donderdag 28 augustus 2025

Pop-up till you drop

 


Eigenlijk sluiten al onze Japan vakanties naadloos op elkaar aan. De laatste paar dagen van onze trip komen we altijd nog een aantal leuke dingen tegen die we niet meer ingepland krijgen, die hevelen we dan over naar de volgende vakantie. Het Kirby Café is er zo eentje. Kirby komt uit de gamingcatalogus van Nintendo. De afgelopen jaren was Kirby goed vertegenwoordigd op de Switch. Het roze schattige elastische balletje heeft de mogelijkheid zijn vijand op te zuigen en de combat-eigenschappen van deze vijand dan over te nemen. Als een franchise erg populair is, is de kans groot dat deze een character-café op krijgt. Dat kan van een populaire game zijn, maar ook een popgroep, animé of manga. Zo’n cafeetje heeft een speciale menukaart en de gerechten die er op staan zien er vaak prachtig uit. In het Kirby Café konden we tijdens onze vorige vakantie dus niet even spontaan binnenwandelen, reserveren was het devies.
Omdat Jip en Elin zo teleurgesteld waren dat we er niet terecht konden hebben we besloten dat dit jaar wel te doen. Dat hield in dat ik 10 juli om klokslag 10 de reserveringssite als een malle moest refreshen en dan zo snel mogelijk het hele traject in het Japans moest doorlopen: aantal gegadigden, tijdstip, allergieën, jarigen etc.etc. Een addertje onder het gras was dat je een Japans telefoonnummer moest opgeven, anders kreeg je een foutmelding. Dit nummer zou enkel gebruikt worden als er vanuit het café onverhoopt iets gewijzigd mocht worden. Hier kon ik zonder probleem elk willekeurig Japans nummer opgeven, de kans was nihil dat dit nummer gebeld zou worden. Dan was er ook nog het tijdstip van de caféreservering. Ik mikte op kwart over drie omdat de meeste mensen mikken op de vroege ochtend of tijdens lunchtijd…dus een grotere slagingskans. Alle voorbereidingen waren niet voor niks geweest: mijn reservering werd geaccepteerd en binnen 5 minuten was ook de rest van de reserveringssloten voor augustus vertrokken.

Negentien augustus, tien over drie stonden we in de schaduw van de SkyTree dus op de stoep bij het Kirby Café. We gingen braaf op de ‘reserveer’-stoeltjes zitten, en wachten stilletjes totdat we werden opgehaald. Af en toe kwam er een aantal enthousiaste mensen naast ons zitten maar zodra ze het bordje op de stoelen lazen dropen ze teleurgesteld af, die mood-swing staat ons nog vers in het geheugen. Even later kwam een medewerkster ons ophalen, we moesten even onze reservering laten zien…of we ook onze paspoorten bij ons hadden, eh nee, gloep! Gelukkig voldeed mijn creditcard ook als legitimatie. Dan de regels: we moesten al het eten in één keer bestellen, we konden niet nabestellen. En van het befaamde dessert: de Kirby auto, mocht er maar eentje per gezelschap besteld worden vanwege de grote vraag ernaar. 

 


We besloten de mooiste gerechten te bestellen en ze dan met elkaar te delen, dus dat ene autootje was geen enkel probleem. Eenmaal binnen maakten we nog even de afspraak met Jip en Elin dat we de gerechten graag eerst even op de foto wilden zetten voordat ze mochten aanvallen, dat viel nog niet mee, haha! Bij elk gerecht dat op tafel gezet werd moesten we ze helpen herinneren niet al op de gerechten te duiken. Al met al waren Jip en Elin door het dolle en alleen dat al maakte het het bezoek helemaal waard. 

 

Het Kirbycafé was niet het enige charactercafé wat we bezocht hebben. We liepen per ongeluk tegen een Cinnamorollcafé aan (die witte puppy met z’n lange oren, uit de Hello Kitty stal), daar konden we tot onze grote verbazing gewoon aanschuiven. 

Maar een week voordat we in het vliegtuig naar Narita stapten ontdekte ik dat er een Katamari Damacy pop-up café in de Parco zou verschijnen tijdens onze vakantie. Als er één game is waar we vrolijk van worden en die ons aan Japan doet denken (en verlangen) dan is het deze cult-game wel. Het verhaal in het kort: de Koning van alle Kosmos heeft per ongeluk alle sterren, sterrenbeelden en planeten in het heelal vernietigd. Zijn zoon - de prins - krijgt de taak om met alles te herbouwen. Met een plakkerig balletje (de katamari) kan de prins van alles oprollen, je begint klein met muntjes en paperclips. Naarmate de katamari groter wordt kun je koeien, mensen, meubels en zelfs gebouwen oprollen. Als de katamari de juiste grootte heeft bereikt wordt hij de ruimte in geschoten om als planeet of ster te fungeren. De combinatie van de bizarre werelden, fantastische vormgeving, ongeëvenaarde soundtrack en droge humor maken dit een gamereeks om te koesteren. Zo kwam het dat ik dat ik 19 juli om vijf uur ‘s ochtends klaar zat achter mijn computertje om de dinerplek te reserveren. Weer een volledig Japans reserveringssysteem maar dat ging me redelijk vlot af deze keer, inmiddels mag ik me ook ervaringsdeskundige noemen. 🙃 Helaas struikelde ik net voor de finish; toen ik het einde van de reserveringsprocedure bereikte stuitte ik op de melding dat reserveren enkel mogelijk was voor ‘residents of Japan’.

Nog geen nood aan de man, we gingen gewoon ter plekke polshoogte nemen in Shibuya. Het Parco gebouw is een enorm warenhuis waar veel leuke winkels en eetgelegenheden gevestigd zijn. Op de reserveringslijst van het Katamari Café zagen we dat er om vier uur nog enkele plekken vrij waren, we besloten niet te wachten tot het zover was (het was half elf) en op een andere dag terug te komen. 
Die andere dag was één van de laatste dagen van onze vakantie. Een half uur voor opening kwamen we aan bij de Parco, die was nog niet eens open. Ruth stelde voor om via de buitenkant - via het trappenhuis - alvast naar de goeie verdieping te lopen. Eenmaal boven troffen we al een dertigtal mensen aan die stonden te wachten. Aan hun tassen en de social media posts die ze op hun telefoon bekeken zagen we al snel dat het merendeel voor de Pop Mart (gekte) en de Nintendo Store kwamen. Nog heen kwartier later was de rij achter ons zeker twee keer zo lang als die voor ons. Klokslag 10 gingen de deuren open en bedankten de suppoosten ons dat we zo netjes hadden gewacht en ons zo netjes gedragen hadden in de rij. We stapten snel door naar het cafeetje, tot onze grote vreugde waren we de eerste klanten en stonden er op het reserveringsbord nog genoeg cirkels. Een rondje betekent namelijk: plaatsen beschikbaar, een driehoekje: nog enkele plaatsen beschikbaar, een kruisje: volzet. Nou…wij juichen natuurlijk, mission accomplished. 

