zondag 10 september 2023

Trees, Parks and Recreation

 


Aan inspiratie voor dagtripjes in Tokio geen gebrek, de tijd begint zelfs te dringen, volgende halte: the Skytree. In 2012 - het jaar dat de Skytree werd opgeleverd - hebben we de 634 meter hoge toren eens samen met Bobby beklommen. Toen moesten we ruim twee-en-half uur wachten voordat we omhoog konden. Daar hadden we niet zo’n trek in deze keer. We besloten op de bonnefooi naar Sumida te vertrekken en daar te kijken hoe de boom erbij stond. Er is ook een heel complex met winkels en musea omheen gebouwd dus dat was sowieso een uitwijkmogelijkheid. We herinnerden ons nog van de vorige keer dat er vlakbij een Moomin character-cafeetje te vinden was. Helaas bleek al snel dat deze het veld had moeten ruimen. Tot ons grote plezier was er in hetzelfde complex ook een Kirby pop-up Café gevestigd. Bij binnenkomst werd ons meteen gevraagd of we gereserveerd hadden: ‘Eh, nee’. We konden wel eten bestellen om mee te nemen, maar daar moesten we dan een uur op wachten….reserveren was uitgesloten voor die dag, sterker nog uitgesloten voor september.  Misschien maar alvast reserveren voor onze volgende vakantie dan. :) 


 Aangezien onze wolfjes trek hadden gingen we op zoek naar een andere stek. Tien meter verderop vonden we een adresje waar ze prachtige softijsjes tapten: groene thee/aardbeien softijs met een zwart sesam hoorntje. Terwijl we een zitplekje in de schaduw van de Skytree hadden gevonden viel ook op wat een enorme schaduw de toren achterlaat op het aardoppervlak. Als je omhoog keek zag je de lucht donkerder kleuren waar de toren de zon ‘in de weg’ stond. 

 We besloten de gok te wagen en in de rij te gaan staan voor toegangtickets. Hmmm…dat kon toch nog wel eens een dik uur wachten worden. Aan de andere kant van de entreehal was nog een rij voor mensen met tickets die online gekocht waren. Ik had bewust geen tickets via het internet gekocht omdat ik niet wist wat we aan zouden treffen qua drukte ongeacht rij of tijdslot. Maar dit leek me wel een goed moment om te kijken of er nog via de digitale snelweg tickets te ritselen waren. Nou ja dus, in vijf minuten hadden we ons los geworsteld uit de rij waarin we stonden te wachten en tien minuten later stonden we bij één van de vier liften die ons met 600 meter per minuut naar het Tembo Deck zou schieten. Het was wel even een aantal keer goed slikken om onze oren te klaren voordat we boven waren. Na een rondje gelopen te hebben stapten we in de volgende lift die ons van 350 meter naar 450 meter hoogte zou brengen. Vanaf hier kon je goed zien wat een enorme zonnewijzer deze megatoren is. Het lijkt me heel raar om binnen het schaduwbereik van de Skytree te wonen en eens per dag een zonsverduistering mee te maken.

 

Nadat we ons 360° rondje Tokyo hadden gemaakt belandden we bij Het Skytree Café en werd onze Kirby-teleurstelling ruimschoots goedgemaakt: ijsjes opgesierd door Skytree mascotte Sorakara-chan (ook wel: ‘From the sky-chan’).
Toen we weer eenmaal voet aan (lage)land hadden gezet ontdekten we een grote waterfontein aan de voet van de Skytree.
Tientallen kinderen dartelden tussen de sproeiers door. Vanwege de hitte waren er grote ventilatoren opgesteld die ook nog eens aangesloten waren op een watervernevelaar. Om het feest compleet te maken waren er een extra aantal portable megasproeiers en kiepende waterbakken aan de fontein toegevoegd. De stenen gladde vloer was wel een serieuze uitdaging, om de vijf minuten klonk er ergens wel ergens gekrijs van een uitgegleden kleuter, maar dat werd ruimschoots overstemd door het vrolijke gekraai van de andere kinderen….inclusief die van ons. Het duurde dan ook aanzienlijk lang voordat we Elin en Jip weer naar de metro huiswaarts wisten te lokken.


Op één van de laatste dagen van onze vakantie ben ik nog met Elin naar Kichijoji gereden om de Inokashira Park Zoo te bezoeken. Het is een aandoenlijk dierentuintje dat is opgedeeld in twee delen: één deel gerelateerd aan dieren die in het water leven en één deel voor al het overige dierentuinvolk. De dierentuingebieden worden gescheiden door het Inokashira Park en liggen zo’n halve kilometer uit elkaar. Vandaag gaan we naar de ‘Zoo Area’ van het park dat praktisch tegen het Ghibli Museum aanligt. Er zijn in de dierentuin niet bijzonder veel dieren te zien: sikaherten (die schrokoppen uit Nara), vleermuizen, pinguïns, stekelvarkens en stokstaartjes. Een eervolle vermelding voor de eekhoorns. Er is een grote kooi met smalle wandelpaadjes waar een kudde aan eekhoorns letterlijk doorheen raast. 

 


Over kuddes gesproken, er staat ook een klein boerderijtje met een populatie cavia’s. Op vaste tijdstippen op de dag mogen kleuters ze komen aaien en knuffelen. Helaas was dat bij ons bezoek niet mogelijk. In mijn beste Japans kon ik herleiden dat de hitte in combinatie met de warme cavia-jasjes en het kleutergeknuffel de cavia’s wel eens fataal zou kunnen worden…fair enough. 

