maandag 14 augustus 2017

Hapgrage herten

Het voelt alweer als een hele tijd geleden dat we in Japan aankwamen… dat nu pas de eerste blogpost volgt komt door de heftige jetlag waar we onder te lijden hadden dit jaar. Misschien was onze start ook iets te ambitieus gepland want de eerste dag na aankomst was alleen maar reizen, reizen en nog eens reizen. We kwamen rond 9 uur het vliegtuig uit in tamelijk gammele staat. Jip was daarentegen reuzevrolijk want hij had als enige flink kunnen slapen in het vliegtuig. Daar waren we dik tevreden mee, want ‘pijn en ik hoeven alleen maar de lucht van koele groene thee uit de vending machines op te snuiven om helemaal gelukkig te zijn.

Op Narita Airport hebben we direct onze railpass opgehaald en de Narita Express naar Tokyo gepakt. Daar hebben we één koffer laten opslaan om iets handzamer te kunnen reizen de komende twee weken. Daarna een jetlag-lunch in het eerste de beste restaurant dat geen lange wachtrij had (dat leek nog niet mee te vallen op het eerste gezicht). Het werd een ‘Beer Hall’. Klinkt vreemd voor een plek om te lunchen, maar zoals altijd in Japan valt er op plaatsen waar alcohol gedronken wordt ook goed te eten! Gyoza, pickled cabbage, salade, Japanse hamburger met rijst en groente. ;)
Om vervolgens de Shinkansen naar Kyoto te pakken, een reis van nog eens 2,5 uur waarin het gebrek aan slaap ons geniepig in een hoek drukte en ons alledrie in coma deed belanden. In Kyoto pakten we de eerste de beste trein naar Nara en dat bleek een local te zijn, oftewel: boemeltrein. Dat duurde langer dan we dachten… de laatste loodjes wegen altijd het zwaarst! Toen waren we in Nara en dachten we nog wel even naar ons hostel te kunnen lopen. Kortom: toen we eindelijk, eindelijk konden inchecken waren we total loss en hebben we tot 11 uur de volgende dag geslapen (zij het, in mijn geval, inclusief een aantal uren wakker liggen…).

Woensdag was dus zoals gezegd de eerste echte dag, zonder tijdschema, zonder haast. De dag begonnen met een fijne brunch in een nabijgelegen cafeetje waar Jip een prachtig kindermenuutje kreeg.


Met een aangenaam gevulde buik zijn we vertrokken naar Nara Koen waar een enorme populatie wilde herten de toeristenmassa amuseert door te bedelen voor speciale hertenkoekjes (die je natuurlijk ter plaatse kunt kopen). Uiteraard leek het ons leuk om ook een paar herten te trakteren op deze 鹿せんべい (shika senbei). Je zou denken dat als ze de hele dag gevoerd worden ze niet altijd meer trek hebben. Dat bleek niet het geval: ik had de koekjes nog niet aangeschaft of ik werd onmiddelijk door 4 herten bestormd. Dat was even schrikken dus ik draaide me om en werd vervolgens door het oude dametje dat de koekjes verkocht dringend verzocht om ze bij haar kraampje weg te houden, oftwel: heb je ze gekocht, dan wegwezen! Ik probeerde daarna mijn overwicht in de strijd te gooien… ‘Hallo! Rustig op je beurt wachten!' Ik had verdorie nog gelezen dat deze herten, geheel in Japanse traditie, eerst voor je buigen en dan pas een koekje in ontvangst nemen. Nou, deze jongens hadden blijkbaar door dat ik een gaijin was want in plaats van te buigen hengelden ze onmiddelijk naar de koekjes. Ik ben dus maar eerst 10 meter verder gerend om ze vervolgens heel snel uit te delen en toen ze op waren mijn blote handen uit te steken: ‘Ze zijn op! Op! Nai desu!’ (= ‘er is niets’, ik ben maar Japans gaan praten want ‘nai’ horen ze vaker, bleek al gauw).

Nara Koen staat vol met shrines en tempels en de eerste op ons lijstje was de Todaiji. Jip moest nog even inkomen voor wat het wandelen betreft, maar toen er een schaafijsje in het vooruitzicht werd gesteld ging het al beter. Onderweg naar de de Todaiji werd ik nog bijna gerold door een hert dat in mijn tas beet. Jip vond de assertiviteit van de herten maar niks en weigerde met ze op de foto te gaan. Des te meer lol had hij om ‘Nai! Nai!’ te roepen zodra er naar zijn mening eentje te dicht in de buurt kwam. Ook de duiven moesten eraan geloven.


De Todaiji is een tempel met een gigantische buddha in de zogenaamde Daibutsu-den (buddha-hal, dit gebouw is het grootste houten gebouw ter wereld). Het was even wennen om met Jip door de drukte te manoeuvreren, maar het fijne aan Jip is dat hij altijd bij ons in de buurt blijft en nooit zomaar alleen ergens naartoe loopt. Jip vond het net zo indrukwekkend als wij (‘Die buddha komt helemaal tot het plafond!’) en mocht als klap op de vuurpijl door een smalle opening in een paal achterin de hal kruipen. Het verhaal gaat dat de kinderen die erdoorheen passen de verlichting zullen bereiken.

In ons hostel had Jip een waaier cadeau gekregen die grappig genoeg een extra functie kreeg als fotocamera. Als je beide ouders steeds foto’s maken overal kan je natuurlijk zelf niet achter blijven. Vele foto’s en een softijsje later hebben we nog gewandeld over het terrein van de Kasuga-Taisha Shrine en ons erover verwonderd hoe lang Jip het wandelen volhoudt en het nog leuk lijkt te vinden ook, zolang wij hem maar vertellen wat voor bijzonders er allemaal te zien is. Dat we verteld hebben dat je van wandelen groot en sterk wordt, helpt natuurlijk ook. ;) Bovendien mocht Jip nu ook een aantal echte foto’s maken met de camera van ‘pijn. Dat leverde hilarische beelden op want hij drukt gewoon meteen op de knop! Zullen we binnenkort een aparte serie van posten.


De eerste zeer geslaagde vakantiedag hebben we afgesloten met lekkere hapjes die we kochten bij de festivalstalletjes, want in Nara was net een lichtjesfestival bezig om de zomer te vieren. We aten onze yakitori en frietjes met shoyumayonaise dus in het park in het donker, omgeven door waxinelichtjes in bekers en vrolijke festivalgangers.

De tweede dag Nara ging iets moeizamer want de nacht werd beheerst door slapeloosheid van Jip en mij, waardoor ‘pijn ook geen oog meer heeft dichtgedaan. Desalniettemin hebben we die dag nog genoten van de Isui-en: een fantastische Japanse tuin die weliswaar niet zo groot is maar wat mij betreft een van de mooiste is die ik ooit heb gezien. Voor Jip was het een avontuur om over alle paadjes en bruggetjes heen te lopen maar zijn vermoeidheid zorgde er wel voor dat hij weinig flexibel was in wie er voorop mocht lopen en welke kant we überhaupt op gingen. ;)
We hebben geluncht in een vegetarisch restaurant, een zeldzaamheid in Japan (tempels uitgezonderd) en dat was leuk, maar vooral omdat de dame die de tent runde zo enthousiast was en ons uitnodigde vooral een keer naar haar pas geopende hostel in Okinawa te komen, waar volgens haar de mooiste stranden ter wereld zijn. We zullen er maar eens over nadenken. :D

Na de lunch was het tijd om te koffers te halen en te vertrekken naar onze tweede bestemming: Osaka!

Geen opmerkingen: