobject, het heeft de vorm van een enorme schelp die is ingegraven in het landschap maar de vorm wordt ook wel vergeleken met die van een druppel die net neerkomt op het aardoppervlak. Het object is van beton en heeft de afmetingen van 40 bij 60 bij 4,5 meter en bevat geen dragende delen. Na het kopen van een ticket wandel je eerst via een smal kronkelpaadje om de ‘Matrix’ - zoals het object heet - heen, vervolgens kom je bij de ingang. Nadat je je schoenen hebt uitgedaan stap je de ‘schelp’ binnen. Eenmaal binnen zie je pas hoe enorm groot het object is; door de vloer sijpelt op verschillende plekken onregelmatig een klein stroompje water naar binnen en door de twee gaten in het ‘plafond’ komt een zacht briesje naar binnen. De grap is dat ik helemaal niks van yoga, mediteren, mindfulness en de hele rambam moet hebben. Niet omdat ik het onzin vind maar omdat ik in mijn hoofd altijd wel ergens mee bezig ben: ideetjes voor lopende opdrachten, het uitdenken van toekomstige eigen projecten, en ga zo maar door. Kortom de machine staat nooit stil, maar hier……………..oorverdovende stilte.


Van de ene kant leek het bouwwerk helemaal één te zijn met de natuur van de andere kant leek het ook een vervreemdend buitenaards object. Na een minuutje of twintig zijn we weer naar buiten gestapt, Jip had zich voorbeeldig gedragen maar was nu echt toe aan een potje rennen, springen, vliegen. Ruth en ik waren het er wel over eens: we hadden hier wel uren willen blijven en dit was zonder twijfel nu al het hoogtepunt van onze vakantie.


Zonder problemen geraakten we weer op Naoshima, na enig zoeken belanden we ’s avonds bij Cafe Seven Islands, een inspirerend en knus eettentje. Terwijl we buiten tussen de antieke maskers en kimono’s zaten en gerechten bereid met verse shiso uit de tuin aten, werden we opgevroten door de muggen. Toen Jip zijn laatste schaafijsje van de dag at besloten wij dat het de volgende dag de hoogste tijd was voor een duik in de zee….

donderdag 24 augustus 2017

Kraanvogels, fietsjes, DIY okonomiyaki en weer die herten


Vrijdag 11 augustus zijn we aan het einde van de middag naar Hiroshima vertrokken. Vanwege Obon waren de kaartjes voor gereserveerde zitplaatsen in de shinkansen al dagen van tevoren uitverkocht, dus we moesten zorgen dat we op tijd in de rij zouden staan voor de wagons met de vrije zitplaatsen. Dat viel nog niet mee want heel Japan was op reis die dag, althans zo leek het. Uiteindelijk hebben we, gewapend met bentoboxen voor een smakelijk diner in de trein, plaatsen weten te bemachtigen in een Kodama shinkansen. Dat was niet de snelste die er was, maar dan konden we tenminste zitten. De rit duurde helaas nog langer dan gepland, want voor het eerst maakten we mee dat de shinkansen vertraging had! In de trein werd op het LED display in het Japans iets gemeld over zware regen op het traject tussen Tokyo en Hiroshima en dat bleek later inderdaad de reden van de vertragingen te zijn. Uiteindelijk waren we dus pas om 21 uur in Hiroshima, maar gelukkig maakte dat uiteindelijk weinig uit omdat Jip zich onderweg uitstekend vermaakte met zijn Robocar Poli autootje en het grote Vos en Haas doe-boek! :)

In Hiroshima zouden we 3 nachten verblijven in de kleine en sympathieke Japanse hostel-keten K’s House (afgekort ‘Kees'), waar we al ervaring mee hadden opgedaan tijdens eerdere reizen (Ito en Hakone). Na onze misser in Osaka was dit een hele opluchting; onze kamer was meer dan ruim genoeg voor 3 futons plus bagage en de sfeer was uitermate relaxed. Er was een woonkamer vol met boeken, spelletjes en origami papier om kraanvogels mee te kunnen vouwen. De origami kraanvogel is zo’n beetje symbool geworden voor Hiroshima, die kwamen we overal tegen! Daarover later meer.