 


En dan zijn er ook nog de kraaien, allerlei bordjes waarschuwen dat ze alles jatten wat los en vast zit. Maar goed, de reden waarom Elin dolgraag naar Inokashira Park wilde is de speeltuin. Achterin het park staan een aantal ouderwetse attracties geparkeerd: onder andere een draaimolen, zweefmolen, theekopjesattractie en een shinkansen-treintje. Alle antieke attracties worden bediend door minstens net zo oude mannetjes in uniform. Ze nemen hun werk erg serieus (wie niet in Japan) maar hebben ook duidelijk plezier in hun werk. Al zit er nog maar één kind in de draaimolen, vol enthousiasme wordt de attractie aan geslingerd. Aangezien de ritjes maar 100 yen (63 cent) per rit kosten besluit Elin maar meteen 20 tickets uit de automaat te trekken, die komen wel op. 

 


De zweefmolen is onze grote favoriet; doordat de cabines open zijn, een lekkere snelheid hebben en ook nog de hoogte in gaan zorgt deze attractie voor de meeste verkoeling. Alsof je meegenomen wordt op een grote ventilator. Als alle tickets op zijn en Elin alle mannetjes uitbundig heeft uitgezwaaid gaan we richting de uitgang. Maar niet voordat we een oceaanblauw schaafijsje hebben besteld en in de giftshop nog even een pluche otter hebben opgepikt.





maandag 28 augustus 2023

teamPret

 


 

Er zijn een aantal aan Japan gerelateerde blogs die we volgen voor leuke nieuwtjes, evenementen, cafeetjes en expo’s…kortom onze do's en don'ts voor deze zomer. Zo kwam ik er achter dat Studio Ghibli toch besloten heeft om een tipje van de sluier op te lichten over hun meest recente film. Omdat er geen enkele trailer, tv-commercial of promotionele foto van The Boy and the Heron naar buiten is gebracht is er nauwelijks iets bekend over de film, tenzij je ‘m zelf in de bioscoop bent gaan zien.
Normaal gesproken hebben grote films in Japan een programmaboekje beschikbaar voor aankoop in theaterlobby's zodra ze beginnen met vertonen. Deze zijn gevuld met screenshots en interviews met leden van de cast en crew. Ghibli nam de verrassende beslissing om geen programma uit te brengen toen The Boy en The Heron in première ging halverwege juli. Met als idee om het publiek blanco de film in te laten stappen zonder vooropgezette ideeën over wat ze gaan zien. Nu heeft studio Ghibli besloten na vier weken het programmaboekje toch beschikbaar te stellen in de bioscopen….drie keer raden wat ons eerstvolgende doel was. :)

 

Natuurlijk zou ik gewoon braaf kunnen wachten tot de film in Nederland uit komt maar….. we wachten al ruim 10 jaar op een nieuwe film van Hayao Miyazaki, bovendien gaat hij pas eind van dit jaar op een paar grote Europese filmfestivals draaien; een Nederlandse release zal daarom ook nog maanden op zich laten wachten. Maar bovenal: deze programmaboekjes zijn altijd strak vormgegeven, luxe gedrukt en mooie verzamelobjecten.
Vandaag gingen we op pad naar Odaiba, het kunstmatige eiland in de Baai van Tokio.
In ons ‘survivalhandboek, op stap met een vier- en tienjarige in Tokio’  staat op pagina één dat het noodzaak is eerst goed te lunchen voordat je aan het dagprogramma begint, anders haal je hoogstwaarschijnlijk de eindstreep niet. Dat hebben we helaas al een paar keer aan de levende lijve moeten ondervinden. Op Odaiba stikt het gelukkig van de foodplaza’s: Ruth en ik scoorden beiden een rijstkommetje met tempura en een kopje misosoep als lunch. Terwijl Jip en Elin bij de Freshness Burger een portie fast ̶f̶o̶o̶d̶ voeding bestelden. Eén verdieping hoger zat een bioscoop, we besloten even polshoogte te nemen…en ja hoor, The Boy and the Heron stond op het programma. In eerste instantie kon ik de programmaboekjes niet vinden, het was ook nog een beetje donker omdat de bioscoop net open was gegaan. Maar toen vond ik in een hoekje een stapel boekjes onder een poster met de ons inmiddels welbekende reiger. Ruth schoot een medewerker aan en vroeg naar het programmaboekje. Drie minuten later was ik €5,19 lichter en een Holy Grail rijker. :)


 

Nu konden we overgaan naar het hoofdprogramma van de dag: een bezoek aan teamLab.
TeamLab is een internationaal collectief (opgericht in Tokio) van kunstenaars uit verschillende disciplines: architecten, animatoren, programmeurs, kunstenaars en noem maar op. Ze noemen zichzelf ultra-technologists en maken kunstwerken waarbij voornamelijk digitale technologie gebruikt wordt.
Een paar maanden geleden hebben we tickets aangeschaft voor teamLab Planets: een museumloods waar zo’n 6 grote installaties te zien zijn.. of eigenlijk te beleven. De ruimtes zijn allemaal zo ontworpen (en met elkaar verbonden) dat je je haast in een ander universum waant. Het begint al met het feit dat je je schoenen (en tassen) moet opbergen in de daarvoor bestemde lockers. Je zult namelijk door het water moeten waden en lopen, ‘Jahoe!’: kraaiden Jip en Elin. Ook statieven en selfiesticks zijn verboden. Je mag er wel fotograferen maar het is zeker niet zo’n suf Instagram-‘museum’ die tegenwoordig overal opduiken.
Als we naar binnen lopen kunnen we kiezen uit twee gebieden: Water Area en Garden. Een medewerker geeft aan dat het de beste keuze is om met Water Area te beginnen, dat doen we dan ook. We wandelen eerst door een donkere gang en staan al snel tot onze enkels in het water. Vervolgens loopt het pad omhoog en lopen we stroomopwaarts richting een waterval van licht en water. 


