maandag 5 januari 2015

Kat & nieuw



Afgelopen jaar had voor ons veel hoogtepunten maar ook één groot dieptepunt: het plotseling overlijden van Cola, ons bonsai-katje. Omdat we zó ongelofelijk veel plezier met haar hebben gehad maar ook omdat we nog elke dag aan haar denken wilden we een speciale ode aan haar brengen…en wel bij de Gōtoku-ji tempel in Setagaya-ku: de kattentempel.
Het verhaal gaat dat rond 1600 een Japanse krijgsheer (Ii Naotaka) ’s nachts onder een boom wilde schuilen vanwege een vreselijke onweersbui. Toen hij daar zat zag hij in de verte een witte kat die hem met zijn voorpoot wenkte. Nieuwsgierig benaderde hij de kat en ontdekte zo de Gōtoku-ji tempel. Nog geen seconde later sloeg de bliksem in de boom waaronder hij daarvoor nog geschuild had. De krijgsheer realiseerde zich dat hij zonder de kat niet meer geleefd zou hebben. 
Als dank maakte Ii Naotaka de tempel groot, rijk en succesvol en vanaf dat moment werden katten beschouwd als ‘brengers van geluk’. Hier is de welbekende Maneki Neko uit ontstaan (http://en.wikipedia.org/wiki/Maneki-neko).
Vandaag de dag plaatsen bezoekers kattenbeeldjes en plankjes met gebedjes en wensen (ema) bij de tempel. Het leek ons een mooi idee om tussen die honderden witte wenkende katjes één gitzwart eigenwijs katje te plaatsen, namelijk onze Cola.


Al vrij vroeg in de ochtend pakten we de trein naar Setagaya-ku. Het was weer prachtig weer: zonnig met een staalblauwe hemel. Het tempelcomplex was behoorlijk groot, maar het tempeltje met de kattenbeeldjes hadden we al snel gevonden, de honderden witte Maneki Nekos kon je ook moeilijk missen. In het tempelwinkeltje kochten we twee kattenbeeldjes en één houten ema. Met een Posca-marker kleurde ik één van de katjes Colazwart en schreef Ruth een mooi stukje op het houten tabletje.
Ondertussen liep Jip alle paadjes van het tempelcomplex af. Rond een uur of 12 had Jip zijn energie-vooraadje wel leeg getapt en was hij klaar voor zijn middagslaapje in de wandelwagen. Wij hebben toen van dat Zen-momentje gebruik gemaakt om Cola tussen haar witte kattenvriendjes te plaatsen.
Missie geslaagd…..dag gnapje


Vervolgens zijn we naar het nabij gelegen Shimokitazawa afgereisd om wat te lunchen, wandelen en shoppen. Via Omohara no mori - voor een relaxte Harajuku zonsondergang en Ruth haar matcha latte shot - zijn we weer op huis aan gegaan.

Op oudejaarsdag hadden we het plan om naar het Edo-Tokyo Open Air Architectural Museum te gaan. Momenteel is er de tentoonstelling ’The Architecture of Studio Gibli’ te zien. Een groot aantal bouwwerken uit de animatiefilms zijn op schaal nagebouwd, onder andere het kolossale badhuis uit Spirited Away. Helaas bleek bij aankomst dat het museum rond oud en nieuw gesloten was.
Jammer... maar geen ramp. Van alle activiteiten die we van te voren voor deze vakantie
gepland hebben hebben we zo’n beetje alles kunnen zien en doen. Niet dat we nou ruim in de tijd zitten maar daar lijden we elke keer onder als we hier zijn. ;)
Aangezien het Open Air-museum midden in het Koganei Park lag besloten we maar een lekkere wandeling te maken en in plaats van cultuur, frisse lucht te snuiven.

Vervolgens hebben we weer de trein gepakt naar Kichijoji voor wat laatste inkopen (het was tenslotte onze laatste dag in Tokyo) en om te kijken of we in een foodplaza een leuke oudejaarsmaaltijd bij elkaar konden sprokkelen. Dat viel nog niet mee aangezien er bij alle kraampjes ellenlange rijen met mensen stonden te wachten en bovendien vrijwel alles al uitverkocht was.
In Japan is Kerstmis meer een feest voor stelletjes (men gaat massaal uit eten, winkelen of naar pretparken), terwijl Oud & Nieuw voornamelijk thuis met familie gevierd wordt….vandaar ook de rijen bij de delicatessenwinkels.


Een typisch oud & nieuw fenomeen zijn de Fukubukuro - oftewel lucky bags - die op oudejaarsdag in de winkels verschijnen.
Deze dichtgesealde tassen kan je meestal voor een paar duizend yen kopen en bevatten een aantal willekeurig geselecteerde producten. De inhoud van de tas is zeker twee keer zoveel waard als wat je ervoor betaald hebt, maar ja…je weet natuurlijk niet wat er in zit. Voor de Apple-store schijnen al dagen van tevoren mensen in de rij te staan om een Fukubukuro te bemachtigen.
Wij hebben de lucky bags maar braaf laten staan aangezien de kans dat we ‘extra kofferruimte’ in zo’n Fukubukuro aan zouden treffen natuurlijk nihil is. ;)
Uiteindelijk hebben we in Higashi-Nakano een lekker oudejaarsmaal bij elkaar gesprokkeld en zijn we teruggekeerd naar ons stulpje in Shin-Egota.
De jaarwisseling zelf was wat vreemd: geen vuurwerk natuurlijk (dat zie je op de zomerfestivals) maar wel een flinke storm, ons huisje kraakte en piepte. Om vijf voor twaalf kregen we toch nog wat vuurwerk in de vorm van een aardbeving, dat was wel even schrikken. Het hele appartement leek mee te wiegen op de windstoten, gelukkig bleef het bij deze ene ‘roller’.

De volgende ochtend moesten we weer vroeg op. De koffers moesten worden ingepakt en het appartement moest weer terug worden gebracht in de oorspronkelijke staat; een sakura-house medewerker kwam namelijk over de vloer om te controleren of we borg-terug-krijg-waardig waren.
Van Bobby kreeg ik twee jaar geleden mijn koffer-inpakdiploma…en terecht want binnen twee uur zat onze complete inboedel in onze container-koffers geritst. :)
Toen we van de controleur onze borg hadden teruggekregen zijn we naar Shinjuku vertrokken, daar stapten we op de N’EX naar Narita. Omdat we vrij vroeg op het vliegveld moesten zijn de volgende dag leek het ons namelijk een goed idee om in Narita te overnachten….Ruth had in Nederland al een kamer geboekt in het Narita Gateway Hotel.


 Toen we beiden de deur van de hotelkamer openden en het halletje binnenstapten moesten we hard lachen: alleen het halletje was al groter dan onze keuken in Shin-Egota. En ja hoor, de hotelkamer zelf was groter dan ons complete appartement….het duurde wel even voordat we onze pleinvrees overwonnen hadden.
Nadat we wat hadden gegeten en Jipje in bed hadden geworpen, besloten we in de lobby van het hotel te gaan hangen, en ondertussen wat te surfen, foto’s uploaden, bloggen, etc. Toen we ons hadden geïnstalleerd viel het ons op dat er ongelofelijk veel Chinese gasten in het hotel waren. En de Chinese toeristen in Japan zijn wat de Britse toeristen voor Lloret de Mar zijn, I kid you not. 
Als je je ogen sloot had je het idee dat je in een voetbalstadion zat (inclusief vuvuzela’s). En als je je ogen weer open deed verbaasde je je weer over het feit dat er twee mensen naast elkaar op de bank tegenover je zaten, ieder hun eigen film kijkend met het volume op tien. We besloten stilletjes af te druipen naar onze jumbo-kamer. Alvast slaap tanken voor de lange vlucht.


