vrijdag 13 augustus 2010

Strand ahoy!

real deal
(*klik* voor de grotere versie)

Afgelopen maandag zijn we met de trein naar het zuiden afgezakt naar het plaatsje Itō wat op het schiereiland Izu ligt. Daar hebben voor twee nachten een kamer geboekt in K's House; een 100 jaar oude Ryokan die tot het Japanse cultureel erfgoed wordt gerekend. Het is dan ook een indrukwekkend gebouw: een doolhof van gangen en kamertjes, 3 onsen, één gigantische tatami-room, een touwladder als nooduitgang en liggend aan een rivier die in open verbinding staat met de zee.

De combinatie van de architectuur en de sfeer in het gebouw deed Ruth erg aan het spel Mini-Ninjas denken.
Precies voor het hotel houdt zich regelmatig een bontgekleurde verzameling hanggroep-Koi-karpers op, waarschijnlijk vanwege de schaduw van het gebouw.
Onze kamer was traditioneel Japans ingericht: tatamimatten, futons, rijstpapieren schuifdeuren, de hele rambam. Als bonus beschikte onze 'crib' ook nog over een balkonnetje dat uitkeek op de rivier; kortom alleen K's House was al de moeite om naar Itō af te reizen.
Tijd om de buurt te verkennen.
We kwamen er al snel achter dat ons kaartje van Itō niet zo secuur was als we hadden gehoopt: veel kleine straatjes stonden er niet op en de tempels en andere bezienswaardigheden leken wel random ingevuld (want dat was vast beter voor de compositie). Wel kwamen we er achter dat nèt de twee dagen dat wij er waren een matsuri (festival dat oa gedurende de Obon-vakantie gehouden wordt) werd georganiseerd. De eerste dag was de opzet iets kleiner dan die van de daaropvolgende dag, daarom besloten we voor de tweede dag te gaan.

Dag 2 in Itō begonnen we met stralend weer, een fikse wandeling en een nieuwe kaart. Eerst hebben we het strand even besnuffeld, maar daar bleef het ook bij: het was erg druk en bovendien was het een zwart lavastrand, we besloten onze strandlakens in te zetten op Shimoda. Vervolgens vervolgden we onze wandeling via een aantal prachtige tempeltjes en een oeroude monumentale woudreus. Deze boom was al honderden jaren oud en zijn stam was minimaal 5 meter breed, allerlei spanbanden en betonnen steunen dienden als protheses om het hele houtzaakje bij elkaar te houden.
Nadat we bij de Mini-Stop twee afkoel mango-ijsjes hadden gegeten besloten we ons aan te sluiten bij de matsuri-feestelijkheden. Eigenlijk is een matsuri net een soort braderie, maar dan zonder draai-orgel en kleffe hamburgers. Allerlei particulieren verkopen in een vijftigtal kraampjes allerlei leuke snacks en lekkere hapjes. Vooral veel snacks op een stokje: yakitori, gecarameliseerde appels en druiven, komkommertjes, aardappelslingers, inktivisdeegballetjes en noem maar op. Ook zijn er tal van kinderspelletjes te spelen zoals oa het scheppen van visjes uit een flinke teil met water, de gevangen visjes krijg je dan in een plastic zakje met water mee naar huis. Zo zagen we ook dat tientallen visjes al snel hun vrijheid hervonden doordat ze na de vangst vrijwel direct in de achterliggende rivier werden gekieperd.

Toch komen denk ik de meeste mensen op het vuurwerkspektakel af dat om 8 uur begint. Het is dan al pikkedonker en het complete terrein is op dat moment helemaal overspoeld met mensen. Omdat we er al vrij vroeg bij waren hadden we een prima plekje, zo konden we om beurten wat snacks halen en konden we ook nog eens goed zien hoe de sterrenhemel op kleurige wijze in lichterlaaie werd gezet. Na een dik uur vuurbloemen kijken werd iedereen netjes van het terrein geleid en zijn wij ons hotelletje eens gaan opzoeken, we moesten de volgende dag ten slotte alweer vroeg op pad.
Na - vanaf Tokyo - zo'n 150 kilometer afgezakt te zijn kwamen we woensdag rond een uur of 12 aan in Shimoda, waar we een nachtje zouden overnachten in Guesthouse Tabi-Tabi. Dit hostel wordt gerund door Angela en Yasu, beiden zijn surf en snowboardfanaten en combineren deze Shimoda-versie van Tabi-Tabi met een noordelijke versie in de Japanse Alpen: the best of both worlds. We kregen de beschikking over een knal-turquoise tatamiroom en over twee fijne fietsjes. Nadat we bij de FamilyMart nog even snel wat zonnebrand, een onderwaterwegwerpcamera (nee, niet om onderwater weg te werpen) en een strandzeiltje hadden aangeschaft haastten we ons naar het strand.