De eerste dag hebben we e-bikes gehuurd om ondanks de hitte heerlijk relaxed de stad te kunnen verkennen. Stop 1 was het kasteel van Hiroshima omdat we dachten dat Jip dat ook wel leuk zou vinden. Dit kasteel is niet meer de originele versie want die heeft de oorlog uiteraard niet overleefd. Overigens zijn er nog maar weinig kastelen in originele staat; verreweg de meesten zijn replica’s door branden die in het verleden veelvuldig voorkwamen. Niet dat het heel veel uitmaakt want ze blijven erg imposant. Deze was als een soort museum ingericht, vol met samurai uitrustingen, foto’s van de opbouw van het kasteel na de tweede wereldoorlog en een paar maquettes. Ook was het mogelijk een samuraipak aan te trekken voor de foto en te voelen hoe zwaar een echt zwaard eigenlijk is. Uiteraard kon je helemaal bovenin genieten van het uitzicht over de stad!

Daarna was het tijd voor lunch, die we vonden in de vorm van zarusoba met tempura in een restaurantgai (restaurant verdieping in een warenhuis). We kregen er een kommetje geraspte witte bergaardappel bij. Deze worden bij het raspen nogal schuimig/slijmerig van structuur: een soort aardappelcappuccino dus. Is lekkerder dan het klinkt, hoewel het even wennen is als je het niet kent. ;)

Terug op de fiets bleken we slechts 5 minuten verwijderd van het Atomic Bomb Dome. Toen Jip vroeg waarom al die mensen het gebouw wilden fotograferen heeft ‘pijn hem uitgelegd dat vroeger een bom op de stad is gevallen en dat dit gebouw gek genoeg grotendeels is blijven staan, waardoor het nu een monument geworden is. We hebben de fietsen daarna geparkeerd in het het Peace Memorial Park en zijn op zoek gegaan naar ijs, want de warmte was overweldigend. Gelukkig zat er naast de brug naar het park een prachtig tentje met schepijs, waar ‘pijn een Salty Milk ijsje besteld heeft, voor mij een Hiroshima Lemon en voor Jip een mango ijsje. Jip heeft van ons allebei een hap geproefd en kwam tot de conclusie dat zijn eigen ijs toch echt het lekkerste was. Toen ‘pijn zijn ijsje als eerste op had vroeg Jip waarom hij zo snel at. ‘Ik vond ‘m gewoon heel lekker', zei ‘pijn. ‘Oh. Maar ik zit gewoon lekker te genieten van mijn ijsje’, zei Jip. :)


Verfrist liepen we terug het park in, naar het Children’s Peace Monument. Dit monument is in de eerste plaats opgericht voor een meisje genaamd Sasaki Sadako, die na het bombardement stralingsziekte kreeg.
In de hoop beter te kunnen worden heeft ze geprobeerd om duizend kraanvogels te vouwen (in het Japans: senbazuru) maar helaas is ze overleden voordat ze bij de duizend was. Nog altijd worden er over de hele wereld kraanvogels voor haar gevouwen en rondom het monument tentoongesteld. Het monument zelf is een standbeeld van een meisje dat zich uitstrekt naar een kraanvogel, met eronder een bel die je kan luiden, waarvoor mensen zelfs in de rij staan.

Het hele park is enorm indrukwekkend en stemt behoorlijk weemoedig. En dan te bedenken dat we niet eens het Peace Memorial Museum bezocht hebben… het leek ons niet verstandig om dit samen met Jip te doen.

Voor het avondeten hadden we reserveerd bij Akotonbo, een okonomiyaki restaurantje waar je een workshop Hiroshima-style okonomiyaki kan krijgen! Kortom, we gingen ons eigen avondeten maken. Correctie: Jip was onderweg op de fiets in slaap gevallen en was zo dizzy dat het ons geen goed idee leek hem mee te laten doen vanwege de gloeiend hete teppan, maar Jip wilde absoluut niet in zijn eentje aan de bar toekijken en stiekem hoefde ‘pijn ook niet zo nodig zijn eigen pannekoek te bakken. :)
We werden ongelooflijk hartelijk ontvangen door de chef en zijn familie en na bovenstaande vastgesteld te hebben werd ik direct aan het werk gezet.


Hiroshima Okonomiyaki is opgebouwd uit een aantal lagen.
Je begint met een dun laagje beslag waar je een mooi rondje van bakt. Daarop komt vispoeder, fijngesneden kool, taugé en twee plakjes varkensvlees, zout en peper. Die stapel laat je nog even bakken en vervolgens draai je de hele zwik om, zodanig dat hij niet uit elkaar valt! De kool moet dan flink gaan inslinken zodat het weer een platte vorm krijgt in plaats van een berg. Daarna bak je de noedels met okonomiyakisaus. De pannenkoek gaat vervolgens over de noedels. En verder weet ik het niet meer. :) Iets met een ei, nog een keer omdraaien en bosuitjes en saus plus mayonaise erop.


Boven de teppan is het natuurlijk bloedheet dus toen de boel klaar was had ik niet veel honger meer, maar 'pijn en Jip gelukkig des te meer! Als klap op de vuurpijl werd Jip daarna getrakteerd op een regenboogschaafijsje, 'pijn kreeg een tenengui (beter bekend als bandana) en ik een waaier. Stom genoeg waren we ons stroopwafelcadeautje vergeten, maar dat hebben we goed gemaakt door het de volgende avond alsnog langs te brengen (terwijl 'pijn Jip naar bed bracht ben ik op de fiets even heen en weer geflitst). Dat vonden ze fantastisch, vooral omdat we het tijdens het etentje hadden over waar Nederland nou bekend om staat qua eten. Stroopwafels was even het enige dat we konden bedenken! :)


De volgende dag was het tijd om de fameuze Ōtorii van de Itsukushima shrine in Miyajima te bezoeken. Deze is gigantisch groot (vandaar de toevoeging 大, spreek uit 'Oo' = groot) en staat bovendien in zee, wat natuurlijk mooie beelden oplevert. Om daar te komen moet je met een JR Ferry naar het eiland Miyajima. Daar bleek veel meer te doen dan we dachten... zo gaat het wel vaker met ons, dan denk je aan één dag genoeg te hebben, maar we hadden er wel 3 dagen kunnen blijven. Tot ergernis van Jip waren er wel weer van die opdringerige herten, maar in tegenstelling tot het beleid in Nara mocht je ze hier niet voeren. De vraag is of mensen zich hieraan houden... we zagen eentje die een ijsbekertje te pakken had gekregen zonder dat de eigenaar moeite deed te verhinderen dat het dier zich aan plastic tegoed deed. Later waren we getuige van een hert die de meegebrachte snacks uit een geparkeerde kinderwagen trok en er een zooitje van maakte.


Toen we aankwamen op Miyajima was het vloed en dat was precies onze bedoeling. Een schaafijsje hielp ons door de hitte heen zodat we in staat waren de shrine goed te bewonderen. Niet alleen de torii maar ook de complete shrine bleek zich op het water te bevinden!
Na de lunch zijn we door het Momijidani (esdoorn vallei) park gewandeld naar de kabelbaan zodat we vanaf Mount Misen van het uitzicht konden genieten. Uiteraard zijn we vanwege tijdgebrek niet naar de top gewandeld... we hadden precies genoeg tijd voor een ijsje bij het uitzicht om daarna het laatste karretje naar beneden mee te pikken.