 

Als we rechtsaf slaan moeten we een grote ruimte doorkruisen die ook schuin omhoog loopt, alleen minder steil dan het waterpad. Het lijkt alsof er een gigantische zitzak de gehele vloer bedekt. Het is een hele vreemde gewaarwording want tijdens het lopen zaken je voeten een beetje weg in de ondergrond. De grap is dat de gehele ruimte wordt beïnvloed door de massa van alle mensen die naar de overkant proberen te komen. De eerste twee meter liepen een beetje wiebelig maar daarna werd het echt avontuurlijk. Ik zag Ruth plots met haar rechterbeen tot haar heup wegzakken in de vloer terwijl Jip al vanaf de overkant naar ons aan het zwaaien was. Ik kan wel zeggen dat het een perfecte balansoefening was voor mijn vers aangemeten titanium been. Toen we allen heelhuids aan de overkant waren gearriveerd wandelden we door een nieuwe donkere gang door naar de volgende installatie. Dit kon nog wel eens leuk worden, sterker nog, dat was het al! 

 


 De installatie is de volgende ruimte heette The Infinite Crystal Universe, en die omschrijving dekte de lading volledig. Het plafond, vloer en alle wanden waren van spiegelglas. Aan het hoge plafond hingen smalle buizen plastic met daarin een rits met led-lichten. Er was wel een looppad gevormd door het hele buizengrid maar door de spiegelwanden leken ze eindeloos omhoog en de diepte in te lopen. En de grootte van de ruimte was daardoor ook moeilijk in te schatten. Je kon een heel eind door de kronkelpaadjes lopen, dus groot was de ruimte zeker. Het mooiste was dat er door de ledverlichting allerlei patronen door de buizen gejaagd werden. Deze veranderden ook van kleur waardoor de gehele ruimte van kleur veranderde. 

 


De gang die ons naar de volgende installatie zou brengen zag er op het eerste gezicht hetzelfde uit als de vorige: donker en ovaalvormig. Hij was alleen van ander materiaal gemaakt en in het vloeroppervlak zaten wat onverwachte (onzichtbare) hobbels een kuilen waardoor je verwachtingspatroon op een positieve manier omgegooid werd. Voordat we de volgende ruimte instapten werden we door een medewerker gewaarschuwd dat Elin haar broek nog wat hoger opgestroopt moest worden. Het water in deze zaal zou minimaal tot kniehoogte van een volwassene komen. Elin was de laatste die zich zorgen maakte om een natte broek. Deze zaal was wat ons betreft wel de meest bijzondere van het museum. De gehele ruimte was inderdaad tot kniehoogte gevuld met melkachtig water. Ook deze ruimte had spiegelwanden waardoor de plas waardoor je waadde een enorm meer leek. Op het wateroppervlak werden zwemmende koi (Japanse karpers) geprojecteerd. Het fantastische was dat de koi reageerden op de mensen in het water. 


 

Als er veel mensen bij elkaar stonden zwommen ze in een colonne om de groep heen zodat er cirkels van vissenscholen ontstonden. Als de koi met elkaar of met mensen in botsing kwamen transformeerden ze in bloemen die uiteen vielen, de blaadjes verspreidden zich daarna in het water. Het was een ontzettend mooi schouwspel en Jip en Elin werden er uitermate vrolijk van (en ze waren al zo vrolijk). Jip begon allerlei grappige dansjes uit te voeren tussen de karpers door en net op het moment dat ik tegen Jip wilde zeggen:” Jip, pas je op dat je je evenwicht niet verl… “…Raakte hij uit balans en kukelde om. Geen man overboord, figuurlijk dan. Het water was lekker warm en op weg naar de volgende zaal zouden er weer handdoeken klaar liggen om onze voeten af te drogen. Gelukkig hebben we het filmpje nog. :D 

 


 

Na nog twee installaties bekeken te hebben staken we over naar het tuingedeelte van het museum. Plots stonden we weer buiten. Dat merkten we aan de allesverzengende hitte die op ons neerdaalde, alleen de omgeving deed ons aan niets aan Tokio denken. We stonden in een buitenaards stomend landschap gevuld met een honderdtal metaalachtige eieren of spiegelende mega-dauwdruppels (het hangt er een beetje van af wat je science fiction referentiekader is). Hier zijn we niet al te lang blijven hangen omdat we het zonder onze parasols, ventilators en drinkflessen nog geen kwartier zouden overleven. 

 


 Nadat we alle installaties hadden gezien hebben we op veler verzoek nog een rondje gemaakt door het watergebied. Dat was eigenlijk niet de insteek van het museum maar ook zeker niet verboden. Hup! Bij de lockers weer rechtsaf!


 

Toen we met knikkende knieën het teamLab gebouw verlieten besloten we nog even op Odaiba rond te hangen en de Yurikamome-lijn te pakken. Dit is een onbemand treintje dat op een verhoogde track over Odaiba rijdt. De complete lijn is zo’n 15 km. en Ruth en Elin waren er een week eerder al een keer mee op stap geweest. Omdat er geen chauffeur voorin zit heb je een ongelofelijk mooi uitzicht. We besloten aan het begin van de lijn netjes bij de ‘cockpit’ te wachten totdat iedereen was uitgestapt zodat we mooi voorin konden zitten. Helaas stond er voor ons al een gezinnetje te wachten…dan maar de volgende trein, die zou in nog geen 10 minuten arriveren. Toen we een trein later instapten waren de stoelen voorin al bezet door Chinees gezin dat schijnbaar al een paar rondjes op en neer aan het rijden was en niet van plan was om Elin en Jip een plaatsje op de eerste rij te gunnen. Als ze zelf veel lol uit de rit halen vind ik het nog niet eens zo’n probleem maar twee derde van het gezelschap zat enkel op hun smartphone te koekeloeren. Maar goed, deze kleine ergernis hadden we snel van ons afgeschud, we waren aangekomen in DiverCity…en daar staat die andere Gundam robot. In 2017 hadden we ‘m al eens op de foto gezet maar toen was ‘ie net opgeleverd. 