De volgende dag stapten we op het vliegtuig en hadden we een prima reis richting Amsterdam.
Hallo winter, daar zijn we weer.




 

 

donderdag 1 januari 2015

Een oefening in Zen



Hoe leuk we Tokyo ook vinden, toch vonden we het een goed idee om de stad even in te ruilen voor de mooiste berg op aarde: Fuji-san. Bovendien heeft de Japan Railway een praktische nieuwe pas voor toeristen die in de Kanto regio willen reizen, zodat het ook nog betaalbaar wordt. Daarmee konden we drie dagen op pad. De eerste dag naar Kawakuchiko, de plaats waar de berg Fuji ligt, en daarna naar Yokohama. Voor die laatste bestemming waren twee redenen: Hakkeijima Sea Paradise (aangezien we nu niet één, maar twee aquariumfanaten in ons midden hebben) en Anpanman Children's Museum. Jip weet Anpanman (= oude Japanse serie voor peuters, en nog altijd immens populair) al vanaf de eerste kennismaking feilloos te herkennen, dus succes verzekerd.

Het leuke van Fuji-san bekijken dit jaar was vooral dat we daadwerkelijk veel kans hadden om de berg te ZIEN. In de zomer is het vaak bewolkt en visten we, als we weer eens een wolkenkrabber bestegen hadden voor een panoramisch uitzicht, meestal achter het net. Nu is het bijna dagelijks helder weer en konden we al vanuit de trein een enorme sneeuwtop zien. Grappig hoe een berg zo'n magische aantrekkingskracht kan hebben. Dat deze in de Japanse cultuur zo'n belangrijke plaats inneemt begrijp ik wel.

We logeerden in het Fuji-View Hotel en hadden vanuit de hal op de verdieping van onze kamer inderdaad een magnifiek uitzicht. 'Foetjie', zei Jip. ;)



De tweede dag voelde al snel als Europa in drie dagen toen we, na een goed ontbijt met bergen mais voor Jip, stipt om 9 uur alweer in het Fujitreintje zaten voor de reis naar Yokohama. We hebben een sushi bento en een hele zak mandarijnen opgeofferd om Jip onderweg tevreden te houden (eten peuters altijd zo extreem veel?) en waren blij toen we er waren. Vooral omdat Jip ging slapen en wij mooi even rustig konden winkelen.
Na een extreem lekkere tempura lunch gingen we naar het Anpanman museum. Feest!!



Nog voordat we het museum zelf binnen waren was er voor Jip al zoveel te zien dat die vrolijkheid alleen al de moeite dubbel en dwars waard was. De truc was nu vooral om te voorkomen dat hij al te hyper werd. Dat viel nog niet mee. Zelfs naar een andere verdieping verhuizen om te zorgen dat we wel nog alles konden zien was een uitdaging want Jip wilde overal wel blijven hangen. Hij heeft dan ook alles eruit gehaald wat erin zit: van de glijbaan af die eigenlijk voor 3 jaar en ouder was, en een ontmoeting met de figuur die 'pijn en ik altijd maar Powdered Toast Man noemen. Dat was een beetje te intimiderend overigens. ;)

Na een uitstekende overnachting in ons hotel in Yokohama en een nog beter ontbijt, leek de laatste rondtripdag een briljante dag te worden. Het was immers zonnig en zacht weer en we gingen op weg naar het aquarium waar sinds kort een walvishaai te bewonderen is... en toen gebeurde er iets wat me nog nooit overkomen is. Ik vergat mijn rugzak in de trein en kwam er pas achter bij de overstap naar de volgende lijn die we moesten hebben. PANIEK!
Gelukkig zaten alle belangrijke documenten en portemonnee in mijn handtas, maar toch. Mijn iPad zat erin en dus ook mijn foto's...