Terug bij de shrine bleek het eb geworden te zijn. We hadden gelezen dat dat de minst gunstige omstandigheden zijn voor het fotograferen van de torii, maar niets bleek minder waar omdat de zon ook nog eens onderging en spectaculaire wolkenluchten de dag compleet maakten. Toch nog maar even naar de torii toe lopen dan maar... omdat het kan! Magisch mooie dag.

vrijdag 18 augustus 2017

Ons kleine huisje


Dit jaar maken we twee keer een tussenstop in Osaka: voordat we doorreizen naar Hiroshima en als laatste stop voor Tokyo. We zijn elf jaar geleden al eens eerder in Osaka geweest maar het leek ons wel goed om onze reis voor Jip wat beter in balans te krijgen. Al die tempels, festivals, musea en wandelingen zijn natuurlijk leuk maar er moet natuurlijk ook gespeeld worden.
Met een ‘rapid’ hebben we hertenkamp Nara verlaten en kwamen we in de avond aan op station Osaka Namba: eerst inchecken bij het hotel en daarna maar eens iets eten.
Jip noemt alle plekken waar we deze vakantie verblijven ‘ons kleine huisje’, nou deze keer was het ook echt een klein huisje. De hotelmedewerker trok nog even snel het rolgordijntje naar beneden voordat we de kamer binnenkwamen. Eerlijk is eerlijk, het maakte de kamer er wel beter op, onze kamer keek namelijk uit op de onderkant van een viaduct, een soort betonnen zonnescherm.
Het oppervlak van de hotelkamer was precies groot genoeg voor twee futons, net kamperen eigenlijk.

Om de dag feestelijk af te sluiten besloten we in een themacafé wat te gaan eten: vaak staat hierin één cartoon character centraal en zijn er de meest krankzinnige menu’s te krijgen. De afgelopen jaren hebben we al eens in een nijntje-café (Miffy-chan) en een Pompompurin-diner gegeten. Om leuk in te spelen op fipronil-schandaal besloten we aan te schuiven in het Gudetama-café. Gudetama is een figuurtje uit de Sanrio-stal (jeweetwel van Hello Kitty), het is een extreem lui en depressief spiegeleitje. Jip vond het café fantastisch, maar ja…..kijk die gerechten dan ook eens…

(klik op de foto's voor een groter formaat)
De nacht in het hotel was een minder groot succes. De muren van onze crib waren extreem dun, wie er zich ook op zijn futon omdraaide die nacht, ik kon het horen. Ook kon de airco enkel op maximum overdrive en in plaats van een laken waren er alleen maar jumbodekbedden: bevriezen of verstikken. Dan was er ook nog de nachtelijke rondtrek van Jip: Jip legt ’s nachts in zijn slaap net zo’n imposante afstanden af als overdag tijdens het wandelen….in andere bewoordingen: stoelendans in de bezemkast….oh ja….en de jetlag was er ook nog. Kortom, erg fris en fruitig waren we deze eerste ochtend in Osaka niet….nou ja, dan maar op naar Kids Plaza! Kids Plaza Osaka is een kruising tussen een museum en speeltuin voor kinderen.


