donderdag 14 augustus 2025

Who you gonna call?

Yōkai (妖怪) is de verzamelnaam voor zo’n beetje alle soorten bovennatuurlijke wezens en fenomenen in de Japanse folklore en mythologie. In oude volksverhalen werden Yōkai vaak gebruikt als verklaring voor schijnbaar onverklaarbare gebeurtenissen. Een van de bekendste Yōkai is de kappa, die ziet er uit als een schildpad en heeft een holte bovenop hun hoofd waarin een plasje water staat. Hij leeft in de buurt van water en is erg ondeugend en soms zelfs ‘katte-kwaadaardig’. Als ze het water verliezen uit het kuiltje boven hun hoofd dan verliezen ze hun kracht. 

 

Als je er een beetje oplet zie je dat de Japanse maatschappij doordrenkt is met de Yōkai. Zo zijn er de Tanuki (de wasbeerhond) en de Kitsuné (de vossen die je veel ziet in de tempels). Maar zelfs de Gezichtsloze (No-face, 顔無し) uit Ghibli’s Spirited Away is een Yōkai.
Kunio Yanagita (1875-1962) was een van de eerste geleerden die de Japanse volkstradities, mythen en legendes – waaronder verhalen over yokai – verzamelde en omvormde tot literaire werken. Yanagita's werk droeg bij aan het behoud van deze verhalen in een tijd waarin Japan snel moderniseerde en mondelinge tradities verdwenen. 
Yanagita’s geboorteplaats is Fukusaki, een stadje zo’n 25 km boven Himeji. Om zijn nalatenschap te eren heeft dit stadje yōkai omarmd als onderdeel van haar culturele identiteit. Om meer toeristen te trekken begon Fukusaki met het oprichten van diverse yokai-sculpturen in de stad…en vier van die toeristen zijn wij. Als we zijn uitgestapt op het station van Fukusaki wandelen we al snel langs een cylinder van een meter of twee gevuld met water. Het duurt niet lang voordat er luchtbellen uit het reservoir opstijgen gevolgd door een kappa met een bordje in zijn klauwen waar ‘Welkom in Fukusaki’ op staat. Dat is nog eens een hartelijk welkom. 

 

Bij het informatie centrum pikken we een plattegrond op om onze speurtocht van vandaag te starten. Over het stadje zijn namelijk 22 zitbanken verspreid met op elke bank een ander soort yōkai. De beelden zijn erg goed ontworpen en lijken bijna allemaal een soort interactie te hebben met degene die naast ernaast gaat zitten. Je kunt het zien als de zoveelste instagramable attractie maar het feit dat je echt op zoek moet naar al die gekke wezens en het nog een flinke wandeling is om alle banken te zien leek het ons een goede dagbesteding voor ons vieren. De temperatuur was vandaag best aangenaam en na een minuut of 15 kwamen we de eerste yōkai tegen, of eigenlijk onze tweede couch potato, op het station troffen we nummer één aan maar daar hoefden we niet naar te zoeken. Op het bankje zat Tengu, een berg-yōkai met een lange neus, rode huid en grote vleugels… hij zat geconcentreerd op zijn laptopje te tikken. Met z’n allen gingen we op de foto en al snel werd het een uitdaging om een zo origineel mogelijke pose aan te nemen ten opzichte van het wezen naast je op de bank.



Nadat we zo’n yōkai of 3 opgespoord hadden begonnen er scheurtjes in onze spelmechaniek te ontstaan aangezien Elin een overdosis aan zendtijd opeiste. Ze wilde onderdeel uitmaken van elke foto die genomen werd maar claimde ook nog eens elke pose die we verzonnen als haar eigendom. In zoverre: bij elke pose die we verzonnen, werd Elin ziedend want die houding wilde zij al net aannemen…vlam in de pan.
Wat ook niet echt hielp was dat de meeste Japanners Elin ontzettend schattig vinden, ook als ze ziedend van woede is. Toen we  naast een restaurantje yōkai nummer 11 gelokaliseerd hadden kwam de restauranteigenaar naar buiten om te kijken wie daar zo hard aan het huilen was. De man veronderstelde dat Elin niet op de foto durfde omdat ze bang voor de yōkai op het bankje was, prompt gaf hij Elin een lolly om haar te kalmeren en te troosten…dat was nou net niet de bedoeling.

 

Na een uurtje of wat begon het toch behoorlijk warm te worden in Fukusaki, we besloten een pitstop te houden. Ruth vond een klein cafeetje genaamd Café Leaf. Het bevond zich op de tweede verdieping en was een combinatie van een koffietentje en een winkeltje…zoals je ze wel vaker tegenkomt in Japan: café & zakka. Toen we binnenkwamen waren drie dames op leeftijd net met elkaar druk in een vrolijke discussie verwikkeld. Ze schrokken een beetje van de brute onderbreking van hun theekransje door dat oververhitte zooitje ongeregeld. Het ijs was snel gebroken, we raakten een beetje aan de praat, de eigenaresse serveerde ons ijskoffie, thee en wat te knabbelen. Jip en Elin gingen aan de slag in hun tekenboekjes terwijl wij onze yōkai-route uitstippelden. 



Het begon al tegen het eind van de middag aan te lopen, dus we moesten keuzes maken. Ondertussen legde de eigenaresse van Café Leaf ons nog verder in de watten met mochi en snoepjes. Jip en Elin gaven hun tekeningen als bedankje aan de eigenaresse toen we wilden vertrekken. Daaropvolgend kregen zij ook weer een kleinigheidje uit de winkel en zo wilde het maar niet lukken om weg te komen. Toen we vertelden dat we lopend richting het station gingen boden de dames ons ook nog aan om ons met de auto te brengen. We hebben ze vriendelijk bedankt en ontzettend hartelijk uitgezwaaid om vervolgens de laatste paar yōkai te gaan vangen (op de gevoelige plaat). 


Aan het eind van de dag bereikten we het Tsujikawayama Park. Daar stond een fantastische en monsterlijke kapa glijbaan, deze heeft Elin meteen ingewijd. In het park zelf werden we nog verrast door een andere kappa die naast de wandelbrug uit het water omhoog kwam bubbelen…en toen hadden we wel weer genoeg monsters gezien voor een dag…terug naar Himeji.


 



1 opmerking:

Anoniem zei

🥰😘