dinsdag 15 augustus 2023

Yo Himeji!

 


Genoeg met het ‘platte vermaak’, tijd voor een culturele oppepper. Na Osaka zijn onze shinkansen-pijlen gericht op Himeji. We hebben in Tokyo al een paar tempels bezocht en kastelen gezien maar als er één kasteel is dat we met Elin en Jip graag wilden bezoeken dan is het wel Himeji-jō. Ook wel Shirasagi-jō genoemd, het witte reiger-kasteel. Wat mij betreft het mooiste en indrukwekkendste kasteel op deez’ aard.
We zijn weer lekker vroeg vertrokken uit Osaka om vervolgens onze bagage op het station van Himeji te stallen. Ondanks dat het kasteel op bijna twee kilometer afstand van het station ligt kun je het onmogelijk missen als je de trein uit stapt, zo enorm groot is het. Het is 46 meter hoog en het hele terrein inclusief buffergebied beslaat zo’n 143 hectare…..stel je voor, een voetbalveld is zo’n 0,7 hectare. Toen we voor het eerst in Japan waren (in 2006) hebben we Himeji-jō ook bezocht, ik herinner me toen ook dat het naast Kyoto één van de heetste plekken was die we toen bezocht hebben. Gelukkig viel het vandaag mee met de hitte, het was warm, ja heet….maar niet zo gruwelijk als de afgelopen weken. Bovendien hadden Jip en Elin er wel zin in om dat kasteeltje even te beklimmen. 


 

 Het buitenterrein was even pittig maar eenmaal in de hoofddonjon (daitenshu) kon de pret beginnen. Te pas en te onpas ontdoet Elin zich van haar sandalen: in de trein, metro, op het station of in een restaurantje. Meestal vraagt ze of het mag, maar vrijwel altijd is het puur een aankondiging. Vooral in het openbaar vervoer is het nogal een gedoe omdat we daar op tijd moeten schakelen, voordat je het weet ben je alweer twee stations te ver en heeft Elin haar sandalen nog niet aan.
In Himeji-jō is het boffen, daar moet al het schoeisel uit en neem je dat mee in een plastic tasje. Luid gejuich in het vooronder. :) Ik moet ook wel zeggen dat het heel lekker wandelen is over de koele houten vloeren met je blote voeten. Omdat er geen glaswerk in de ramen zit waait het ook lekker door en de houtgeur van de vloer en de constructie van het bouwwerk ruiken heel lekker. Hier en daar ontspoort Elin nog op de weg naar boven omdat ze niet overal in mag klimmen, dat zorgt helaas voor wat kleuterkortsluiting. 

 


Als we helemaal in de top nog even van het uitzicht hebben genoten en met z’n allen op de foto zijn gegaan zetten we de daling weer in. Buiten de kasteelmuren vinden we een ijssalon die fantastische schaafijsjes (kakigōri) serveert, daar hebben we een uurtje onze breintjes in de koeling gezet.


 

Tijd om in te checken bij het hotel. In Hotel Nikko Himeji geen hoogslapers helaas, de kamer is wat compacter en voller maar heeft een extraatje waar we ons al lang op verheugen: een zwembad! Ons eerste hotel in Narita had ook een zwembad maar bij aankomst kwamen we er achter dat deze sinds de coronacrisis niet meer open was gegaan….vandaag dus de herkansing. Het zwembad lag op de vierde verdieping; ik ging met Jip op pad, Ruth met Elin. We werden ieder een aparte vleugel ingeleid maar kwamen tenslotte wel alle vier gebadpakt en wel in hetzelfde zwembad terecht. Ik belandde met Jip eerst nog wel in het onsen-gedeelte maar we werden door een vriendelijk oud mannetje de goede kant op gewezen. Het zwembad was best groot: vier lange banen en nog een bubbelbad. Pool with a view; helaas geen uitzicht op het kasteel, maar toch. Het zwembad had een openschuifbaar dak wat wagenwijd open stond. We moesten nog wel even allemaal een badmutsje op, da’s verplicht in Japan. We hadden Elin haar zwembandjes meegenomen maar ze kreeg van de vriendelijke badjuf ook nog kurkjes en een zwemplankje. Elin ging vervolgens als een speer door het bad zodat wij drieën ook nog lekker wat baantjes hebben kunnen trekken. Toen het geknor van onze magen het watergespetter begon te overstemmen hebben we ons weer aangekleed en zijn we met z’n allen in een stokjesrestaurant (Kushikatsu) gaan eten.


De volgende ochtend was het tijd om weer naar Tokyo te vertrekken, maar niet voordat we het Engyō-ji tempel complex bezocht hadden. Vanaf het hotel hebben we de bus gepakt naar Mount Shosha, dat was een ritje van een minuut of 25. Daar aan de voet van de berg hebben we de kabelbaan gepakt, die heeft ons netjes zo’n 200 meter hoger afgezet. Het Engyō-ji complex bestaat uit ruim 20 tempels die allen verspreid zijn over Mount Shosha. The Last Samurai (met Tomu Kurūzu) is hier onder andere ook opgenomen. 

 


 We besluiten naar de Mani-den-tempel te wandelen. De lengte van de wandeling lijkt ons namelijk precies goed, en het is de hoofdtempel van het complex. Langs de route staan tientallen prachtige buddha-beelden en onze trommelvliezen worden op de proef gesteld door honderden cicades. Ruth legt tijdens het wandelen nog het één en ander uit aan Jip over het boeddhisme. Als we eenmaal zijn aangekomen bij de voet van de tempel (je moet eerst nog tig traptredes op) besluiten we eerst een ijsjes-pitstop te houden. De tempel is groot en indrukwekkend, het uitzicht is al helemaal fenomenaal. 

 


Op de foto’s lijkt het gebouw niet zo groot maar vergis je niet, het is een joekel van een tempel. Kijk maar eens naar de mensjes die over de balustrade lopen. Als we alle koi (karpers) hebben geaaid dalen we weer af naar NAP-niveau en pakken we de bus terug naar het station. Daar stappen we op de shinkansen richtig Tokyo. Het is helder, naast al het moois wat we hebben gezien deze dag worden we ook nog even toegewuifd door Fuji-san. Een mooie afsluiting van onze railpassweek.


2 opmerkingen:

Anoniem zei

Wat mooi allemaal! Nog even genieten. Groetjes Roos

'pijn zei

@Roos Dankjewel! :)