Voor onze trips buiten Tokyo stond Kanazawa dit jaar bovenaan de to-do lijst.
We waren dit jaar sowieso niet van plan om richting het noorden te trekken vanwege de ellende bij Fukushima, en zuidelijker afreizen dan Osaka is in deze tijd van het jaar geen optie vanwege de hitte....we richtten onze shinkansens dus op de westkust.
Kanazawa leek ons zeer interessant omdat deze stad in de tweede wereldoorlog niet platgegooid is aangezien er geen militaire doelen aanwezig waren. Zo komt het dat de Higashi Chaya wijk (het geisha district) en Naga-machi buurt (waar de samoerai woonden) nog in hun oorspronkelijke vorm bestaan, net als Kenroku-en overigens; één van de mooiste tuinen van Japan.
Verder staat er natuurlijk nog een kasteel en is er een bijzonder museum.
Nadat we ons om een uur of twee bij ryokan Shibaya hebben ingecheckt (met groot onsen/bad in de kelder) besloten we die dag eerst het 21st Century Museum of Contemporary Art te bezoeken. Tijdens de grote Alpenoversteek heb ik mijn handen en vooral mijn nek lelijk verbrand en aangezien het ongelofelijk heet was in Kanazawa (+35°C) besloten we mijn ooit zo roombleke huid een dagje rust te gunnen.
Het 21st Century Museum of Contemporary Art heeft de vorm van een gigantische platte cylinder met een doorsnede van een meter of 112 en ligt op een ovaalvormige grasvlakte midden in de stad. Doordat de zijkanten van de cylinder helemaal van glas zijn heeft het museumcomplex iets weg van een stadspark, en dat was ook de bedoeling van de ontwerpers. Om het openbare karakter van een park zo dicht mogelijk te benaderen is een deel van het museum ook nog eens vrij toegankelijk.
De grote publiekstrekker van het museum is The Swimming Pool van Leandro Erlich. In het midden van het complex ligt - zoals de titel al aangeeft - een zwembad. De bodem van dit zwembad en de buitenlucht worden van elkaar gescheiden door een laag water die door glazen platen op zijn plaats wordt gehouden. Via de kelder kun je in de 'zwembad-basin' stappen en kun je door de waterspiegel naar alle mensen buiten op de badrand koekeloeren. Vanaf de bovenkant lijkt het alsof er drommen met mensen over de bodem van het zwembad lopen. Naast het bad staat ook een museumbadmeester die in de gaten houdt of er niet iemand in het bad - door de glasplaat - kukelt. Jullie snappen natuurlijk wel dat we ons flink hebben uitgeleefd met onze fototoestelletjes.
Buiten The Pool was er nog veel meer leuks te zien in het museum, onder andere een expositie van Jeppe Hein. Bij één van zijn werken (Invisible Labyrinth) kreeg je een soort klem op je hoofd geplaatst met een infrarood-systeem erin gemonteerd. Vervolgens werd je een ruimte ingeloodst met 'medeslachtoffers'. Elke keer als je een denkbeeldige muur raakte begon het apparaat op je hoofd te trillen. Doordat iedereen netjes het doolhof uit probeerde te komen ontstond er een patroon van mensen in de ruimte. Wat ook grappig was was dat er elke dag van de week een ander labyrint stond geprogrammeerd met namen als o.a. Pacman en The Shining.
Toen we onze buik vol hadden van de linkse hobby's zijn we wat gaan eten bij een restaurantje met allerlei Izakaya-achtige gerechten op de kaart. Helaas ontdekten we ook walvis-sashimi op het menu, dit was de eerste keer dat we walvisvlees daadwerkelijk op een menukaart zijn tegen gekomen...en hopelijk ook de laatste. Het eten was overigens erg goed.