 
Net zoals bij het Kirby café moesten we alle gerechten in één keer bestellen maar verder geen restricties. Het Kirby café was leuk, maar dit was next level, al helemaal voor een tijdelijk evenement. Alle tafeltjes en muren waren opgetuigd met Katamari visuals. Twee grote fotowanden, die ook nog gesigneerd waren door de makers. LCD schermen waar afwisselend alle cousins (van de prins) op te zien waren, en natuurlijk de fenomenale soundtrack die uit de speakers schalde. Vol ongeloof staarden we elkaar aan, Elin was helemaal hieperdepieper terwijl ze de game niet eens kende. Voor elk gerecht of drankje dat we besteld hadden kregen we een exclusieve coaster (onderzetter), niet dat we die thuis gebruiken maar het zijn wel leuke verzamelobjecten. Op eBay gaan ze zelfs voor zo’n 50 dollar over de toonbank. En toen kwamen de gerechten, haha..check de foto’s. 
 
 

Alles zag er even mooi uit en er was een frisse creatieve draai aan het Katamari thema gegeven. Ik heb geloof ik ook nog nooit zo’n mooi ijsje (in het echt) gezien als de Koning van de Kosmos coupe. Alles smaakte ook uitstekend. Het was dat we ‘s ochtends vroeg nog geen trek in pasta hadden maar de regenboogpasta was oogverblindend. Allemaal wilden we zo snel mogelijk onze Switch opstarten om weer Katamari Damacy te spelen..maar eerst het Ghibli Museum aan de beurt…

 



 


zaterdag 23 augustus 2025

Team grenzeloos

 


Vandaag staat Team Lab Borderless op het programma. Teamlab is een internationaal kunstcollectief dat bestaat uit een interdisciplinaire groep van specialisten die kunst, wetenschap en technologie proberen te combineren. De groep bestaat uit kunstenaars, programmeurs, engineers, wiskundigen, architecten en animatoren. Twee jaar geleden bezochten we teamLab Planets op Odaiba. Deze tentoonstelling bestond uit 6 reusachtige kunstwerken waarin je helemaal in op kon gaan. Alle vier vonden we dit één van de hoogtepunten van onze vorige Japantrip. Teamlab installaties zijn inmiddels opgenomen in museumcollecties over de gehele wereld. Maar laat Team Lab Borderless nou net sinds vorig jaar geopend zijn in het Azabudai Hills complex in Tokyo. 


 

In tegenstelling tot het andere museum bestaat Borderless niet uit een aantal op zich zelfstaande kunstwerken maar heeft het museum meer weg van een digitaal kunstlandschap zonder duidelijke grenzen. Er is geen plattegrond en de kunstwerken zijn niet gekoppeld aan één ruimte en beïnvloeden elkaar zelfs. Klinkt vaag en pretentieus maar zo hebben we het absoluut niet beleeft…integendeel!




Bij binnenkomst struinen we eerst door een aantal grote ruimtes die in hun geheel ondergedompeld worden in bloemen- , kalligrafie-, en abstracte patronen. In een volgende ruimte staat er een ijsschotsvormig object centraal waar allerlei bezoekers op zitten. Over de wanden en vloeren stromen wind en ijsachtige structuren zodat de ruimte op een digitale poolvlakte lijkt. Allemaal leuk en aardig maar we werden in eerste instantie niet zo overdonderd zoals twee jaar geleden. Het ontsteeg nog niet echt de Instagram/TikTok musea: musea puur opgezet om plaatjes te schieten en die vervolgens op social media te plempen. 

 

Maar toen begonnen ons wat dingen op te vallen. Naast me zat een man met zijn rug tegen de muur en langzaam verscheen er een rode gloed op de vloer en muur om hem heen. De gloed ging over in een knapperend haardvuurtje, het leek wel of mijn buurman in lichterlaaie stond. En terwijl Elin in de zaal aan het rondhupsen was merkten we op dat de ijsvormige stromen Elin haar bewegingen volgden. Dit nodigde uit tot experimenteren! 
Elin en Ruth gingen samen op de grond zitten, al snel bogen de lijnpatronen zich om hen heen, vervolgens begonnen er allerlei bloemetjes om hen een te groeien en bloeien. Deze techniek was al behoorlijk indrukwekkend en dat was nog maar het begin. De experimenteerdrift begon op ons alle vier vat te krijgen. Zo wandelde er een optocht van muziekanten langs de muren door het gehele complex. Als je één van de personen aantikte, draaide hij zijn hoofd om en wuifde hij je gedag om vervolgens zijn blik weer op de mensen die voor hem liepen te richten en zijn weg te vervolgen naar de volgende zaal. 

 

Het was echt magisch om de interactie tussen de bezoekers en de kunstwerken te zien. De installatie waar we met z’n allen de meeste pret hebben beleefd was Sketch Ocean. De ruimte zelf was één grote vissenkom gevuld met een kleurenzee aan oceaangespuis. Aan de balie mochten we een (contour)kleurplaat uitkiezen van een kwal, haai, inktvis, tonijn, schildpad of zeepaardje. Die mochten we om de hoek in een sweatshop gaan inkleuren met vetkrijtjes. 

 


Eenmaal klaar werden ze onder de scanner gelegd - ik kreeg nog complimenten voor mijn vis omdat deze zo’n manische blik had - vervolgens plonsden onze vissen in het aquarium. Ik heb deze techniek al eens eerder gezien, volgens mij met vlinders in Naturalis. Maar niet zo uitmuntend als hier. Het duurde even voordat ik mijn eigen vis terugvond in het aquarium. Maar eenmaal gevonden ging Elin er als een speer achteraan. Zodra ze de mogelijkheid had gaf ze mijn vis een klap op zijn kop, deze veranderde dan van richting en schoot een andere kant op. 