 


 Op de foto’s hingen er allemaal nog werklui om zijn nek en Jip was nog maar een Jipje. Nu stond de RX-0 Unicorn Gundam daar te glimmen in het zonlicht. Dit model heet de ‘eenhoorn’ vanwege - je raadt het al - de hoorn op zijn kop. Als hij ’s avonds in ‘the battle mode’ gaat en zijn verlichting aan gaat, splijt deze hoorn zich op tot de twee welbekende Gundam V-Fin antennes. We besluiten nog wat rond te wandelen tot het zover is en gaan dan op huis aan. 














zaterdag 26 augustus 2023

Noedels in blik



Ook in Yokohama valt deze zomer veel leuks te beleven. Deze maand werden de Pokemon Wereld Kampioenschappen gehouden en daarom werden er veel festiviteiten rondom de Nintendo game gehouden. Omdat we merken dat het in Japan zoveel drukker is dan de andere jaren - waarschijnlijk omdat dit jaar de grenzen voor toeristen pas weer open gegaan zijn - hebben we grote evenementen toch maar een beetje ontweken. Alhoewel we de pikachu-parade met een honderdtal bliksemmuizen graag hadden gezien, net als de drone art show. Gelukkig is de gehele stad in het Pokemon-thema opgetuigd en valt er genoeg te zien: pokemon-putdeksels, levensgrote pokemonkaarten, stempellokaties, aangepaste verkeersborden, noem maar op…
Vandaag stond ook het Cup Noodles Museum op het programma. In het museum kun je je eigen Cup Noodles samenstellen en ook nog eens de beker zelf ontwerpen. Helaas had je daar al vroeg voor moeten reserveren en was er vandaag geen plek meer om mee te doen….een beetje het thema van deze vakantie. Maar goed, geen man overboord. Er is ook een speelruimte, met de verrassende naam: Cupnoodles Park. Ook hier moet je voor reserveren maar dat duurt maar een half uurtje. We besluiten eerst wat te gaan eten in het museum: de Bazaar, een marktpleintje met acht marktkraampjes met elk noodlesgerechten uit een ander land. 

 


 Het grappige was dat je halve kommetjes kunt bestellen zodat je genoeg ruimte in je maag over houdt zodat je meerdere noodles-versies kunt proeven. Jip en ik gingen voor de koude ramen uit Korea, Ruth ging voor de Vietnamese Pho en de mie goreng uit Indonesië, Elin bleef wat dichter bij huis: Italiaanse pasta. Na onze magen gevuld te hebben moesten we ons haasten voor het Cupnoodles Park, het was namelijk een time-slot entree. En de uitleg was al bijna begonnen: de speeltuin is namelijk een interactieve attractie waarbij je ervaart hoe het is om een noedeltje te zijn (jaja)…en wat er komt kijken bij het productieproces. Wat wel grappig was was dat voordat je toegang kreeg tot deze noedelmachine fabriek eerst even gemeten moest worden of je lang genoeg was om de attractie te betreden. Dat werd gedaan met een stapeltje cup noodles bekers. Ben je langer dan 8 en halve beker, dan mocht je naar binnen. 

 


 Eerst moeten de noedelnetten worden beklommen, hier werden Jip, Elin en Ruth (om het in goede banen te leiden) een beetje gerekt en gestrekt. Vervolgens belandden ze in de ballenbak waar ze gemengd werden met de kruiden. Daarna was het virtueel frituren aan de beurt, de deegsliertjes moesten even gebakken worden in de olie. Dan moeten de noedels ook nog in het bekertje (de cup) natuurlijk en moeten er binnen de beperkte tijd toppings toegevoegd worden. Nu is alles klaar om verzonden te worden, via de roller-glijbaan worden alle cups de fabriek uit gebonjourd. In het productieproces was er iets fout gegaan of het was heel erg leuk want Jip en Elin hebben het hele proces wel vier keer doorlopen. 

 


Daarna was de tijd om en konden we het museum gaan bekijken. De tentoonstellingen in het museum waren erg leuk en fris vormgegeven. Door middel van projecties, animaties en collages op de muur werden er allerlei statistieken getoond: consumptie van de cup-noodles wereldwijd, tijdlijnen, verpakkingsontwerp door de jaren heen en het strategieplan van Mr. Noodle himself: Momofuku Ando. We misten wel een beetje een inkijkje in de keuken: zijn er recepten in de jaren aangepast of gewijzigd? Wat gaat er nu echt allemaal in zo’n bekertje voordat ‘ie de fabriek verlaat? Is er een geheime formule of recept, zoals bij Coca Cola en Pepsi? 


 

Misschien hadden we het gemist dat kan ook, maar tijd om het museum nog een keer door te lopen hadden we helaas niet….er stond die dag meer op het programma. Nadat we even een koffiestop gehouden hadden in de Yokohama World Porters pakten we de bus naar de Yamashita Pier aan de oostkant van Yokohama.
Sinds 2009 zijn we al in de ban van de gigantische lifesize Gundam robot sculpturen die opdoemen in Japan. In Odaiba werd de eerste neergezet onder de noemer: Real-G. Deze robot (de RX 78-2 Gundam) was maar liefst 18 meter hoog en voorzien van vele lichten, rookmachines en een bewegend hoofd. In 2010 werd de robot afgebroken en in Shizuoka weer opgebouwd. Vervolgens dook de robot in 2011 weer in Odaiba op maar nu in ‘bits and pieces’. In 2012 werd hij weer opgebouwd om uiteindelijk in 2017 vervangen te worden door een compleet nieuw model: de RX-0 Unicorn. Sinds 2022 staat er op de Yamashita Pier in Yokohama de Gundam Factory, en daar in het dock staat weer zo’n 18 meter hoge reus…maar deze kan lopen (!) Daar moesten we naar toe!


 

Als we de pier oplopen is het een beetje storm- en regenachtig, wat leftovers van de typhoon zijn tegelijk met ons bij de fabriek gearriveerd. En voor de verandering is het een keertje helemaal niet druk. De sfeer is daardoor heel unheimisch, wat het extra cool maakt. Als we de vlakte oplopen waar de Gundam in de steigers staat pakken donkere wolken zich samen en begin het wat te regenen (het is nog steeds warm trouwens), en er zijn hoogstens een man of 30 op het lanceerplatform. Op het dock staat een klok die terug telt en na zo’n vijf minuten stijgen er rookwolken op uit de constructie waar de robot in vastgesnoerd is. Het ziet er een beetje uit als een raketlancering: loopladders klappen weg, steigers schuiven opzij, de lampen van de RX-78F00 Gundam lichten op en de robot komt in beweging…de soundtrack op de achtergrond maakt het helemaal af. Nadat de robot een paar stappen heeft gedaan, door zijn knieën is gegaan en zijn blik naar de hemel heeft gericht is de show voorbij. De teller begint weer te lopen voor show twee die een variatie is op de vorige presentatie. 

 


 

We besluiten deel twee vanaf een hoger punt te bekijken: het Gundam café.
Onder het genot van een cheeseburger, koffie met Gundam latte art en een stapel patat zien we hoe het lanceerplatform langzaam aan vol loopt met meer publiek, de zon breekt ook weer door. Als de robot voor de derde keer in actie komt besluiten Jip en Elin deel te nemen aan het spektakel en geven een dans en springshow in de plassen terwijl de muziekscore van Gundam op de achtergrond schalt. 


 



maandag 21 augustus 2023

Dicht bij huis

 


 We hebben een redelijk strak programma voor deze vakantie. Da’s nodig om uberhaubt alle activiteiten in die krappe vier-en-halve week te persen maar ook om de balans een beetje goed te houden. Moetjes (reizen/op tijd zijn voor evenementen) afgewisseld met dolletjes (rennen, spelen). Typhoon No. 7 gooide wat roet in het eten. De JR gaf al aan dat er zo rond 14 en 15 augustus een aantal hoge snelheisdtreinen tussen Shin-Osaka, Nagoya en Tokyo niet zouden rijden. Ook mailde de Lawson dat er een kans was dat activiteiten waar we tickets voor hadden gekocht misschien niet door zouden gaan.
We waren blij dat de typhoon niet een week eerder aan was komen zeilen want toen zaten we zelf in Osaka. We hadden alleen geen idee wat we van deze tyfoon in Tokio zouden merken. We hebben voor de zekerheid besloten deze dagen een beetje in de buurt te blijven en onze tweede trip naar Yokohama uit te stellen.


 

Uiteindelijk viel het hier met het noodweer gelukkig wel mee. Het was wel onstuimig, het grootste deel van de dag was het ‘gewoon’ 30 graden en dan viel er plots een snoeiharde bui. Alsof iemand even een container leeg stortte, en de straat was dan ook weer in 10 minuten droog.

We zijn deze onstuimige dagen onder andere naar Ikebukuro, Ginza en Kichijoji geweest.
Dit jaar waren nog niet langs geweest bij onze favoriete gyoza-stek en de reis naar Harajuku durfden we ook wel aan. Eerst hebben we een wandeling door het Yoyogi Park gemaakt en de Meiji Jingū (tempel) bezocht. 

 


 We hadden het zo gemikt dat we precies voor dat het restaurant open ging op de stoep zouden staan zodat we met z’n allen aan een tafel konden zitten. De meeste zitplaatsen bevinden zich namelijk aan de bar die om de keuken heen is gebouwd. Terwijl we stonden te wachten vroegen we ons af of de chef van het restaurant ons nog zou herkennen. Minimaal één keer per Japantrip hebben we hier ritsen aan gyoza’s besteld. Alleen onze laatste trip is alweer zes jaar geleden en Elin was er toen ook nog niet. Ruth had nog knalrood haar en ik heb inmiddels een baard en ben ook grijs(ig) :). Maar het was al vrij snel duidelijk; de baas herkende ons meteen en was zelf inmiddels ook grijs. Af en toe kwam hij even over de schouder van Elin en Jip meekijken, die driftig aan het tekenen waren. 

 


 Elin moest er helemaal niks van hebben en kroop mokkend en verlegen onder de tafel, tot grote hilariteit van de gyoza-chef. Twee kleine snoepkokertjes maakten dat Elin in ieder geval weer op haar stoel ging zitten…maar ze hield de omgeving wel goed in de gaten. Toen de chef aan tafel mee kwam tekenen en liet zien dat hij ook Sumikko Gurashi figuurtjes kon tekenen (Elin en Jip hadden net hun nieuwe Sumikko t-shirtjes aan) kon Elin haar nieuwsgierigheid niet meer wegdrukken. Toen hij later ook nog terug kwam met een (in de keuken) zelfgemaakte ingenieus opgevouwen tekening was definitief het ijs gebroken. Helaas was het toen inmiddels wel tijd om op te stappen. Voor de deur hebben Elin en de restaurant-eindbaas elkaar uitgezwaaid. 


 

Wij hebben toen koers gezet naar megaspeelgoedwinkel Kiddyland en hebben nog wat gewandeld, een expo bezocht en een pitstop gehouden in het Omahara Forest op het dak van Tokyu Plaza Omotesando Harajuku.