De volgende dag wilden we heel erg vroeg op om naar Kenroku-en te gaan: één van de grootste tuinen uit de Edo-periode. Omdat het ongelofelijk druk kan zijn in Kenroku-en werd ons aangeraden om het park te bezoeken als het net opengaat....en dat is om 7 uur 's ochtends. Toen 's ochtends om zes uur de wekker ging regende het pijpestelen.....hmmm, een uurtje later nog maar eens proberen op te staan dan. :)
Uiteindelijk stonden we om 8 uur in het park; was het droog en was er bijna geen kip te bekennen. De tuinen waren inderdaad prachtig en elk hoekje leek speciaal ontworpen voor een foto-momentje. Toen na een uurtje of anderhalf de temperatuur in rap tempo begon op te lopen en de eerste tourbussen geleegd werden besloten we maar eens een ontbijtplek te zoeken....dat werd German Bakery, al snel door ons omgedoopt tot 'Zee Bloody Germans'. Deze keten van koffiecorners die lijken op de 'Vie de France' en 'Andersen' verkopen geen Duitse waar maar enkel broodjes en koffie. Alleen de namen van de broodjes doen aan Europa denken, de ' Danish France' vonden we zelf wel een topnaam.
De volgende attractie in ons 'Kanazawa-in-twee-dagen'-programma was het kastelenpark van Kanazawa-jō aan de beurt. Het kasteel is gebouwd op een gigantische vlakte die op een dag als deze niet onder zou doen voor een 'tasty slice of Sahara'. Bewapend met bevochtigde handoekjes, flesjes bronwater en twee parasollen bereikten we meer droog dan levend de kasteelpoort.
Het kasteel viel eerlijk gezegd een beetje tegen, al helemaal vergeleken met Matsumoto-jō wat we twee dagen eerder hadden gezien. De meeste kastelen in Japan zijn ooit afgebrand en herbouwd, zo ook Kanazawa-jō. Het kasteel is alleen zo gerestaureerd dat het lijkt alsof het net opgeleverd is. Verder was maar een klein deel van de voorkant te zien omdat er een gigantisch podium werd opgebouwd voor een Matsuri die die avond gehouden.
Gelukkig stond de eerste kakigori-stand er ook al zodat we beiden met een flinke beker schaafijs onze wandeltocht konden voortzetten naar de Higashi Chaya buurt. Deze geishawijk ziet er tegenwoordig nog bijna hetzelfde uit als 150 jaar geleden; een labyrint van smalle steegjes en houten geblindeerde facaden, net als in de films dus. De dag erna hebben we 's ochtends ook de samuraiwijk Nagamachi doorgewandeld. In tegenstelling tot Higashi Chaya is deze buurt veel breder van opzet; door de wijk stromen twee beekjes, en lemen muren met karakteristieke dakpannendakjes verdelen het gebied in een strakke overzichtelijke wijk....erg mooi en sfeervol allemaal.
Nu we Kanazawa voor het grootste deel wel hadden gezien werd het hoog tijd om onze trip met de trein voort te zetten.
Na een dikke vijf uur kwamen we aan in Nagano, waar we een nachtje zouden verblijven in het Moritomizu Backpackers Hostel. Onze kamer (met tatamivloer) was de enige in het gebouw met een airco (yay!) en deed ons wat denken aan het huis van Bobby en Nancy. Op alle knopjes en schakelaars waren namelijk briefjes geplakt met daarop de gebruiksaanwijzing/functie ervan beschreven.
We waren erg verheugd met het feit dat we weer gebruik konden maken van het internet - na twee-en-halve dag zonder kranten, televisie en internet voelden we ons behoorlijke wereldvreemde kluizenaars. Maar voordat we onze all-night-internetparty gingen beginnen wilden we ons even opfrissen met een verkwikkende douche. Omdat we geen handdoeken hadden aangetroffen op onze kamer ging ik beneden in de lobby even vragen of ik twee handdoeken kon krijgen of huren. De dienstdoende hostelmedewerker deelde me mee dat backpackers altijd hun eigen handdoek meenamen. Ik vertelde hem dat we liever licht reisden en daarom geen handdoeken bij ons hadden, bovendien waren we geen backpackers.....'dat was een keuze', vertelde de medewerker.
Je complete inboedel op je rug meezeulen terwijl je vakantie hebt is ook een keuze, antwoordde ik hem beleefd. De medewerker knikte instemmend en bood me twee handdoekjes aan voor 200 yen per stuk.
Nadat we weer fris achter onze oren waren kon de internetparty beginnen......blogupdate!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten