Weer terug in Tokyo, tadaima!
Hoogste tijd om weer eens wat avonturen met Bobby te gaan beleven. Sinds vorig jaar ligt er een plan om de Kewpie-fabriek te bezoeken voor een rondleiding. Deze mayonaise-fabriek heeft een kleine gevleugelde baby met een vetkuifje als mascotte, Kewpie genaamd (afgeleid van Cupido).
We hebben al eens een rondleiding gehad door de Suntoryfabriek (for relaxing times) en dat was erg leuk, bovendien was Bobby de Kewpie fabriek al eens binnengereden - voordat hij doorhad dat hij op het terrein van de mayonaise-fabriek was beland had hij het Kewpie-zone alweer verlaten....tijd voor een herkansing wat ons betreft.
Na een kleine zoektocht - de exacte locatie van de fabriek is online nauwelijks te traceren - kwamen we aan bij de poorten van de fabriek. Al snel werd duidelijk dat we onze excursie beter vorig jaar hadden kunnen houden, de fabriek ging namelijk tegen de vlakte. Tientallen graafmachines hadden hun tanden in de grote Kewpie-torens gezet.
De medewerker aan het loket (met Kewpie-kapsel) riep een Engels sprekende medewerker op om ons te woord te staan. De opgetrommelde medewerker vertelde ons deze fabriek samengevoegd ging worden met andere fabrieken en daarom op de slooplijst stond. Rondleidingen waren daarom niet meer mogelijk. Wel wilde de mayonaise-meneer wat plastic Kewpiefiguurtjes voor ons over laten overkomen uit het hoofdfiliaal zodat we die mee naar huis konden nemen. Missie niet helemaal mislukt dus. :)
Sinds we The New Sky Building (Gunkan biru) in Shinjuku hebben gezien verlangen we ernaar eens op het dek uit te waaien van dit reusachtige slagschipvormige gebouw.
Aangezien we niet zelfstandig het dak op kunnen (van binnen lijkt het gebouw op een bankkluis) heeft Bobby wat belletjes gepleegd met het bedrijf dat het gebouw beheert. Aangezien The New Sky Building net is opgeleverd na de make-over wonen er nog nauwelijks mensen in het gebouw. Het zou dus niet zo moeilijk moeten zijn om het gebouw te bezichtigen als 'toekomstige huurders'. Volgens Nicolas (ons contactpersoon van het Gunkanproject) zouden er overdag in het gebouw medewerkers aanwezig moeten zijn die ons het dak zouden kunnen laten zien. Mocht dit niet het geval zijn dan konden we contact opnemen met Nicolas. Toen we twee dagen later op de stoep stonden was er geen medewerker te bekennen en gaf Nicolas niet thuis. Terwijl Bobby telefonisch van het kastje naar de muur werd gestuurd stond er een blok verder een gebouw in lichterlaaie. Althans er arriveerden 15 (!!) brandweerwagens, en brandweermannen in volledige uitrusting rukten uit. Gelukkig bleef de vlammenzee uit en ontstonden er enkel barsten in een aantal van de ramen van het gebouw. Inmiddels was Bobby al 20 minuten aan het telefoneren maar het zag er helaas niet naar uit dat het iets ging opleveren. Gelukkig kwamen we er achter dat het gebouw niet helemaal leeg was, op de vierde etage waren wel al bedrijven gevestigd, twee wel te verstaan. En bij één van deze twee - een kleine gamestudio - werden we binnengelaten. Een medewerkster van de studio ging met ons mee naar boven en ontgrendelde voor ons de deur van het dak. En daar stonden we dan, alle hens aan dek.
Ik hoef denk ik niet uit te leggen hoe indrukwekkend het was om op het dak van dit slagschip te staan, al dobberend over de skyline van Tokyo; een flinke radartoren met watertanks, een enorm dek en een mooi uitzicht over Shinjuku.
Na de mensen van de gamestudio bedankt te hebben reisden we met de lift af naar het vasteland.
Eén van de vele leuke in dingen van Tokyo is dat je om de haverklap tegen een bijzondere tentoonstelling aan loopt. Vaak worden ze kort van te voren aangekondigd en zijn ze kortstondig van duur. Zo zagen we eerder deze vakantie al tentoonstellingen van Ghibli's Kokurikozaka kara, Issey Miyake en de overzichtstentoonstelling van Medicom.
Ook ontdekten we dat de grote Gundam robot die we twee jaar geleden in Odaiba hadden gezien voor een week in losse elementen lag opgebaard in hetzelfde gebied. Deze Real-G stond in 2009 3 maanden lang in het Shiokaze Park in Tokyo, vervolgens dook hij een jaar later weer op in Shizuoka waar de fabrieken staan die alle Gundamspeeltjes, figurines en bouwpakketten fabriceren. Na de aardbeving van dit jaar raakte de robot zodanig beschadigd en instabiel dat hij afgebroken moest worden. Nu hij weer terug in Tokyo was was het mogelijk om een aantal onderdelen van dichtbij te bekijken (rechtopstaand was het gevaarte namelijk 18 meter hoog). Verder was het mogelijk om een kiekje te maken terwijl je op de hand van de Real-G zat (wel een wachtrij van minimaal 200 meter) en kon je je longen uit je lijf fietsen op twee hometrainers om de ogen van de robot op te laten lichten. De opbrengsten van de tentoonstelling gingen naar de slachtoffers van de aardbeving.
Na dit vrolijke wederzien ontdekten we ook een tentoonstelling van Jan en Eva Švankmajer in het ultrahippe warenhuis Laforet. Švankmajer is eenTsjechisch regisseur en kunstenaar die vooral bekend is van zijn stop-motion animatiefilms Alice en Little Otik. Met o.a. storyboards, collages, objecten, installaties en videoprojecties was het in zijn totaal nog een flinke tentoonstelling. Zelfs de set van zijn short tma/svetlo/tma (Darkness/Light/Darkness) en de originele Little Otik (Otesanek) waren te zien. Het meeste indruk maakte toch wel zijn reeks collages die hij gemaakt had voor een klassieke Japanse spookverhalenreeks (Kaidan). Uit oude westerse prenten had hij restvormen gesneden en deze opgevuld met Japanse geestenafbeeldingen (en damn, ik had één van die Kaidanboekjes moeten kopen).
Verder hebben we de laatste week met Bobby en Nancy nog wat leuke dingen ondernomen zoals het gebruikelijke rondje Nakano, de zoektocht naar een Daruma voor Roel, sushi eten met Keiko en met z'n allen dineren bij えん.
Eigenlijk hadden we nog wat avonturen in de planning staan maar een moesson gooide de laatste drie dagen een flinke stortbui in het eten.
Met Bobby wilden we nog naar een Shrine-sale maar de naastgelegen pagode stond onherkenbaar in de steigers en de hoosbuien hadden de marktlui afgeschrikt. Ook wilden we nog graag met een ferry naar Kanaya varen waar zich op een schiereiland ten zuiden van Tokyo de grootste Buddha van Japan schijnt te bevinden (groter nog dan die in Nara en Karmacoma). Maar goed…..dat doen we een andere keer dan wel weer.
En toen was het alweer koffer-inpaknacht. Op zich ging het deze keer vrij vlot - dankzij onze nieuwe grote koffers - maar tot onze schrik kwamen we er achter dat we deze keer een flink overgewicht hadden (zo'n 10 kilo).
Nadat we wat kilo's hadden overgeheveld naar de handbagage kwamen we uit op een koffer van 21 en één van 26 kilo…..daar moest het wel mee lukken.
Om half zes heeft Bobby de bagage met ons erbij naar Mitaka gechauffeerd waar wij vervolgens de Narita Express naar het vliegveld pakten.
De vlucht (met overstap in Londen) verliep voorspoedig maar we hebben nog nóóit zó'n chagrijnig vliegtuigpersoneel meegemaakt. Het kan er mee te maken hebben dat vrijwel geen enkele Japanner (80% van de passagiers) het Engels van de cabincrew verstond. Bij het eerste rondje fris vroegen alle Japanners om ons heen om Kōhī (koffie) maar die was nog niet klaar, en dat kreeg de steward niet terug-gecommuniceerd. Tijdens het avondeten werd met verheven stem (want dan versta je het natuurlijk beter) de keuze 'chicken or meat balls!!' opgedreund. De eerste keer reageerden we nog vrolijk met: 'hoe noemde gij mij?' Maar al snel werd duidelijk dat alle Japanners (natuurlijk) vis bij hun eten wilden; de steward moest dus bij elke passagiers uit gaan leggen dat er alleen te kiezen viel uit 'chicken or meat balls!!'. De sfeer werd grimmiger en grimmiger. :)
We hebben er nog een wedstrijd van gemaakt het cabinepersoneel een glimlach te ontlokken maar dat dat een hopeloze actie was werd al snel duidelijk. Al helemaal toen ze me twee keer aanreden met de koffiekar terwijl ik lag te slapen, de stewardess keek even naar de voorkant van haar karretje om te zien of er geen kras op haar 'bolide' was gekomen en reed weer door.
Ook op de terugweg hadden we weer veel last van turbulentie, de seatbelt-lichtjes waren de eerste twee uur continu aan. Wat wel weer grappig was was dat mijn Britse buurman niet van plan was om al dat geschud en gebonk bij bewustzijn mee te maken en een hele voorraad alcoholische versnaperingen liet aanrukken….bij de derde ronde was meneer vertrokken naar minder turbilente sferen. Toen we in Heathrow landden was hij dan ook de eerste die een kreet van vreugde slaakte.
De vlucht van Heathrow naar Amsterdam verliep snel en plezierig met fijn vliegtuigpersoneel. Vanaf Schiphol hebben we een taxi naar huis gepakt. Hoog tijd voor onze huiselijke Japanse afterparties om langzaam weer te wennen aan het herfstige Hollandsche leven……
Geen opmerkingen:
Een reactie posten