 

Na zo’n lange vakantiedag geeft Elin haar benenwagen er nog wel eens de brui aan en moet ik haar delen van de terugreis dragen. Vandaag is ook zo’n dag. Ik ben dan wel blij als ik even kan zitten als we eenmaal in de trein zijn gestapt….of dat ik in ieder geval Elin op een stoel kan plaatsen. Bij het wachten op de trein gaat het er vrijwel altijd ordelijk aan toe. Iedereen staat netjes op de groene lijnen die op het perron getekend zijn en wacht tot iedereen is uitgestapt alvorens zelf in te stappen. We merken wel met de jaren dat er wat meer Hollandse trekjes komen bovendrijven in Japan: ieder voor zich en als eerste naar binnen. Het gebeurt niet veel maar omdat de overgrote meerderheid van de bevolking zich wel erg netjes gedraagt vallen deze schuinsmarcheerders extra op. De kranige omaatjes zijn een klasse apart in Japan. Ze zijn klein, krom als een hoepel en hebben hun blik op oneindig. Ze lopen ook heel kwiek en vastberaden maar hebben ook stalen ellebogen om hun weg te banen door de mensenmassa. Ik vind ze altijd wel grappig om ze te zien: Fight for your right to party! Alleen vandaag kwamen we er eentje tegen die wel erg op ramkoers was. We hadden in de avondspits net onze trein naar Sugamo laten schieten om vooraan in de rij te kunnen staan zodat we ‘verzekerd’ waren van een plekje. Ruth en Jip vooraan om ten minste één stoel veilig te stellen. Ik daar net achter met Elin over mijn schouder. En ja hoor, daar kwam een krasse knar aanstappen die een rolkoffer achter haar aan trok. Ze negeerde de wachtrij volkomen en stapte regelrecht op het net voorgereden treinstel af….richting de deuropening waar net mensen aan het uitstappen waren. Dit was me wat te gortig, ik vind het geen probleem om iemand voor te laten en sta graag op voor iemand die behoefte heeft aan een zitplaats. Maar niet als ik zelf al netjes tien minuten sta te wachten op de trein en al twintig minuten een zweterige kleuter over mijn schouders gedrapeerd heb. Dus…..in een reflex pak ik de oma bij haar rugzak. Omdat ik de arm gebruik waar ik ook Elin mee draag en het bovendien erg druk is heeft de ouwe taaie geen idee wat haar belemmert bij het binnenstappen van de treincoupé. Het was heel grappig om te zien omdat haar benen nog wel loopbewegingen maakten maar er geen meters meer werden afgelegd. Om te kijken wat haar nou afremde deed haar besluiten haar kruistocht even te onderbreken. Ik keek ondertussen zo onnozel mogelijk richting de leegstromende trein. Voor de zekerheid had ik wel mijn voet tussen de wieltjes van haar rolkoffer gezet om een tweede blokkade te kunnen opwerpen. Gelukkig was deze niet nodig want voordat de bejaarde besloot haar weg te vervolgen was Ruth samen met Jip al ingestapt en had twee zitplaatsen voor de kiddo’s geconfisqueerd. Hasune here we come!


 

vrijdag 18 augustus 2023

Bye bye Kitty

 


 Had ik al verteld dan ik niet een hele grote fan van pretparken ben?…haha.
Na een dikke week met z’n vieren op pad geweest te zijn ben ik weer eens een dagje met Elin op stap gegaan. Ruth ging met Jip naar het Nezu Museum waar hij in het restaurant zijn ontluikende liefde voor Japanse curry’s verder aanwakkerde. Met Elin ging ik naar Sanrio Puroland, oftewel Hello Kittyland. In Nederland vond ik Hello Kitty altijd een pastelkleurige Nijntjekloon in een kattenjasje. Maar dat is in de loop der jaren wel wat veranderd. In Japan is het namelijk veel gebruikelijker dat bekende (ogenschijnlijk tegengestelde) merken tijdelijke collaboraties met elkaar aangaan, zo heb je bijvoorbeeld Coca Cola met A Bathing Ape en Mos Burger met Mr Donut (MosDo). Hello Kitty heeft al een enorme rit aan collabs achter de rug: onder andere met Gundam, rockband Kiss, horrorfilm Ringu, Nike etc. etc. Het blijft natuurlijk een schattig katje maar dan wel met een net wat rauwer randje. 

 


Toch waren Ruth en ik nog nooit in Puroland geweest, wel ooit grappen gemaakt dat we er zouden kunnen trouwen (want dat kan) en dan onze huwelijksreis in Japan vervolgen….maar nee dus. :)
Elin haar favoriete knuffel is Keroppi (alleen heet ‘ie bij ons thuis Kiki) en die komt ook uit de Sanrio-stal. Dus dat was een goed excuus om toch eens te gaan. De rit verliep vlot; Elin mocht haar sandalen uit in de trein, dan is er sowieso geen vuiltje aan de lucht. Eenmaal aangekomen op Keiō-tama-center Station is de weg naar het park heel makkelijk te vinden: volg gewoon het spoor aan Hello Kitty mozaïeken, schilderingen en standbeeldjes en je komt er vanzelf. Eenmaal binnen belanden we als eerste in een grote theaterzaal die het hart vormt van Puroland. Hier worden theatershows en muziekshows gegeven. De complete vloer lag bezaaid met wachtende kinderen en volwassenen (Kawaii Kabuki ging bijna beginnen). We hadden niet zo’n zin om er tussen te gaan liggen en besluiten de rest van het park te ontdekken. We komen al snel bij Mymeroad Drive uit, een autoritje door een kijkdoosachtig decor met de karakters My Melody & Kuromi. De wachttijd is een dik uur maar Elin is goedgeluimd en met ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet slaan we ons door de wachttijd heen. Als we eenmaal in het autootje zitten wordt ons verteld dat er allemaal fotomomenten in de rit zitten. Daar komen we ook al snel achter want na elk kijkdecortje spint het autootje in een rare hoek en wordt er een foto gemaakt. Elin vind het hele ritje maar niks en dat onverwachte draaien van de bolide nog minder. Gelukkig heeft Elin niet lang hoeven lijden, de attractie duurt 3 (!!) minuten….of nee, 1 uur en 3 minuten inclusief wachttijd. Bij het uitstappen worden we een soort fotostudio ingedreven waar je van de zes foto’s een herinneringsmoment kunt creëren: we kozen drie foto’s uit waarbij we wel in de camera keken (op de drie andere keken we verwilderd en zoekend de verkeerde kant op), met een touchscreen-menu heeft Elin nog wat hartjes en stickers toegevoegd…totdat het oprotsignaal klonk en we onze plaats moesten afstaan aan andere mensen. De fotokaart hebben we voor te veel geld in de fotostudio laten printen. Achteraf heb ik spijt dat ik juist niet die andere drie foto’s had geselecteerd voor deze prachtige fotoherinnering….maar goed, dat bedacht ik te laat. 