 


De kwal van Jip knipperde ook nog met zijn ogen en kon zelfs huilen. Hierbij verbleekten die Tamagotchi’s van Jip en Elin, dit waren nog eens huisdieren.
Als afsluiting besloten we nog het theehuis te bezoeken wat ook deel uitmaakte van de  gehele Teamlab beleving. Allen kozen we een kopje groene thee en een bolletje ijs (yuzu of matcha kokosnoot) bij de kassa.
Voor elk gerecht kregen we een soort houten kaartje met reliëf, daarna werden we naar onze plaats begeleid. Het was behoorlijk donker in het thee-huis. Nu begrepen we de kaartjes die we net had gekregen ook wat beter. Deze hadden ook een soort braille functie voor het bedienend personeel. 

 


Op het moment dat onze ijsjes en thee geserveerd werden begonnen er allemaal takjes uit mijn matcha ijsje te groeien. Geen echte natuurlijk maar door middel van een loodrechte projectie bovenop mijn ijsje kwam deze tot leven. In mijn kopje thee kwamen blaadjes tot bloei.
De plant uit mijn ijsje groeide sierlijk door, ook ontsnapte er een vlinder uit mijn kommetje. Het was razendknap gedaan want ook als we onze bakjes verplaatsten bleven de projecties trouw volgen.
Het is dat de thee koud werd en het ijs smolt, anders hadden we er nu nog steeds gezeten. Overdonderd verlieten we Teamlabs. 

 

We zijn die middag nog wat blijven hangen in het Azabudai Hills complex. Er waren een aantal fotospots omdat er in het een complex een tentoonstelling was over Isao Takahata, dat andere Ghibli zwaargewicht (o.a. Grave of the Fireflies & Pompoko). Een aantal kleine binnenparkjes en wat fijne delicatessenwinkeltjes waar we een vrolijke lunch bij elkaar konden sprokkelen.


 

vrijdag 22 augustus 2025

My way or the ropeway


 

Een zondagje de natuur in…daar waren we wel weer aan toe. Even de stadshitte en stadsdrukte ontvluchten. Er zijn voldoende grote (zeg maar enorme) parken in Tokyo. Maar als je wil zit je ook zo midden in de wildernis.
Japan is nogal bergachtig, op een aantal vlakke plateau’s na. Op deze plateau’s zijn juist de grote steden zoals Tokyo gebouwd, en daar hebben zich dus ook de meeste mensen gevestigd. Als je van zo’n plateau af stapt sta je vrijwel direct in de natuur. Omdat het openbaar vervoer zo goed en snel is zijn dagtrips vanuit Tokyo vrij eenvoudig. Zo hebben we Mount Takao al eens beklommen in een dag, net als de oversteek naar Nokogiriyama die we maakten. Vandaag gaan we naar Mount Mitake. De reis ernaar toe is vrij eenvoudig, we hoeven eigenlijk enkel tot één van de laatste stations van de Chuo Line te rijden. Toen we regelmatig bij Bobby en Nancy logeerden was de Chuo Line onze navelstreng met de rest van Tokyo…dat (trein)lijntje kunnen we nog steeds dromen. 😊

Na zo’n anderhalf uur stapten we uit in een compleet andere wereld. Een robuust berglandschap heette ons welkom, de cicades werden overstemd door de ruisende rivier. Na het lange stilzitten konden Elin en Jip even hun renkriebels van zich afschudden terwijl wij op zoek gingen naar een lunchplek. Het gebied staat onder andere bekend om zijn saké proeverijen en tofu restaurants… we kozen voor die laatste. :)



Ruth had al een piekfijn restaurantje uitgezocht maar helaas waren we weer een dag te laat met reserveren. Gelukkig zat er nog geen 20 meter verderop een eettentje van dezelfde orde met minstens zo’n goede reviews, bovendien konden we er direct terecht. We bestelden met z’n drieën een uitgebreide lunch met een tiental kleine gerechtjes. Elin snackte hier en daar een klein hapje mee. Het is nog steeds: wat de boer Elin niet kent dat vreet ze niet…alhoewel het steeds beter gaat en ze steeds meer wil proeven. Jip eet ondertussen met alles mee. Hij is wel vegetariër maar met vakanties als deze is hij van de flexi-soort. 

 

Eenmaal buiten zetten we onze wandeling voort: eerst over de brug over de snelstromende rivier en dan de de berg op. Zover kwamen we niet eens want toen we op de brug naar beneden tuurden zagen we een tiental mensen door het frisse water van de rivier waden. Elin was als een koppige ezel niet meer vooruit te branden en ons leek het eigenlijk ook wel een verkwikkende start van de dag. De afdaling was behoorlijk stijl maar wel te doen. Jip en Elin gingen met sandalen het water in, Ruth en ik met blote voeten. Vanwege de scherpe stenen op de bodem en de stevige stroming was het best een uitdaging niet om te kukelen, helemaal met een sjorrende zesjarige aan je arm. Maar verfrissend was het zeker. 

 


Verder werd er volop gevist en kwam er om de 10 minuten een groepje fanatiekelingen in rubberboten langs die aan het raften waren. Na weer op de kant geklauterd te zijn vervolgden we onze wandeling. Eerst die flinke brug over op weg naar Mount Mitake. We besloten de rivier te blijven volgen, zo hadden goed zicht op de bergen en de bruisende Tamagawa die zich kronkelend om de enorme rotsblokken worstelde. Het was leuk om zo plots te schakelen van zinderende metropool naar het verfrissende natuurgeweld rondom Mitake-san. Het was ook tof om te zien dat er op zoveel verschillende niveaus dagjes uit werden georganiseerd: er werd flink geraft en gekajakt, tientallen vissers met meterslange hengels tot kniehoogte in het water en dagjesmensen die hun ‘kampje’ hadden opgeslagen in de inhammen van de slingerende rivier.  

 


Nadat het wandelpad een beetje dood liep en we een niveau hoger onze wandeltocht moesten voortzetten hebben we een pitstop gehouden en besloten de bus te pakken naar de voet van Mount Mitake. Vanaf Takimoto Station pakten we de kabelbaan die ons in 6 minuten 423 meter hoger afzette op Mitakesan Station, nu zaten we op 831 meter hoogte. Maar we konden nòg hoger, met een stoeltjeslift konden we nog eens 100 meter hoger afgezet worden. Elin was wat huiverig voor de kabelbaan, ze had het idee dat we in een soort achtbaan stapten. Ondanks dat dit wel de steilste ropeway van Japan is gingen we niet één keer over de kop. Juist bij de stoeltjeslift hadden wij verwacht dat Elin niet zelfstandig op zo’n stoeltje durfde te springen en zich zelf mee naar boven te laten voeren maar niks was minder waar, ze sprong op het zitje en het gehele ritje kakelde ze van plezier. 