In het midden van het - vier verdiepingen tellende - gebouw staat een immens bouwwerk met klimwanden, glijbanen en doorkijkjes, geheel in de stijl van de Oostenrijkse kunstenaar Hundertwasser. Ik ben niet bepaald een fan van de man zijn werk maar in deze toegepaste vorm ziet het klimbouwwerk er zeer indrukwekkend uit. Jip wilde natuurlijk eerst van de 15 meter lange glijbaan af en dat ging weer lekker typisch. Voordat Jip de tube van de glijbaan indook kreeg hij van een medewerkster twee ‘beenwarmers’ om zijn ellebogen te beschermen….en ‘floep!’ daar ging ‘ie. Vervolgens werd er door de medewerkster een rieten boodschappenmand door de kronkelende glijbaan naar beneden getakeld. Een paar minuten later werd het mandje weer opgehesen, nu gevuld met vijf setjes aan beenwarmers….daar konden ze dan weer even mooi mee vooruit. Door het vele trappen beklimmen en de ‘werkonderbreking’ door het beenwarmergetakel verloor Jip al snel zijn interesse in de glijbaan. De tweede en derde verdieping waren niet uitdagend genoeg voor Jip. Maar de ’discovery’ etage bood genoeg uitkomst. Jip stapte als eerste een hekje binnen waar hij een forse knalrode knikker aangeboden kreeg. Het duurde niet lang voordat hij doorhad dat hij deze zelf door allerlei stalen knikkerbanen mocht laten rollen. De banen waren hemelsbreed zo’n zeven meter lang, en om je knikker te behouden moest je er dus meteen achteraan rennen….nou je kunt je wel voorstellen hoe dat er ongeveer uitgezien moet hebben. Als snel zat Jips themanummer weer in ons hoofd: ♫ he’s a maniac, maniaaaac on the dancefloor* ♫ De medewerkers moesten ook erg lachen om de kleine krullenbol die het vuur uit zijn sloffen liep en niet meer van stoppen wist. Godzijdank waren er genoeg attracties en displays met knoppen en handels om Jip weg te lokken van de knikkerbanen, anders hadden we er nu nog steeds gestaan.
De gehele verdieping was onderverdeeld in verschillende thema’s: zo was er onder andere een muziek-, televisie-, cultuur-, flora- en fauna-, wetenschap- en het menselijk lichaamthema.


Jips aandacht werd al snel getrokken door een gigantisch waterplateau, hierin waren twee glazen koepels verwerkt, die er uitzagen als een kruising tussen een luchtbel en souffleurshokje.  In het midden van het plateau hing een gigantische ketel die langzaam met water werd gevuld. In de glazen koepels bevonden zich namelijk pompjes waarmee de kinderen de ketel konden volpompen, eenmaal vol, kantelde ketel en werd hele waterplateau schoongespoeld…..pret verzekerd.
Er waren zoveel gekke en originele attracties dat het onmogelijk was alles uit te proberen. Zo kon je met een apparaat je gezin in een levensgrote zeepbel ‘sealen’, konden kinderen buizenpost versturen door de luchtdruk te gebruiken van de zitkussens waar ze op zaten. Ook was er een treinstel nagebouwd waar kinderen konden ervaren hoe het is om in een rolstoel met de trein te moeten reizen. En Jip heeft zijn lichaam laten scannen zodat zijn hoofd op een skelet werd geprojecteerd. Deze projectie volgde vervolgens Jip zijn bewegingen. En er was nog véél en véél meer. Het was dus moeilijk om te vertrekken maar ja…we hadden een Shinkansen te halen…..op naar Hiroshima.

* Maniac door Michael Sembello (Flashdance)

maandag 14 augustus 2017

Hapgrage herten

Het voelt alweer als een hele tijd geleden dat we in Japan aankwamen… dat nu pas de eerste blogpost volgt komt door de heftige jetlag waar we onder te lijden hadden dit jaar. Misschien was onze start ook iets te ambitieus gepland want de eerste dag na aankomst was alleen maar reizen, reizen en nog eens reizen. We kwamen rond 9 uur het vliegtuig uit in tamelijk gammele staat. Jip was daarentegen reuzevrolijk want hij had als enige flink kunnen slapen in het vliegtuig. Daar waren we dik tevreden mee, want ‘pijn en ik hoeven alleen maar de lucht van koele groene thee uit de vending machines op te snuiven om helemaal gelukkig te zijn.

Op Narita Airport hebben we direct onze railpass opgehaald en de Narita Express naar Tokyo gepakt. Daar hebben we één koffer laten opslaan om iets handzamer te kunnen reizen de komende twee weken. Daarna een jetlag-lunch in het eerste de beste restaurant dat geen lange wachtrij had (dat leek nog niet mee te vallen op het eerste gezicht). Het werd een ‘Beer Hall’. Klinkt vreemd voor een plek om te lunchen, maar zoals altijd in Japan valt er op plaatsen waar alcohol gedronken wordt ook goed te eten! Gyoza, pickled cabbage, salade, Japanse hamburger met rijst en groente. ;)
Om vervolgens de Shinkansen naar Kyoto te pakken, een reis van nog eens 2,5 uur waarin het gebrek aan slaap ons geniepig in een hoek drukte en ons alledrie in coma deed belanden. In Kyoto pakten we de eerste de beste trein naar Nara en dat bleek een local te zijn, oftewel: boemeltrein. Dat duurde langer dan we dachten… de laatste loodjes wegen altijd het zwaarst! Toen waren we in Nara en dachten we nog wel even naar ons hostel te kunnen lopen. Kortom: toen we eindelijk, eindelijk konden inchecken waren we total loss en hebben we tot 11 uur de volgende dag geslapen (zij het, in mijn geval, inclusief een aantal uren wakker liggen…).

Woensdag was dus zoals gezegd de eerste echte dag, zonder tijdschema, zonder haast. De dag begonnen met een fijne brunch in een nabijgelegen cafeetje waar Jip een prachtig kindermenuutje kreeg.


Met een aangenaam gevulde buik zijn we vertrokken naar Nara Koen waar een enorme populatie wilde herten de toeristenmassa amuseert door te bedelen voor speciale hertenkoekjes (die je natuurlijk ter plaatse kunt kopen). Uiteraard leek het ons leuk om ook een paar herten te trakteren op deze 鹿せんべい (shika senbei). Je zou denken dat als ze de hele dag gevoerd worden ze niet altijd meer trek hebben. Dat bleek niet het geval: ik had de koekjes nog niet aangeschaft of ik werd onmiddelijk door 4 herten bestormd. Dat was even schrikken dus ik draaide me om en werd vervolgens door het oude dametje dat de koekjes verkocht dringend verzocht om ze bij haar kraampje weg te houden, oftwel: heb je ze gekocht, dan wegwezen! Ik probeerde daarna mijn overwicht in de strijd te gooien… ‘Hallo! Rustig op je beurt wachten!' Ik had verdorie nog gelezen dat deze herten, geheel in Japanse traditie, eerst voor je buigen en dan pas een koekje in ontvangst nemen. Nou, deze jongens hadden blijkbaar door dat ik een gaijin was want in plaats van te buigen hengelden ze onmiddelijk naar de koekjes. Ik ben dus maar eerst 10 meter verder gerend om ze vervolgens heel snel uit te delen en toen ze op waren mijn blote handen uit te steken: ‘Ze zijn op! Op! Nai desu!’ (= ‘er is niets’, ik ben maar Japans gaan praten want ‘nai’ horen ze vaker, bleek al gauw).

Nara Koen staat vol met shrines en tempels en de eerste op ons lijstje was de Todaiji. Jip moest nog even inkomen voor wat het wandelen betreft, maar toen er een schaafijsje in het vooruitzicht werd gesteld ging het al beter. Onderweg naar de de Todaiji werd ik nog bijna gerold door een hert dat in mijn tas beet. Jip vond de assertiviteit van de herten maar niks en weigerde met ze op de foto te gaan. Des te meer lol had hij om ‘Nai! Nai!’ te roepen zodra er naar zijn mening eentje te dicht in de buurt kwam. Ook de duiven moesten eraan geloven.


De Todaiji is een tempel met een gigantische buddha in de zogenaamde Daibutsu-den (buddha-hal, dit gebouw is het grootste houten gebouw ter wereld). Het was even wennen om met Jip door de drukte te manoeuvreren, maar het fijne aan Jip is dat hij altijd bij ons in de buurt blijft en nooit zomaar alleen ergens naartoe loopt. Jip vond het net zo indrukwekkend als wij (‘Die buddha komt helemaal tot het plafond!’) en mocht als klap op de vuurpijl door een smalle opening in een paal achterin de hal kruipen. Het verhaal gaat dat de kinderen die erdoorheen passen de verlichting zullen bereiken.