 

Tijd om wat te eten, we waren een foodcourt gepasseerd en probeerden een plekje te vinden. Het is in Japan nog steeds zo dat je je tas bij een leeg tafeltje kan stationeren en dan op je dooie gemak eten kan gaan bestellen zonder bang te zijn dat je je plekje (of tas) kwijt bent. Alleen in deze hal was het wel zo druk dat ik geen leeg plekje kon vinden. En de keren dat ik wel een tafeltje op het oog had werd de plek voor mijn ogen weggekaapt, ばか, ばか, ばか mopperend zijn we ergens anders eten gaan zoeken. Gedurende onze zoektocht kwamen we op de tweede verdieping terecht. En die stond vol met UFO-catchers, wtf!? UFO-catchers zijn die kasten vol pluchebeesten waarmee je met een grijper je geluk kunt testen…gewoon gokken dus. 

 


Verder stonden er enkel coin-up apparaten: bijvoorbeeld een draaimolentje waar drie kinderen in konden. Maar waar wel één van de drie ouders geld in moest mikken. We belanden nog in een hoek waar je een lootje kon kopen voor tien euro, vervolgens mocht je een soort Rad van Fortuin een zwieper geven. Het rad kwam dan tot stilstand op een Sanrio karakter, en van dat karakter mocht je dan een knuffeltje uitzoeken in de etalage. Tja…dat kon ik niet verkopen aan Elin, die wil alleen Kiki. En weer door dan maar. Plots stonden we in Montmartre: hier werden spotprenten en karikaturen getekend en er werden papieren silhouetten geknipt van gezichtsprofielen. 


 

Plots slaakte Elin een kreet van vreugde: Otje! Het was een levensgrote versie van de mascotte van Sushiro (de sushiketen), inmiddels een dikke vriend van Elins knuffel Otje (ook een otter). Dat werd een gelukzalig fotomomentje. Uiteindelijk belandden we op de bovenste etage van het complex; daar bevond zich Cinnamoroll Dream Café. Daar werden prachtige ijsjes verkocht en vonden we ook nog een vrij tafeltje. Daarna was het exit through the giftshop. Bij The Universal Studios verliep de eerste dag ook niet zo soepel maar dat lag ook wel wat aan ons zelf, we moesten even onze draai zien te vinden. Maar Sanrio Puroland was echt een domper…niet doen dus jongens. ;) 

 


Op onze terugweg naar het station kwamen we bij de Mr. Donut nog Sumikko Gurashi donut-sets tegen, die hebben we maar mee terug naar huis meegenomen als toetje.

De volgende dag met Jip liep iets soepeler. Ruth heeft Elin meegenomen naar Odaiba, daar heeft Elin gedarteld op het strand. Met Jip ging ik naar het National Museum of Nature and Science in Ueno. De entree met de gigantische blauwe vinvis alleen al is indrukwekkend. We hebben zo’n vier verdiepingen uitgekamd: met warmtecamera’s een catwalk gelopen, de levenscyclus van parasieten in het spijsverteringsstelsel van een walvis gevolgd, in de dinozaal alle dino’s proberen te benoemen (zonder op het naambordje te gluren) en uitgezocht welke van alle hoefdieren de meest imposante horens heeft. 

 


 We zijn ook een tijdje in de giftshop blijven hangen waar ze de leukst mogelijke museum-tropheën verkochten.
Jip verliet het museum met een prachtige pluche-coelacant. Daarna zijn we naar Shinjuku gereden om te lunchen bij de Freshness Burger. 

 


 Ik had Jip al eens verteld dat er een burger met mango op het menu had gestaan en daar had Jip wel zin in. Helaas stond die deze zomer niet op de kaart maar de avocadovariant was een goede tweede keuze. Door de hitte sloeg de navigatie van mijn iPhone op hol maar gelukkig kon ik me nog goed genoeg herinneren hoe we bij de Kinokunya moesten belanden vanaf onze lunchstek. Deze gigantische boekenwinkel bezoeken we eigenlijk altijd wel een keer als we in Japan zijn. Ze hebben een fantastische collectie kunst- en kinderboeken. Ook hebben ze een complete etage ingericht voor Engelstalige boeken waarvan een groot deel aan manga’s. Het was deze keer alleen even uitzoeken waar alles te vinden was aangezien de volgorde van de 8 etages op de schop was gegaan. Ik vond deze keer wel zoveel toffe kinderboeken dat ik niet meer kon kiezen welke ik zou kopen. Ik moet dus nog een keertje terug deze vakantie. :) Jip vond ook een boek wat onmiddellijk zijn aandacht trok: おばけやしき, oftewel Het Spookhuis van Jan Pieńkowski. 

 


 Hij heeft er wel een kwartier in staan kijken. We hebben het al jaren in onze eigen boekenkast staan, Jip had geen idee…haha.
Nadat we elkaar nog (bijna) kwijt zijn geraakt in een doolhof van gashaponmachines zijn we richting het Shinjuku Marui Annex warenhuis vertrokken om Few Many te bezoeken. Daar hebben we de mini-expo bezocht en nog wat leuke stickers en pennetjes gekocht. We hadden nog plannen om uit te waaien op het dak van Shibuya Sky: het hoogste 360 graden observatorium van Shibuya, maar Jip z’n benen waren op.
Huiswaarts dan maar…. :)

 



dinsdag 15 augustus 2023

Yo Himeji!