 

Eenmaal helemaal boven bewonderden we het uitzicht - in de verte kon je duidelijk Tokyo zien liggen - en maakte we een kleine wandeling. Daarna moesten we weer op pad om dezelfde dag nog mee naar beneden te kunnen met de kabelbaantjes. Voordat we op de tweede kabelbaan stapten hebben we nog een schaafijsje gegeten op het terras. Daarna zijn we in één ruk door gereisd naar het warme en knusse Tokyo.

 


 

woensdag 20 augustus 2025

Koters day out

 

 


Terwijl Ruth met Elin nog een dagje naar het Tokyo Sea Life aquarium is geweest en ze in een zwanenbootje zijn wezen varen in Kichijoji, ben ik met Jip naar de Gacha Gacha 60th Anniversary Exhibition geweest. 

Een feestelijke tentoostelling om het 60 jarig bestaan van de gashapon te vieren. Even een recap: gashapons zijn de gekleurde balletjes die je uit een automaat trekt voor zo’n 300 à 500 yen. In de balletjes zit meestal een plastic figuurtje of modelletje uit een manga, animé of game gerelateerde franchise. In een gashaponserie zitten meerdere figuurtjes…zo is het dus een gok welk figuurtje je krijgt uit de serie. Naast de welbekende series en genres zijn er ook een legio aan afwijkende categorieën, dan moet je denken aan: designertoys, popidolen, poppenhuismeubels, locale souvenirs, (plastic) etenswaren, je kunt het zo gek niet bedenken.. wij gaan vooral hard op de meest hilarische en originele exemplaren in het gashaponlandschap. 😬

 

Een historisch overzicht ontbrak natuurlijk niet in deze overzichtstentoonstelling.
Het leuke van deze expo is dat 5 gashaponontwerpers en 11 fabrikanten de koppen bij elkaar hebben gestoken om  een zo’n compleet en afwisselend mogelijk overzicht te tonen. Een aantal favorieten passeerden de revue, zoals de gecensureerde hondjes, de kattenbak sneeuwglobes en de vloeibare katten in een vissenkom. Ook ontdekten we veel nieuwe gekkigheid: plastic stenen waarin je je voordeursleutel kan opbergen. Zorg wel dat de kleur matcht met het grint op je oprijlaan.  😉 Dan waren er ook nog de tepels (in vijf kleuren) die je op je overhemd kan klemmen en de stressball-tanuki’s waarvan je lekker hun balzak kan kneden om zelf tot rust te komen. 

 

Een aantal designertoys die in onze eigen vitrine staan kwamen we ook nog tegen. Al met al was het een leuke mix van herkenning, gekkigheid..en het aanwakkeren van onze verzamelwoede. Het enige wat we zelf in de tentoonstelling vonden misssen was een kijkje in de keuken. We hadden graag gezien hoe een gashaponserie tot stand komt van eerste schets tot eindproduct. Maar het is zeer goed mogelijk dat dit bij één van de workshops wel aan bod was gekomen. Er was namelijk een brainstorm met makers rond een bepaald gashapon thema en ook een workshop waarbij je begeleid wordt van schets naar gashapondisplay (de displayborden waarop je ziet welke gashapons er in de machine zitten). De workshops hebben we helaas gemist maar aangezien het de een-na-laatste dag van de expo was waren we al lang blij  dat we deze tentoonstelling nog net mee hebben kunnen pikken. 

De volgende dag is Jip samen met Ruth naar het skatepark van Keiji Masuda (Maschi) in Takasaki gereisd…een kilometertje of 100 verderop. Maschi volgen we al een tijdje op Instagram en dit leek Ruth de uitgelezen mogelijkheid om ‘m eens te ontmoeten…en aldus geschiedde. 

Vandaag was het weer een snoeihete dag in Tokio en besloot ik om maar een beetje onder de radar te blijven met Elin. Wat ontzettend tof is aan (het zomerse)Tokio, is dat op tientallen plekken in de stad waterspeelplaatsen worden gecreëerd om de moordende hitte te lijf te gaan. Op al deze plekken worden waterdampkanonnen neergezet. Bij van die pleinfonteintjes worden er vaak nog een paar sproeiers en sprinkle- en stortdouches bij geplaatst. In speeltuinen worden er kleuter en peuterzwembaden in het leven geroepen. 

 

Het Shinjuku Chuo Park is altijd al één van mijn favoriete speeltuinparken in Tokyo geweest vanwege de prachtige stenen vinvis. Vandaag konden we er ook terecht voor waterpret dus wat mij betreft was de keuze eenvoudig voor vandaag. Met Elin haalde ik eerst wat broodjes bij een ‘Deense’ bakker voor ontbijt. Het assortiment bestaat zeker uit een broodje of 50 om uit te kiezen. Van zoet naar hartig, van shizo met anpan tot hotdog…keuze genoeg. 
Een aantal speeltoestellen waren vernieuwd in het Shinjuku Chuo Park, en de vinvis had een verse lik verf gekregen. Die moesten natuurlijk door Elin getest worden. Ondertussen ging ik even polshoogte nemen  bij het watergedeelte. In het badgedeelte was nog niet veel actie aangezien het pas een uur later open ging, dat werd nog even zweten. Aangezien naast het park het Tokyo Metropolitan Gouverment Building staat, leek het me eigenlijk wel een puik plan om te kijken of we vanuit dat gebouw (op 250 meter hoogte) vandaag Mount Fuji konden zien, de lucht was ketsblauw en we moesten tenslotte toch tot elf uur wachten voordat Elin in het water kon plonzen. Op voorwaarde dat Elin het hele klimparcours van de speeltuin nog twee keer mocht doorlopen wilde ze wel mee. 

 


 Een half uurtje later stonden we aan de voet van de rechter toren Gouverment Building. Vandaag waren beide torens open voor bezichtiging en was de wachtrij verrassend kort. Binnen 20 minuten waren we boven. Deze uitkijkspot is sowieso de moeite van het bezoeken waard; de entree is gratis, het gebouw staat naast het Park Hyatt hotel uit de film Lost in Translation, je kunt de Tokyo Tower en de Sky Tree zien…Fuji San verborg zich vandaag helaas toch achter een dikke wolk. Maar dat mocht de pret niet drukken, Elin vond het al hartstikke grappig om de speeltuin waar ze net was van zo’n grote hoogte te zien en te constateren dat er nu miertjes van de glijbaan gleden in plaats van kinderen.