true blue
Het strand zag er precies zo uit zoals we gehoopt hadden: hagelwitte stranden met wat rotsblokken, een knalblauwe zee en hoge golven met witte schuimkoppen.
Op de vraag hoe ruig de golven zouden zijn kregen we meteen een duidelijk antwoord toen er een surfer met een vers gebroken been van het strand afgevoerd werd....oei!
Ook viel ons meteen op dat het strand in tweeën verdeeld was; één deel voor de surfers en een deel voor de 'zwemmers'.
Deze zwemmers stonden tot hun middel als een hechte groep pinguins op een kluitje in de zee. Toen we ons geïnstalleerd hadden gingen we zelf maar eens even poolshoogte nemen. Want wat bleek nou; een strandwacht/badmeester trok continu een denkbeeldige lijn door het wateroppervlak tot hoever de strandgangers de zee in mochten....en dat was zo ongeveer tot mijn middel diep. Het moet een behoorlijk drukke baan zijn want deze strandwacht ploegt de hele dag het water door van links naar rechts om mensen naar achteren te manen. En aangezien deze golven behoorlijk robuust zijn werden de badgasten continu 3 meter naar voren danwel 3 meter naar achteren geplaatst, een soort éénpersoons strandwachtschaak als het ware. ;)
Aangezien we een enorme pret hadden met de golven was onze wegwerpcamera in 'no time' vol geschoten. En dat de standwachten er niet voor niets waren was ook wel snel duidelijk, de golven moest je namelijk geen moment uit het oog verliezen. Ik keek nog wel eens even op een onbewaakt moment de verkeerde kant op en kreeg dan een metershoge golf tegen mijn hoofd aangekwakt . Zo'n golf voelde daadwerkelijk zo hard als een zak zand en voordat je het wist kwam je vier meter verder weer boven water......maar toch....keileuk!

strandklevertje
Tot laat in de middag hebben we op dit hemelse strandje huisgehouden. Voor het avondeten hebben we er de Tabi-Tabi restaurantjes-tiplijst op nageslagen en zijn we naar South Café gefietst. Onderweg zag ik continu tientallen beestjes de weg overschieten maar omdat het zo donker was kon ik niet zien wat het nou precies waren, het leken i.i.g. op muizen of cavia-achtigen.
Bij nadere inspectie bleken het kleine krabbetjes te zijn die zo hun eigen versie van Frogger speelden, Crabber welteverstaan.
South Café was een waanzinnig leuk tentje waar we een salade, wat French fries en twee Japanse taco's gedeeld hebben. De hele omgeving van Tabi-Tabi heeft een erge prettige laid-back Hawaii-vibe....maar dan op z'n Japans natuurlijk. Aan het plafond van South Café hangen klassieke houten surfboards en er wordt easy Aloha gedraaid. Verder wordt de omgeving gedomineerd door verlaagde pick-up busjes en verdwaalde surfers met een surfplank onder hun arm.
De volgende dag, minder geluk: stromende regen, en niet zo'n klein beetje ook. We hebben nog geprobeerd naar een paar andere strandjes te fietsen maar het was zo heuvelachtig en er reed zoveel zwaar verkeer (+ veel tunnels en geen fietspaden)...en dan ook nog die gezellige hoosbuien dat we hebben besloten om een andere keer nog eens terug te komen en wat meer dagen te boeken zodat we de stranden eens op ons dooie gemak kunnen aanharken.
Vervolgens hebben we de bus naar het station van Shimoda gepakt, zijn daar nog een heel klein beetje nat geregend (we kregen beiden van Angela nog een paraplu mee) en hebben toen de trein naar Tokyo gepakt....naar onze vertrouwde Toyoko-inn-nest.

maandag 9 augustus 2010

Een weekje vanalles... 月曜日から、日曜日まで


Maandag 2 augustus Daikanyama eindelijk eens bekeken, een wijkje tussen Shibuya en Ebisu. Bleek erg leuke plek om foto's te maken, dus we hebben hier een aardig tijdje rondgewandeld.


