dinsdag 5 augustus 2025

Crowd control

 

Aan deze zomervakantie zijn een hele sloot aan voorbereidingen voorgegaan. Voor een aantal tentoonstellingen en musea moesten we midden in de nacht tickets kopen omdat deze razend snel uitverkocht zijn. Da’s nog te overzien maar tegenwoorddig zijn er ook evenementen waarvoor je uitgeloot wordt, het Nintendo museum is er zo één. Sinds vorig jaar oktober is het eerste Nintendo museum in Kyoto geopend, en aangezien Kyoto op onze route lag wilden we wel een gokje wagen… mis gegokt dus, geen power up’s, extra levens en zeker geen museumkaartjes. Plan B dan maar…maar eerst naar Kyoto. De reis met de shinkansen verliep vlekkeloos deze keer. Omdat we maar één nachtje blijven slapen leek het ons verstandig om onze koffers op het station in een locker te persen en daarna door te huppelen naar Nijō-jō. Dit kasteel is zo’n 400 jaar oud, is gelijkvloers en wordt omgeven door een enorme slotgracht. De reden waarom we hier zo graag met Jip
en Elin naar toe wilden is vanwege de nightinggale floors; als je over deze vloeren loopt maken ze tjilpende vogelgeluiden doordat de lucht er onder wordt weggeperst.

 

Vroeger bedoelt om ongenodigde gasten meteen te betrappen op insluipen. Nu bedoelt om onze blote voetenkinderen in opperste extase te brengen. Helaas was het een kansloze onderneming om geruisloos over de nightinggale floors te sluipen. Dat lag deze keer niet aan onze skills maar aan onze mede kasteelgangers. Het was zo druk dat het polonaise-lopen was. In één van de binnenringen lag een piepklein restaurantje verborgen, daar besloten we om met z’n vieren kakigori te gaan eten. 

Eenmaal weer buiten deed de drukte en de hitte ons de das om…en besloten we om te vertrekken. Elin wilde graag naar het bos..en laat Kyoto nou net bekend staan om zijn prachtige bamboebossen. Ruth had het genaile idee om het Arashiyama-bos te skippen maar naar het Takenomichi-bos te wandelen. Net zo mooi maar niet aanbevolen op de maalstroom van TikTok/Instagramposts die je over Kyoto ziet…en dus ook niet zo druk. 
Ondertussen voltrok er een kleine ramp in de belevingswereld van onze twee jongste medereizigers. Elin wil al heel lang ontzettend graag een huisdier, helaas gaat dat niet vanwege de allergie van Jip. Daarom leek het Ruth een leuk idee om Elin een Tamagotchi (een virtueel huisdier, ja..die zijn nog steeds mateloos populair hier) te geven om mee op reis te nemen. Jip kreeg er natuurlijk ook één. En met alle liefde en zorg vertroetelden Jip en Elin hun nieuwe kroost. Totdat deze ochtend de Tama van Jip plotsklaps (zonder voortekenen) de pijp uit ging. Jip in de war en verdrietig, Elin zwaar ongerust dat dit haar ‘Slapie’ ook kon overkomen. 

En ja hoor, net nadat we uit de trein stappen om aan onze klim naar het bamboebos te beginnen begint Elin haar Tamagotchi enorm te piepen en geeft er de brui aan. Elin is ontroostbaar, en het kost ons zeker 20 minuten om haar weer een beetje op te vrolijken. We besluiten beide Tamagotchi’s nog maar niet te resetten om ons te behoeden voor nieuwe rampspoed. Geklommen moest er worden, de wandeling naar het Takenomichi bamboebos duurde iets meer dan een half uur maar de stijle klim en de monsterlijke hitte (35 graden) maakte het toch een behoorlijke uitdaging. Eenmaal boven was de vreugde groot: het bos was prachtig en we kwamen niet één wandelaar tegen. 

 

Enkel een aantal Japanners die in de buurt woonden. Elin was niet geheel op haar gemak vanwege het wilde zwijnenbordje wat we halverwege tegenkwamen: ’Wonen die hier echt?’ Maar die zorgen verdwenen als sneeuw voor de zon toen we een miniparkje in het bos tegen kwamen met een waterplas waar gespat kon worden en een watertap die als sproeier fungeerde. Na een kleine pitstop zijn we vrolijk weer naar beneden gewandeld om onze koffers op het station op te pikken en in te checken bij het IMU Hotel. In eerste instantie leek het er op dat we met z’n vieren op drie futons zouden slapen. Elin vond het wel prima om op de bank te slapen; dit was zo’n miniatuur bankje met een zitting van maximaal 30cm hoog, zoals we ze wel vaker tegen komen in kleine hotelkamers (of in de Muji). Maar wat bleek, het was een Madurodam slaapbank…door  deze open te klPen paste Elin er precies op. Iedereen blij, Jip, Ruth en ik op de futons en Elin in haar eigen nest.

 

De volgende ochtend hebben we in het hotel ontbeten en hebben we onze koffers weer opgeslagen in de stationlockers. Daarna zijn we afgereisd naar de Fushimi Inari Taisha. Dit is de grootste en belangrijkste tempel voor de Kami Inari; god van rijst, oogst en vruchtbaarheid, en één van de beroemdste en meest geliefde Shinto goden van Japan. De tempel is vooral bekend vanwege de kilometerlange rijen torii’s waar je onderdoor kan wandelen, bergopwaarts that is. Aan de voet van de berg was het weer een toeristenmierennest en voor het merendeel van de bezoekers stond de selfie-modus op full exposure. 

We hadden goede hoop dat het hogerop wat rustiger zou worden vanwege de lange klim en de hitte. Ons vermoeden bleek te kloppen en de winkelstraatvibe ging over in een aangename klimgeiten setting. Op zo’n twee derde van de track lieten we ons overmeesteren door de hitte, maakten we een pitstop voor een kakigori (volgens mij is er geen betere remedie tegen oververhitting) en zeilden we weer bergafwaarts. Onderaan het toriipad stopten we nog even voor een lunch om vervolgens weer op te stappen op de Thunderbird, een limited Express die ons naar Osaka zou brengen.


 

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Wat een leuke verslagen en avonturen: we genieten er zo van! Veel plezier

Anoniem zei

Leuk om te horen, dankjewel!