In ons hostel had Jip een waaier cadeau gekregen die grappig genoeg een extra functie kreeg als fotocamera. Als je beide ouders steeds foto’s maken overal kan je natuurlijk zelf niet achter blijven. Vele foto’s en een softijsje later hebben we nog gewandeld over het terrein van de Kasuga-Taisha Shrine en ons erover verwonderd hoe lang Jip het wandelen volhoudt en het nog leuk lijkt te vinden ook, zolang wij hem maar vertellen wat voor bijzonders er allemaal te zien is. Dat we verteld hebben dat je van wandelen groot en sterk wordt, helpt natuurlijk ook. ;) Bovendien mocht Jip nu ook een aantal echte foto’s maken met de camera van ‘pijn. Dat leverde hilarische beelden op want hij drukt gewoon meteen op de knop! Zullen we binnenkort een aparte serie van posten.


De eerste zeer geslaagde vakantiedag hebben we afgesloten met lekkere hapjes die we kochten bij de festivalstalletjes, want in Nara was net een lichtjesfestival bezig om de zomer te vieren. We aten onze yakitori en frietjes met shoyumayonaise dus in het park in het donker, omgeven door waxinelichtjes in bekers en vrolijke festivalgangers.

De tweede dag Nara ging iets moeizamer want de nacht werd beheerst door slapeloosheid van Jip en mij, waardoor ‘pijn ook geen oog meer heeft dichtgedaan. Desalniettemin hebben we die dag nog genoten van de Isui-en: een fantastische Japanse tuin die weliswaar niet zo groot is maar wat mij betreft een van de mooiste is die ik ooit heb gezien. Voor Jip was het een avontuur om over alle paadjes en bruggetjes heen te lopen maar zijn vermoeidheid zorgde er wel voor dat hij weinig flexibel was in wie er voorop mocht lopen en welke kant we überhaupt op gingen. ;)
We hebben geluncht in een vegetarisch restaurant, een zeldzaamheid in Japan (tempels uitgezonderd) en dat was leuk, maar vooral omdat de dame die de tent runde zo enthousiast was en ons uitnodigde vooral een keer naar haar pas geopende hostel in Okinawa te komen, waar volgens haar de mooiste stranden ter wereld zijn. We zullen er maar eens over nadenken. :D

Na de lunch was het tijd om te koffers te halen en te vertrekken naar onze tweede bestemming: Osaka!

zondag 6 augustus 2017

Nu mèt blog!

Nog een paar uurtjes slapen en dan gaan we wéér op pad: met z'n drieën de zomer trotseren in Japan.
Deze keer zijn we vastbesloten ons blog goed bij te houden gedurende de reis, daarin hebben we de vorige keer jammerlijk gefaald.
Als we de achtste 's ochtends vroeg 'fris' aankomen in Tokyo zwengelen we onze railpasses aan en racen we door naar Nara. Daar proberen we in een paar dagen de jetlag van ons af te schudden en zoveel mogelijk heilige hertjes te aaien. Via Osaka (1 overnachting + pretpark) rijden we vervolgens door naar Hiroshima en Itsukushima waar we onder andere de "floating" torii gaan bekijken. Als dat er op zit, reizen we weer een heel eind terug naar het 'kunst' eiland Naoshima. Daar slapen we een paar dagen bij een kunstenaar en zijn vier katten. Ook ontmoeten we daar een collega van Ruth en haar vriendin, zij zijn ook op rondreis maar hebben een voorsprong van twee weken op ons. Met een pret-tussenstop in Osaka rijden we vervolgens weer naar Tokyo....waar we ons tien dagen gaan proberen te gedragen......start your engines!