 



Eenmaal weer beneden begaven we ons naar ‘The Water Splash Area’. Er was inmiddels al een flink aantal kinderen aan het spetteren en voordat ik Elin haar zwembroek kon aanreiken lag ze al in het water. Na een minuut of tien hebben we toch maar de zwembroekwissel gedaan. Ook dit jaar viel ons weer op dat ze in Japan behoorlijk ver gaan met het ‘safety first beleid. Ellenlange instructievideo’s en voorzorgsmaatregelen zijn ons niet vreemd. In de Splash Area hadden we een heuse lifeguard terwijl het water op geen enkele plek dieper is dan 25 cm. Elin - die als het even kan, overal haar kop in het water steekt - werd al snel teruggefloten. Het was niet toegestaan om al staande je hoofd onder te dompelen. Schoolslag was ook een no-go ondanks dat Elin gewoon met haar buik op de bodem lag.  Gelukkig was Elin niet de enige roughneck die continu gecorrigeerd moest worden. De lifeguard had het er maar druk mee. 

 


Om twaalf uur werd er opeens hard gefloten en moest iedereen plots het water uit. Ik dacht eerst nog dat er iemand in het water had gepoept of een kleuter het nog bonter had gemaakt dan Elin, maar niks van dat alles. Schijnbaar werd na elk uur het complete splash gebied leeggekamd voor een verplichte 10 minuten rust. Ik had niet zo’n zin om zo lang te wachten en stelde Elin voor om wat te gaan eten. Ik kon tenslotte alleen tot mijn enkels in het water staan en op de schaduwplekken na was de grond letterlijk lava. Ik kon er met natte voeten 15 seconden  op staan zonder mijn voetzolen te verschroeien. Bovendien had ik niet zo’n zin om te wachten op de rode kaart die Elin later ongetwijfeld nog van de lifeguard zou krijgen. En voor Elin zelf was het ook niet echt big fun om zichzelf zo erg in te moeten houden.
Elin wilde dolgraag pizza eten en toevallig herinnerde ik me nog een pizzatentje in de buurt. Er waren maar drie mensen voor ons in de rij... maar toen we na tien minuten nog steeds op dezelfde plek stonden koos ik voor plan B. ‘Elin, zullen we in het park gaan picknicken?’ Nou, dat was een schot in de roos. Shinjuku Gyoen was een paar dagen eeder al een perfecte hitte-afleider. Bovendien kon ik zo ook zelf ons ritme bepalen zonder afhankelijk te zijn van wachtrijen en beschikbare zitplaatsen. Bij de Lawson kochten we een vrolijke picknicklunch bestaande uit: onigiris, verse ananas, meloenbroodjes, een jellydrankje, fanta meron en wat vruchtensnoepjes. Ik kocht er ook nog een kleine blocnote en wat potloden want Elin had tekendrang en ik was haar tekenspullen vergeten mee te nemen. In het park hebben we een koel plekje onder één van de bomen in de Japanse tuin uitgezocht. 

 


Later werden we nog vergezeld door een flinke raaf. Hij ging een paar meter verderop in een boompje zitten en kletste er op los. Elin vond wel interessant maar ook wel wat intimiderend. 
Na nog wat rondgerend te hebben is Elin met me mee gegaan om het Hotel Gracery Shinjuku te bekijken. Uit het dak van het hotel steekt namelijk een enorme Godzillakop. Vervolgens zijn we naar Koenji gereden om samen met Jip en Ruth wat te gaan eten en onze avonturen uit te wisselen. 


 



dinsdag 19 augustus 2025

Tokyo Ah!

 


Inmiddels zijn we een blogpost geleden al in Tokyo aanbeland. Na ons yōkai avontuur in Fukusaki hebben we daaropvolgende ochtend - op Elin haar verzoek - nog het kasteel in Himeji bezocht. Daarna zijn we in de shinkansen gestapt om in 3,5 uur door te reizen naar Tokyo wat zo’n 575 kilometer verderop ligt. Bijna twee weken zullen we verblijven in de wijk Kōenji, of eigenlijk op de grens van Asagaya en Kōenji…op zo’n 7,5 km afstand van Shinjuku.
Nou laten we met het positieve deel beginnen: het appartement is fantastisch; het is ruim (zowel voor Jip en Elin een eigen slaapkamer als een eigen slaapkamer voor Ruth en mij), luxe en modern. Het huis bevat een aantal decadente technische snufjes zoals bijvoorbeeld een badkuip met een geïntegreerde televisie en een tandpastatube uitknijper, haha. De wasmachine is dan wel weer cool: een zilveren monoliet (met wastrommel) die doet denken aan 2001 a Space Odyssey. Pas als je de power-knop aantikt licht de display op de bovenkant op met haar tientallen opties voor wasprogramma’s. De voordeur is ook een verhaal apart, die werkt namelijk met een pasje. Dat pasje lag in de digitale brievenbus die met een cijferdisplay open gaat, een soort bankkluis voor je post. In de deurklink van de voordeur zit de sleutelscanner. Het duurde even voordat we de deur open hadden.


 

Of open ging eigenlijk makkelijk want als we het pasje in de buurt hielden lichtte een verborgen groen licht op. Afsluiten was wat ingewikkelder; de deur sloeg namelijk niet in het slot. Na een aantal minuten kwamen we er achter dat er op de gestileerde deurklink nog een klein plat knopje zat dat in combinatie met de sleutel de deur vergrendelde. Ik denk als we in Amsterdam zo lang bij een voordeur hadden staan rommelen de buren ongetwijfeld de politie hadden gebeld. Het vergrendelen van de deur vanaf de binnenkant werkt ook net wat anders. Op de deur zitten twee solide draaiknoppen. Deze staan op rood als ze de deur niet vergrendelen, als in: let op… de deur is niet op slot! Zijn ze juist op slot gedraaid, dan zijn ze groen: alles is veilig! Die kleurcombinatie gebruiken we in Nederland net andersom.
Wat dan een beetje een tegenvaller is, is dat we dachten het appartement helemaal voor ons vieren gehuurd te hebben. Nou blijkt dat de verhuurder ook gewoon in het huis verblijft en gewoon zijn dagelijkse leven leeft. We delen de toilet, badkamer en gemeenschappelijke ruimtes. Met Elin haar strapatsen en moeizame vakantie-bedritueel is het niet zo relaxed dat we nauwelijks privacy hebben. Ook kunnen we eigenlijk niks in de woonkamer laten liggen, en is er nergens kastruimte om iets in op te bergen want alle kasten zitten reeds vol. We leven dus vanuit onze koffer. De verhuurder is wel een aardige man hoor maar het was wel een beetje raar dat we na dag één het verzoek kregen om de rest van ons verblijf te cancelen bij Booking, hij zou met ons dan buiten Booking om een alternatieve prijs rekenen. Hij zat namelijk al aan zijn maximum aantal verhuurdagen dat geoorloofd is bij Booking en hij wilde er zo voor zorgen dat hij nog wat extra dagen zijn appartement kan verhuren.
Al met al is het nu ook weer geen ramp aangezien we vrijwel de hele dag de hort op zijn.