Ook nog een stukje Ebisu bekeken, waar we in een vaag gebouw ('is het een kantoor? zijn er hier winkels? waar is dan de ingang?') een klein Rody-winkeltje ontdekten!


Toen we terugliepen naar het station moest ik opeens denken aan die mooie octopusvormige kinderglijbaan die we een keer in een (of meerdere) films gezien hebben. Hij komt sowieso voor in de animatiefilm Tekkonkinkreet, en daarvan weten we dat dit gebaseerd is op een echte glijbaan ergens in Tokyo. Ik zei tegen 'pijn dat het wel leuk zou zijn om dat ding een keertje in het echt te zien. En net toen we daarover aan het praten waren zag 'pijn precies deze glijbaan aan de overkant van het water waar we langsliepen! Bizarre dingen gebeuren hier soms.


In de namiddag hebben we Harajuku nog eens doorkruisd in de hoop leuke sneakers te vinden... maar tevergeefs! Of ze hadden geen leuke, of ze waren er niet in de juiste maat. Inmiddels hadden we ook honger gekregen en vonden we het een goed idee om onszelf dan maar te trakteren op erg goede okonomiyaki bij een restaurantje waar we inmiddels ieder jaar terugkomen.

Dinsdag zijn we gaan kijken bij een expositie over de Japanse setdesigner Yohei Taneda in het Museum of Contemporary Art (MOT). Deze man heeft onder andere de Japanse set in Kill Bill ontworpen, naast een heel scala aan andere films. Voor deze gelegenheid heeft hij het huis van Arietty en haar ouders uit de nieuwste Ghibli film Kari Gurashi no Arietty helemaal nagebouwd en in het MOT kan je er doorheen lopen en alles bekijken. Overigens moet je hierbij weten dat het verhaal van Arietty gebaseerd is op 'The Borrowers', over kleine mensjes (niet groter dan 10 cm lang) die onder de vloer wonen in een echt mensenhuis. Al lopend door het huis van Arietty voel je je dus heel klein en helemaal bijzonder is dat je opeens rondloopt in een tekenfilm die je net in de bioscoop gezien hebt! Het huis was dan ook heel erg goed uitgevoerd en erg mooi om te zien.

Omdat 'pijn zich die dag niet helemaal lekker voelde hebben we het verder kalm aan gedaan. Naar Shinjuku vertrokken voor een blik over de stad vanaf de hoogste verdieping van het Metropolitan Government Building. Het was helder en mooi weer (en erg warm voor de verandering) dus hoopten we Mount Fuji te kunnen zien. Daar aangekomen bleken 100 Chinese toeristen op hetzelfde idee gekomen te zijn... zo'n lange rij hebben we daar nog nooit meegemaakt!
Het scheelt dat ze in Azië gewend zijn om zoveel mogelijk mensen in een lift te proppen... daardoor hoefden we niet veel langer dan een kwartier te wachten voordat we boven waren.
Het eerste dat we zagen was een minstens zo lange rij voor de liften terug naar beneden.
Het tweede dat we zagen waren wolken voor mount Fuji.
Na 3 foto's geschoten te hebben besloten we maar weer naar huis te gaan.

Woensdag was een luie dag. Dat heb je soms.
In de namiddag naar Tachikawa vertrokken... daar zou zich een yuzawaya bevinden. Yuzawaya is een warenhuisketen waar ze erg veel bento en stationaryspul verkopen en ons favoriete filiaal in Kichijoji heeft bovendien altijd heeeeel veel Ghibli-dingen. Aangezien die in Kichijoji gesloten is momenteel hadden we een goede reden naar Tachikawa te gaan.


Behalve inderdaad wat winkels was er verder niet zoveel te beleven. Voor de verandering eens een pizza en spaghetti gegeten. Bij dit soort dingen is het altijd leuk te zien dat de Japanners zich meester hebben gemaakt van veel buitenlandse keukens... en vaak weten ze het ook nog naar hun eigen hand te zetten. De pizza was smakelijk en had een bodem die je in Nederland niet vaak treft en verassend dicht bij de Italiaanse komt. De pasta was al dente zoals het hoort, in een goede tomatensaus met stukjes aubergine en bacon (meer een soort ham trouwens). Die laatste combinatie kom je hier in ieder Italiaans getint restaurant tegen.
Ook croissants smaken hier net zo goed als in Frankrijk, soms zelfs nog beter. Eén van onze favoriete starbucks-klonen hier is dan ook de Choco Cro (waar je koffie, thee en andere lekkere drankjes kunt krijgen, én fenomenale chocoladecroissants)!

Donderdag: zonder veel succes in Shinjuku info geprobeerd te krijgen over Izu-Hanto (Izu schiereiland onder Tokyo) voor een paar dagen eruit. Dan maar naar Nakano, nog een keer de Mandarake shops af op zoek naar leuke dingetjes. Zoals: een anatomische Hello Kitty pop.


Gyoza en Miso ramen gegeten in Ogikubu (een naam die we meestal niet in een keer uit onze mond krijgen. In het begin werd het Okikoekiebo waardoor we het nu nooit meer kunnen horen zonder te lachen).


Vrijdag redelijk vroeg op pad naar Ueno. Veel musea daar, waaronder het National Science Museum waar tijdelijk een zeezoogdierententoonstelling te zien is. Heb al eens eerder de levensgrote blauwe vinvis die naast het gebouw staat op de foto gezet.


Binnen hadden ze het skelet van een echt exemplaar. En nog veel meer skeletten, van een orka, verschillende dolfijnensoorten, schedels van een bultrug, grijze walvis, echte walvis, en nog zoveel andere walvisskeletten dat je er achterdochtig van zou worden. Bij het zien van een grote poster met alle soorten erop weergegeven moest ik als eerste aan de vismarkt van Tokyo denken, waar we walvisvlees hebben zien liggen. Maar op de expo allerlei verhaaltjes over bedreigde soorten, dat we zuinig moeten zijn op de planeet etc. etc. etc. Hoewel dat wat hypocriet op me overkwam denk ik toch wel dat het goed is dat dit soort tentoonstellingen er zijn, hopelijk gaan er daardoor uiteindelijk minder Japanners walvis eten. Het schijnen al niet zoveel mensen meer te zijn die het lekker vinden en het is met name de overheid die het promoot. Maar het zou prettiger zijn als het ook minder normaal werd, zodat je ook geen blikjes walvisvlees meer tegen komt in zomaar een warenhuis....


Zaterdag zouden Bobby en Nancy weer thuis komen. Al onze spullen opgeruimd, opgeborgen, ingepakt wat we mee wilden nemen voor een weekje de hort op. We hebben uiteindelijk online geboekt voor 2 dagen in een mooi oud houten hostel in Ito, aan de kust! Daarna nog een overnachting in een ander hostel in Shimoda, waar naar het schijnt een aantal van de mooiste stranden van Japan te vinden zijn, met wit zand en blauwe zee... maar eerst twee dagen Toyoko Inn in Asakusabashi, Tokyo.

Zondag redelijk uitgeslapen en ontbeten bij Doutor ('Toeter' in gekjestaal) met icecaferatte (l of r, één pot nat in Japan) en broodjes. Op het programma: Omiya Bonsai Village!
Eerst het bonsai museum bekeken. Helaas mochten we geen foto's maken - 'Zijn ze bang dat we flitsen? Denken ze dat dat de bonsai schaadt? Stelen we daarmee hun ziel misschien?' - dus moeten we maar in woorden vertellen dat het heel erg indrukwekkend was! De meest prachtige bonsai werden tentoongesteld met uitleg van de stijlen en technieken. Sommige bomen hadden zelfs een naam gekregen. Onnodig te zeggen dat ik nooit eerder zulke mooie bonsai gezien heb. Als ik hier ooit nog eens ga wonen wil ik wel bij zo'n kwekerij werken. :) Een van de dames van het museum vroeg of we niet wilden meedoen met een workshop, maar helaas is deze pas op 22 augustus en dan zitten we op Lowlands grasplantjes te vertrappen...
De bonsai kwekerijen zijn ooit begonnen in de oude binnenstad van Tokyo toen het nog geen Tokyo maar Edo heette. Door de grote aardbeving in 1923 moesten ze noodgedwongen verhuizen naar een andere plek, en dat is Omiya (noord Tokyo) geworden en daar zijn ze gebleven. We hebben nog drie kwekerijen bezocht, ook daar mochten geen foto's gemaakt worden.