 


Genoeg met het ‘platte vermaak’, tijd voor een culturele oppepper. Na Osaka zijn onze shinkansen-pijlen gericht op Himeji. We hebben in Tokyo al een paar tempels bezocht en kastelen gezien maar als er één kasteel is dat we met Elin en Jip graag wilden bezoeken dan is het wel Himeji-jō. Ook wel Shirasagi-jō genoemd, het witte reiger-kasteel. Wat mij betreft het mooiste en indrukwekkendste kasteel op deez’ aard.
We zijn weer lekker vroeg vertrokken uit Osaka om vervolgens onze bagage op het station van Himeji te stallen. Ondanks dat het kasteel op bijna twee kilometer afstand van het station ligt kun je het onmogelijk missen als je de trein uit stapt, zo enorm groot is het. Het is 46 meter hoog en het hele terrein inclusief buffergebied beslaat zo’n 143 hectare…..stel je voor, een voetbalveld is zo’n 0,7 hectare. Toen we voor het eerst in Japan waren (in 2006) hebben we Himeji-jō ook bezocht, ik herinner me toen ook dat het naast Kyoto één van de heetste plekken was die we toen bezocht hebben. Gelukkig viel het vandaag mee met de hitte, het was warm, ja heet….maar niet zo gruwelijk als de afgelopen weken. Bovendien hadden Jip en Elin er wel zin in om dat kasteeltje even te beklimmen. 


 

 Het buitenterrein was even pittig maar eenmaal in de hoofddonjon (daitenshu) kon de pret beginnen. Te pas en te onpas ontdoet Elin zich van haar sandalen: in de trein, metro, op het station of in een restaurantje. Meestal vraagt ze of het mag, maar vrijwel altijd is het puur een aankondiging. Vooral in het openbaar vervoer is het nogal een gedoe omdat we daar op tijd moeten schakelen, voordat je het weet ben je alweer twee stations te ver en heeft Elin haar sandalen nog niet aan.
In Himeji-jō is het boffen, daar moet al het schoeisel uit en neem je dat mee in een plastic tasje. Luid gejuich in het vooronder. :) Ik moet ook wel zeggen dat het heel lekker wandelen is over de koele houten vloeren met je blote voeten. Omdat er geen glaswerk in de ramen zit waait het ook lekker door en de houtgeur van de vloer en de constructie van het bouwwerk ruiken heel lekker. Hier en daar ontspoort Elin nog op de weg naar boven omdat ze niet overal in mag klimmen, dat zorgt helaas voor wat kleuterkortsluiting. 

 


Als we helemaal in de top nog even van het uitzicht hebben genoten en met z’n allen op de foto zijn gegaan zetten we de daling weer in. Buiten de kasteelmuren vinden we een ijssalon die fantastische schaafijsjes (kakigōri) serveert, daar hebben we een uurtje onze breintjes in de koeling gezet.


 

Tijd om in te checken bij het hotel. In Hotel Nikko Himeji geen hoogslapers helaas, de kamer is wat compacter en voller maar heeft een extraatje waar we ons al lang op verheugen: een zwembad! Ons eerste hotel in Narita had ook een zwembad maar bij aankomst kwamen we er achter dat deze sinds de coronacrisis niet meer open was gegaan….vandaag dus de herkansing. Het zwembad lag op de vierde verdieping; ik ging met Jip op pad, Ruth met Elin. We werden ieder een aparte vleugel ingeleid maar kwamen tenslotte wel alle vier gebadpakt en wel in hetzelfde zwembad terecht. Ik belandde met Jip eerst nog wel in het onsen-gedeelte maar we werden door een vriendelijk oud mannetje de goede kant op gewezen. Het zwembad was best groot: vier lange banen en nog een bubbelbad. Pool with a view; helaas geen uitzicht op het kasteel, maar toch. Het zwembad had een openschuifbaar dak wat wagenwijd open stond. We moesten nog wel even allemaal een badmutsje op, da’s verplicht in Japan. We hadden Elin haar zwembandjes meegenomen maar ze kreeg van de vriendelijke badjuf ook nog kurkjes en een zwemplankje. Elin ging vervolgens als een speer door het bad zodat wij drieën ook nog lekker wat baantjes hebben kunnen trekken. Toen het geknor van onze magen het watergespetter begon te overstemmen hebben we ons weer aangekleed en zijn we met z’n allen in een stokjesrestaurant (Kushikatsu) gaan eten.


De volgende ochtend was het tijd om weer naar Tokyo te vertrekken, maar niet voordat we het Engyō-ji tempel complex bezocht hadden. Vanaf het hotel hebben we de bus gepakt naar Mount Shosha, dat was een ritje van een minuut of 25. Daar aan de voet van de berg hebben we de kabelbaan gepakt, die heeft ons netjes zo’n 200 meter hoger afgezet. Het Engyō-ji complex bestaat uit ruim 20 tempels die allen verspreid zijn over Mount Shosha. The Last Samurai (met Tomu Kurūzu) is hier onder andere ook opgenomen. 

 


 We besluiten naar de Mani-den-tempel te wandelen. De lengte van de wandeling lijkt ons namelijk precies goed, en het is de hoofdtempel van het complex. Langs de route staan tientallen prachtige buddha-beelden en onze trommelvliezen worden op de proef gesteld door honderden cicades. Ruth legt tijdens het wandelen nog het één en ander uit aan Jip over het boeddhisme. Als we eenmaal zijn aangekomen bij de voet van de tempel (je moet eerst nog tig traptredes op) besluiten we eerst een ijsjes-pitstop te houden. De tempel is groot en indrukwekkend, het uitzicht is al helemaal fenomenaal. 

 


Op de foto’s lijkt het gebouw niet zo groot maar vergis je niet, het is een joekel van een tempel. Kijk maar eens naar de mensjes die over de balustrade lopen. Als we alle koi (karpers) hebben geaaid dalen we weer af naar NAP-niveau en pakken we de bus terug naar het station. Daar stappen we op de shinkansen richtig Tokyo. Het is helder, naast al het moois wat we hebben gezien deze dag worden we ook nog even toegewuifd door Fuji-san. Een mooie afsluiting van onze railpassweek.