 

Zoals afgelopen woensdag bijvoorbeeld. Toen bezochten we de Design Ah! Exhibition De expo is een doe- en beleeftentoonstelling met het idee om kinderen aan te moedigen verschillende alledaagse handelingen opnieuw vanuit een designperspectief te bekijken. Een paar maanden geleden zagen we al wat beelden van één van de video-installaties; hier moesten we naar toe!
De combinatie van de vormgeving, vindingrijkheid, humor en bovenal de muziek maakte dit één van de leukste en origineelste tentoonstellingen die we bezocht hebben. 
Aan het begin van de expo waren er in een lange gang 3 verschillende zebrapadpatronen op de vloer afgebeeld. Elk van de paden had witte strepen van verschillende diktes. Ook lagen de strepen per pad op verschillende afstanden van elkaar. Door op de witte strepen te stappen bij het oversteken besef je dat over de meest eenvoudige dingen in het dagelijkse leven goed is nagedacht door de ontwerpers. 

 

Bij een andere installatie wordt er aan je gevraagd in een bepaalde houding te gaan staan. Hoe je moet gaan staan zie je doordat er een sjabloon over je eigen videobeeld wordt gelegd…a la ‘walk like an egyptian’. Als je na de oké-melding het hokje uitloopt zie je op een groot videoscherm dat de still die je net gemaakt hebt gebruikt wordt voor een animatie van een lopend persoon, het leuke is…elk frame is een andere expobezoeker. 

 

Vervolgens was er ook nog een hoekje waar je een gebroken kruik (van plastic) weer in elkaar mocht zetten. De breuklijnen waren magnetisch, en omdat ze ook geel waren, leek het een beetje op een Kintsugi reparatie; de Japanse techniek waarbij gebroken keramiek met goud- of zilverkleurige lak wordt gerepareerd. Dit was een uitstekend samenwerkklusje voor Jip en Elin. Binnen no-time zat de kruik in elkaar en in een split-second lag ‘ie weer in scherven. Dat was ook de bedoeling want het volgende team stond al klaar om de kruik te fixen. 

 


Het was best druk in het museum waardoor we best lang moesten wachten wilde je bij alles meedoen. We besloten er bij drie nog in de rij aan te sluiten en de andere te aanschouwen in plaats van er aan deel te nemen. In een andere zaal waren een aantal indrukwekkende videoproducties te zien, deze bedekten de vier muren in zijn totaal en ook nog aan één stuk zodat het één grote aansluitende video was. Aan deze kant van het museum was ook de installatie te zien die ons naar deze expositie gelokt heeft. Op een groot videoscherm wordt je aangemoedigd om met je arm een herhalende beweging te maken richting het scherm, in de trant van: chop it, pull it, turn it. Vervolgens zie je - terwijl je de beweging maakt - korte filmclips die een interactie zijn op de beweging die je maakt. De muziek en het ritme van de video maken het een onweerstaanbare ervaring. Ik denk dat onderstaande video dat wel over brengt. Op mijn Insta heb ik nog wat meer beeld staan (in een prettiger formaat dan op dit blog).


 

Bij de uitgang van het museum kwamen we in een grotere ruimte terecht waar je nog een fotomomentje gecreëerd was (zoals op vrijwel elke Japanse tentoonstelling), de giftshop zat en je een prachtig uitzicht had op de skyline van Tokyo. We bevonden ons namelijk op de 45ste verdieping van de Toranomon Hills Station Tower, met goed zicht op de Tokyo Tower. In het midden van deze zaal was er een soort grasveldje gecreëerd (met een lintje er omheen) waar een 30-tal kinderen aan het tekenen waren. Uit een kast kon je namelijk een houten klembordje pakken en een houten potlodendoosje. Op het klembord zat een tekenvelletje geklemd met daarop het hiragana karakter voor ‘ah’ (あ) heel licht voorgedrukt. Met het idee dat iedereen zijn eigen draai er ‘ah’n kan geven. (#streepjeophetslechtegrappenbordvannrc)
Als je tekening klaar was kon je ‘m inleveren met de kans dat deze in de eregalerij van het museum komt te hangen… je mocht ‘m natuurlijk ook mee naar huis nemen maar Jip en Elin besloten ‘m in te doneren aan het museum.



‘s Avonds hebben we nog sushi gegeten bij een Sushiro vestiging. Daar valt niet zoveel noemenswaardigs over te vermelden (het was lekker en gezellig) ware het niet dat er een Limburgs gezin naast ons kwam zitten. Ik zag Ruth haar wenkbrauwen al enkele keren fronsen. En zelfs Jip en Elin begonnen veel zachter te praten, haha. Elin vertelde op fluistertoon: ’Het lijkt wel alsof ze Nederlands praten.’ We hebben tenslotte al drie weken niemand anders van Hollandse origine gehoord, maar het kan ook komen door het zwaar Limburgs accent dat Elin twijfelde over het Nederlands.
De reden waarom we ons niet zo verbonden voelden met de mede-nederlanders was met name hun omgang met de Sushiro-crew.
Schijnbaar konden ze iets niet duidelijk maken aan het personeel. Ze bleven maar stug in het Nederlands herhalen wat ze bedoelden. In plaats van over te schakelen naar Engels of gebaren gingen ze enkel nog harder in het Nederlands praten. Volgens mij heeft dat niet het gewenste effect gehad, het zorgde er enkel voor dat wij nog zachter tegen elkaar fluisterden. 