In de trein naar Ikebukuro kregen we een kadootje: mount Fuji zichtbaar aan de horizon!
Koreaans gegeten in Sunshine City. Moe naar huis. 's Avonds genoten van de 500 yen videoservice van de Toyoko Inn, onder het genot van een ijsje. En als ik het dan toch weer even over eten heb: je zou hier toch je verjaardag mogen vieren... de meest waanzinnige taartjes zijn hier te koop. Zie foto's op flickr. Wij hebben ons vermaakt met macarons.

donderdag 5 augustus 2010

pretpourri

Nu we al zo'n dikke twee weken Tokyo doorkruisen verbazen we ons toch steeds weer over allerlei typische Japanse eigenaardigheden.
Zo stapten we onlangs bij een Lush-filiaal naar binnen om een opfris-spray te scoren. In Nederland is het al zo dat je bij deze handmade-cosmetica-boer nadrukkelijk begeleid wordt door het winkelpersoneel. We hadden al gedacht dat de personeelsdichtheid bij deze Japanse Lush nog wat hoger zou kunnen liggen....maar zo hoog, nou nee. Ten eerste was het winkeltje best klein en stond er op elke twee vierkante meter een Lush-medewerker, één van hen was ook nog een boomlange travestiet zodat het voltallige personeel eigenlijk meer ruimte innam dan de producten die er te koop waren (en dat is dan echt niet overdreven). Nadat we de spray hadden afgerekend werden we tenslotte door het complete Lush-koor bedankt en uitgezwaaid.

Over afrekenen gesproken, we hadden al vermeld dat de wisselkoers er wat treurig bijhangt dezer dagen, zo treurig zelfs dat onze tweedehands camera's momenteel nog duurder zijn dan toen we ze twee jaar geleden kochten (in hetzelfde filiaal). Wat ons door de zwakke euro vooral opvalt is dat fruit sowieso al erg duur is in Japan. Vanochtend kwamen we in onze plaatselijke FamilyMart een setje mandarijnen tegen voor een luttele 680 Yennemansen, da's zo'n € 1,25 per mandarijn. Maar het kan altijd natuurlijk nog mooier in het land van de rijzende zon: in het chique Ginza zijn we een fruitboutique binnengestapt (klinkt deftiger dan groenteboer) waar je fruitmanden maar ook los fruit kon kopen. Een prachtig verpakte perzik (één stuks!) ging hier voor veertig euro over de toonbank. Een een feestelijke meloen was goed voor 150 euro, deze was dan wel vierkant zodat hij mooier ingepakt kon worden. Omdat de winkel zo'n hoog Gucci-Vuitton-Prada gehalte had durfden we helaas niet zo goed foto's te nemen.

Af en toe duiken we voor de verkoeling ook eens de BIC of Yodabashi Camera in, dit zijn gigantische MediaMarkt-achtige winkels die sowieso alles verkopen wat een stekker heeft. Op de verdieping waar de airco's worden verkocht schalt het oorverdovende geluid van een hondertal krekels en cicades uit de speakers. Het grappige is dat wij (en hoogstwaarschijnlijk alle Japanners met ons) dit geluid associëren met het intreden van de moordende juli-hitte, dan gaan deze (k)rekels namelijk helemaal los. Zo trad er bij ons een soort omgekeerd Pavlov-effect op: 'hey cicades, en ook nog eens binnen!', 'Maar het is helemaal niet warm.'......'Wow, ècht goeie airco's hier.' :)

Michael Jackson is nog wel steeds 'hot' hier trouwens. Je struikelt over de merchandise, vooral de zombie Jackson uit Thriller komen we regelmatig tegen op t-shirts. Verder is de 3d film Captain EO in Tokyo Disney weer in roulatie gegaan. En hebben we ook al een paar keer easy-tune/ liftmuziek-versies van 'beat it' mogen aanhoren.
Wat ook wel leuk was dat we 'onze eigen' Giovanca al eens tussen alle J-Pop op de radio hebben gehoord.

En dan zijn de parkeerkunsten van de Japanners ook nog een speciale vermelding waard. Omdat grond zo prijzig is, zijn de parkeerplekken bij woonhuizen meestal zo klein mogelijk gemaakt. De auto's passen zo precies op de oprit dat ik me afvraag of ze niet toevallig gewoon het huis naast de geparkeerde auto gebouwd hebben. Hier in Tama is er bijvoorbeeld een ommuurde oprit waar er schuimrubberen strips op de muren zijn geplakt om krassen op de carrosserie te voorkomen. Bekijk onderstaande fotocompilatie zou ik zo zeggen.
(*klik* voor de grotere versie)

Tot zoverre dan even de Tokyo-trivia.
Elk jaar nemen we ook contact op met Keiko - de landlady van Bobby en Nancy - om te vertellen dat we er weer zijn, een goede reis hebben gehad en te vertellen dat we voor haar een omiyage hebben meegenomen uit Oranda.
Het is erg grappig om te zien dat we elk jaar iets uitgebreider worden uitgenodigd in het huis van Keiko : de eerste keer kregen we van haar een paar oude reiskoffers die ze wegdeed en kwamen we tot haar voordeur, vorig jaar nodigde ze ons uit om een kopje thee te komen drinken en dit jaar nodigde ze ons uit om bij haar te komen lunchen....en wat voor een lunch.
Twee langwerpige bordjes met zelfgemaakte hapjes stonden voor ons uitgestald, als bonus werden onze glazen volgeschonken met zelfgemaakte umeshu (pruimenwijn). Ondertussen kletsten we wat we nog wilden gaan zien, moesten gaan zien en hadden gezien. Daarna was het tijd voor de tweede ronde, *gloep* tweede ronde? Ik ben zo vroeg op de dag al niet zo'n grote eter en al helemaal niet met dit snikhete weer. Maar daar stonden de nieuwe hapjesschalen al op tafel en werden onze glazen gevuld met erg fijne saké. Vriendelijk maar voorzichtig bedankte ik toch maar voor de spare-ribs want dat is toch echt niet mijn ding. Een gerecht afwijzen van zo'n bijzondere maaltijd deed me een beetje ongemakkelijk voelen maar dat maakte ik gelukkig al snel weer goed met de Fanta Grape en de watermeloen (geen vierkante deze keer). Al met al was het èrg gezellig en hebben we heerlijk gegeten....en naar huis fietsen lukte ook in één keer ondanks het vrolijke promillage in ons bloed.

De volgende dag werd het voor deze city-dwellers weer eens hoog tijd om eens door de natuur te gaan stappen; Takaosan stond op het menu. Deze 600 meter hoge berg is omgeven door een prachtig gebied met snelstromende beekjes, reusachtige bomen, tempeltjes en shrines, bovendien is het maar een ritje van vijf kwartier vanaf het station van Tama.
Keiko had ons aangeraden de Chu-bus vanaf het station te nemen en dan later over te stappen op de Keio-line....zo gezegd zo gedaan. De Chu-bus was eigenlijk een Chu-busje; de stopknoppen zaten o.a. tegen het plafond bevestigd, tegen de tijd dat we bij onze eindhalte waren kon ik mooi met mijn hoofd op het knopje drukken.
Rond een uur of één arriveerden we aan de voet van Takaosan. De dag ervoor had Keiko ons geadviseerd om de kabelbaan naar het eerste plateau te nemen (gelegen op 150 m. hoogte) en daarna lekker 'laid back' naar beneden te wandelen. Maar ja, eenmaal uitgestapt waren we het er al snel over eens: als er een top te beklimmen viel dan moest dat dan ook maar meteen gebeuren. Na een flinke klim zonwaarts bereikten we al nagloeiend de bergtop. Om deze kleine overwinning te vieren namen we beiden een joekel van een schaafijsbeker in ontvangst en zijn vrolijk weer naar beneden gehuppeld.