Het eerste wat 'pijn zei was: 'Ruth. Kalmeer. Dit is Japan. Het komt echt wel goed! We gaan gewoon terug.' En dat deden we. Bij de ticket office van het JR station Shin-Sugita spraken ze uiteraard geen Engels. Nog nooit ben ik ZO blij geweest met mijn kennis van de Japanse taal. Na hakkelend uitgelegd te hebben dat ik mijn tas vergeten was, hoe hij eruit zag, wat erin zat, werd alles genoteerd, werd gevraagd welke trein we zaten, in welk treinstel precies, wanneer we waren ingestapt. Daarna werd er lang gebeld en kwam de meneer in kwestie bij me terug dat de tas niet in de trein lag bij het eindstation. Opnieuw paniek in mijn hoofd. Hij vroeg me weer te wachten en kwam na snuffelen in het computersysteem en in boeken weer bij me terug dat hetzelfde treinstel over 2 minuten weer in dit station terugkwam. Of ik niet snel wilde kijken of ik 'm zag? Hijgend vloog ik de trap op, zag de trein net aankomen, rende er half gebukt de volle lengte langs om de bagagerekken te checken en nog voor ik bij de laatste wagons was gingen de deuren alweer dicht en reed hij weg. Zonder mijn tas, voor zover ik dat met zekerheid kon zeggen...

Terug naar de ticket office. 'Nimotsu wa nai.' 'Hmm, so desu ka.' Hij vroeg me weer te wachten en ging weer een telefoontje plegen. Dat duurde zo lang dat een andere medewerker naar me toe kwam dat ik beter kon gaan en dat ze me zouden bellen als de tas gevonden werd. Gaf me een kaartje van hun telefoonnummer.

Hoe irritant ik het ook van mezelf vond en hoe onrustig ik er ook van werd, het leek me een slecht idee onze plannen hierdoor te laten dwarsbomen. Ik gaf 'pijn gelijk en besloot mijn best te doen erop te vertrouwen dat het wel goed zou komen. Een uitdaging om te leren los te laten. Bovendien had Jip door onze opgelopen vertraging de nieuwe mandarijnenvoorraad alweer opgegeten dus het werd hoog tijd door te gaan naar het aquarium.

Met Jip voorop ('Vis, vis!') liepen we het zogenaamde Aqua Museum binnen. Waar wij een vernieuwd aquarium voor twee walvishaaien verwachtten aan te treffen zoals in de folder beschreven stond, bleek de er alleen een kleintje rond te zwemmen in de voormalige dolfijnenshow-tank. De vele winkels in het park daarentegen boden ruimte aan wel duizenden walvishaaien van pluche, karton, en papier-maché, in verschillende formaten. We hebben er gelukkig dus toch nog een heleboel gezien. ;)



En net als bij Anpanman maakte het niet veel uit waar we waren; bij de vissen, zeehonden of dolfijnen, Jip wilde overal blijven kijken want het was veel te leuk.



Terug naar Shin-Sugita. Ik durfde nergens op te hopen en daar aangekomen leek het nog niet veel op te schieten. Wat er ook alweer precies in de tas zat. Na een omschrijving van de iPad en een Japans leerboek leek er een lampje te gaan branden bij mijn vrienden van de JR en belden ze nogmaals. Waarna ik een briefje in mijn handen gedrukt kreeg met een in kanji handgeschreven instructie: station Ōfuna, north exit (het was dat hij het erbij zei, ik kan wel wat kanji lezen maar handgeschreven is pas echt een uitdaging). Maar was mijn tas daar nu? Nou, ja, dat moest ik daar controleren.

Ōfuna, north exit. Ik vertelde waar ik voor kwam en moest direct een formulier met mijn naam en adres invullen. Hè? Maar heeft u mijn tas nu?
De medewerker in kwestie bukte en daar was mijn rugzak!
Of ik de inhoud wilde controleren? Alles zat er nog in. Alles.
JR-medewerker blij, ik blij. NIPPON BANZAI! :D

Terug naar homebase Tokyo.