zaterdag 16 augustus 2025

Small & smelly

 


 Ook deze vakantie splitsen we ons zelf een paar daagjes op in twee teams. Zo krijgt ieder voldoende aandacht en kunnen we iets meer tegemoet komen aan ieders persoonlijke behoeften. 🙃 Ruth trekt vandaag op met Jip om in een skateparkje  in Tachikawa te gaan rollen, ik ga een dagje met Elin op stap. Tja, waar ga je dan met een zesjarige puber naar toe? Juist, naar het poepjes museum oftewel het Unko Museum. Vooropgesteld, het is geen educatief museum, it’s all about the fun!…nou, go met de flow dan maar. 😊
Als we in het voorportaal van het museum aanbelanden krijgen we eerst een instructievideo voorgeschoteld: hou je kroost een beetje in de gaten, gooi geen poepjes in de ballenbak en schaam je vooral niet voor je poepjes. Daarna werden we los gelaten in de arena. Ik had van tevoren wel een aantal reviews gelezen om een beetje voorbereid te zijn op wat er komen zou. De negatieve recensies die ik kon vinden haalden vooral de enorme herrie van schreewende kinderen aan. Nou ben ik wel wat gewend, maar er is blijkbaar een reden waarom er zoveel geschreeuwd wordt. In één van de cabines staat voor een enorm beeldscherm een rijtje microfoons opgesteld. Het is de bedoeling dat je zo hard mogelijk ‘úúnkóóóó!’ in de microfoon schreeuwt, hoe meer decibellen je uitstoot, hoe groter de roze drol wordt die op het scherm verschijnt. Dat soort enthousiast geschreeuw kan ik wel hebben. 

 

Dit soort ‘performance-attracties’ waren wat te veel exposure voor Elin waardoor ze extreem verlegen werd. Gelukkig kon ze wel goed uit de voeten met de ballenbak, een aantal photobooths en een poepstampspel. Bij een racespel waarbij een viertal pluizige poepjes met kattenstaarten naar de finish raceten moest ik wel even de wenkbrauwen fronsen. 

 


Aan het eind van de museumroute was er nog een soort Galerij de Groten. Er hingen zo’n 150 lijstjes (in toiletbrilvorm). Met een toiletpapiertje kon je een galerijplekje schoonpoetsen om ruimte te creëren om zelf een kunstwerkje op de muur aan te brengen.

 

Na het poepjes museum (Zoals Elin het noemt) zijn we nog even naar de Unicorn Gundam gaan kijken op DiverCity. Elin heeft de afgelopen weken namelijk een fascinatie ontwikkeld voor enorme robots en met name voor Godzilla. De levensgrote (whopping 19,7 meter) robot op Odaiba konden we natuurlijk niet overslaan. Daarna zijn we wat gaan lunchen en heeft Elin me nog geholpen bij het zoeken naar een paar Dan-da-dan shirtjes in de Uniqlo. Jip, Ruth en ik zijn verslingerd aan de manga en de animé. Tijdens de release van de shirts zaten we op Inujima midden in de wildernis. Toen we weer voet aan vaste wal zetten waren desbetreffende shirts vrijwel nergens meer te krijgen (want Japan). Maar op Odaiba hadden we gelukkig beet. 

 

Om er een dagvullend programma van te maken besloten we ook Small Worlds te bezoeken. Het Small Worlds museum is een soort Madurodam…maar anders. Een aantal jaar geleden zijn we nog eens met Jip naar Madurodam geweest, en daar had de tijd behoorlijk stil gestaan vonden we. Japan kent natuurlijk een rijke en lange geschiedenis als het gaat om model- en miniatuurbouw, denk maar aan de Toho filmstudio met haar godzillafilms en Tokusatsu-series…dus met dat gedeelte zit het wel snor. Ook is er een deel van Small Worlds dat een Neon Genesis Evangelion thema heeft. De animé met haar reusachtige karakteristieke robots leent zich uitstekend voor miniatuurbouw setting. 

 



Wat ik enorm leuk vindt aan het hele museum is dat er ontzettend veel leuke details, grapjes en bekende karakters in de landschappen zijn verwerkt. We ontdekten in één van de zeeën een enorme schildpad met een kasteeltje op zijn rug. En we kwamen er achter dat als je langer op een plek bleef wachten het avond werd en de verlichting aan ging. In de acht gebieden zijn overal knoppen geplaatst die er voor zorgen dat details worden uitgelicht of gaan bewegen. Hier en daar staat er een verdwaalde draak, WeGo droid of een Evangelion karakter in het landschap. Ook zijn er overal gangetjes zodat je -als je klein genoeg bent - via een ‘putdeksel’ in het landschap of op de landingsbaan van dicht bij een kijkje kunt nemen. 

 

Aan het begin van onze ontdekkingsreis kregen we een puzzelopdracht mee waar een prijs mee te winnen viel…nou, ik had toevallig een bloedfanatieke reisgezel… dus kom maar op! Op onze kaart stonden zeven fotootjes van locaties. Deze locaties moesten we zien te vinden; in de buurt van deze plekken was een letter verstopt (6 losse letters en één set van 2 letters). Met deze acht letters kon je een woord vormen: als je het juiste woord gevormd had mocht je aan de loterij meedoen. De eerste vijf letters vonden we vrij vlot, de set van twee was al heel veel moeilijker en de laatste konden we absoluut niet vinden. ‘Omedeto_’ stond er op onze kaart. De uitkomst moest dan wel ‘omedetou’ (gefeliciteerd) zijn. 

 

Trots liepen we samen naar de loterij-balie. Elin mocht het bingorad, vier keer in de rondte draaien…er kwamen twee balletjes uit het tonnetje rollen. Elin mocht twee Neon Genesis kaarten in ontvangst nemen. De afbeeldingen op de kaarten zeiden haar niet zoveel maar het feit dat ze twee prijzen had gewonnen maakte haar beretrots. 

Een paar minuten later kwamen we een stelletje tegen dat aan ons vroeg of we wisten wat de oplossing van de speurtocht was en wat de te winnen prijs was. Toen ik Elin uitlegde wat de mensen van ons wilden weten was ze verbijsterd en moest ìk een preek van minstens twintig minuten aanhoren waarom het not-done was om vals te spelen bij zo’n moeilijke wedstrijd.
Aan het eind van de rit werd ons ook nog aangeboden om een 3d scan van ons zelf te laten maken. Dat was gratis, als je er een 3d beeldje van wilde maken dan kon je die via de website bestellen…dat hebben we maar gedaan: een leuk aandenken aan een gezellige dag.


 

donderdag 14 augustus 2025

Who you gonna call?

Yōkai (妖怪) is de verzamelnaam voor zo’n beetje alle soorten bovennatuurlijke wezens en fenomenen in de Japanse folklore en mythologie. In oude volksverhalen werden Yōkai vaak gebruikt als verklaring voor schijnbaar onverklaarbare gebeurtenissen. Een van de bekendste Yōkai is de kappa, die ziet er uit als een schildpad en heeft een holte bovenop hun hoofd waarin een plasje water staat. Hij leeft in de buurt van water en is erg ondeugend en soms zelfs ‘katte-kwaadaardig’. Als ze het water verliezen uit het kuiltje boven hun hoofd dan verliezen ze hun kracht. 

 

Als je er een beetje oplet zie je dat de Japanse maatschappij doordrenkt is met de Yōkai. Zo zijn er de Tanuki (de wasbeerhond) en de Kitsuné (de vossen die je veel ziet in de tempels). Maar zelfs de Gezichtsloze (No-face, 顔無し) uit Ghibli’s Spirited Away is een Yōkai.
Kunio Yanagita (1875-1962) was een van de eerste geleerden die de Japanse volkstradities, mythen en legendes – waaronder verhalen over yokai – verzamelde en omvormde tot literaire werken. Yanagita's werk droeg bij aan het behoud van deze verhalen in een tijd waarin Japan snel moderniseerde en mondelinge tradities verdwenen. 
Yanagita’s geboorteplaats is Fukusaki, een stadje zo’n 25 km boven Himeji. Om zijn nalatenschap te eren heeft dit stadje yōkai omarmd als onderdeel van haar culturele identiteit. Om meer toeristen te trekken begon Fukusaki met het oprichten van diverse yokai-sculpturen in de stad…en vier van die toeristen zijn wij. Als we zijn uitgestapt op het station van Fukusaki wandelen we al snel langs een cylinder van een meter of twee gevuld met water. Het duurt niet lang voordat er luchtbellen uit het reservoir opstijgen gevolgd door een kappa met een bordje in zijn klauwen waar ‘Welkom in Fukusaki’ op staat. Dat is nog eens een hartelijk welkom. 

 

Bij het informatie centrum pikken we een plattegrond op om onze speurtocht van vandaag te starten. Over het stadje zijn namelijk 22 zitbanken verspreid met op elke bank een ander soort yōkai. De beelden zijn erg goed ontworpen en lijken bijna allemaal een soort interactie te hebben met degene die naast ernaast gaat zitten. Je kunt het zien als de zoveelste instagramable attractie maar het feit dat je echt op zoek moet naar al die gekke wezens en het nog een flinke wandeling is om alle banken te zien leek het ons een goede dagbesteding voor ons vieren. De temperatuur was vandaag best aangenaam en na een minuut of 15 kwamen we de eerste yōkai tegen, of eigenlijk onze tweede couch potato, op het station troffen we nummer één aan maar daar hoefden we niet naar te zoeken. Op het bankje zat Tengu, een berg-yōkai met een lange neus, rode huid en grote vleugels… hij zat geconcentreerd op zijn laptopje te tikken. Met z’n allen gingen we op de foto en al snel werd het een uitdaging om een zo origineel mogelijke pose aan te nemen ten opzichte van het wezen naast je op de bank.



Nadat we zo’n yōkai of 3 opgespoord hadden begonnen er scheurtjes in onze spelmechaniek te ontstaan aangezien Elin een overdosis aan zendtijd opeiste. Ze wilde onderdeel uitmaken van elke foto die genomen werd maar claimde ook nog eens elke pose die we verzonnen als haar eigendom. In zoverre: bij elke pose die we verzonnen, werd Elin ziedend want die houding wilde zij al net aannemen…vlam in de pan.
Wat ook niet echt hielp was dat de meeste Japanners Elin ontzettend schattig vinden, ook als ze ziedend van woede is. Toen we  naast een restaurantje yōkai nummer 11 gelokaliseerd hadden kwam de restauranteigenaar naar buiten om te kijken wie daar zo hard aan het huilen was. De man veronderstelde dat Elin niet op de foto durfde omdat ze bang voor de yōkai op het bankje was, prompt gaf hij Elin een lolly om haar te kalmeren en te troosten…dat was nou net niet de bedoeling.

 

Na een uurtje of wat begon het toch behoorlijk warm te worden in Fukusaki, we besloten een pitstop te houden. Ruth vond een klein cafeetje genaamd Café Leaf. Het bevond zich op de tweede verdieping en was een combinatie van een koffietentje en een winkeltje…zoals je ze wel vaker tegenkomt in Japan: café & zakka. Toen we binnenkwamen waren drie dames op leeftijd net met elkaar druk in een vrolijke discussie verwikkeld. Ze schrokken een beetje van de brute onderbreking van hun theekransje door dat oververhitte zooitje ongeregeld. Het ijs was snel gebroken, we raakten een beetje aan de praat, de eigenaresse serveerde ons ijskoffie, thee en wat te knabbelen. Jip en Elin gingen aan de slag in hun tekenboekjes terwijl wij onze yōkai-route uitstippelden. 



Het begon al tegen het eind van de middag aan te lopen, dus we moesten keuzes maken. Ondertussen legde de eigenaresse van Café Leaf ons nog verder in de watten met mochi en snoepjes. Jip en Elin gaven hun tekeningen als bedankje aan de eigenaresse toen we wilden vertrekken. Daaropvolgend kregen zij ook weer een kleinigheidje uit de winkel en zo wilde het maar niet lukken om weg te komen. Toen we vertelden dat we lopend richting het station gingen boden de dames ons ook nog aan om ons met de auto te brengen. We hebben ze vriendelijk bedankt en ontzettend hartelijk uitgezwaaid om vervolgens de laatste paar yōkai te gaan vangen (op de gevoelige plaat). 


Aan het eind van de dag bereikten we het Tsujikawayama Park. Daar stond een fantastische en monsterlijke kapa glijbaan, deze heeft Elin meteen ingewijd. In het park zelf werden we nog verrast door een andere kappa die naast de wandelbrug uit het water omhoog kwam bubbelen…en toen hadden we wel weer genoeg monsters gezien voor een dag…terug naar Himeji.