Met onze planning zat het wel snor want we konden als tweede aansluiten in de rij, in ’no-time’ werd de rij langer en langer. Vervolgens werd de Shinkansen voorgereden en - zoals gewoonlijk - door een schoonmaakteam onder handen genomen. Ondertussen was er ook een Westers gezin (papa, mama en dochter gaijin) naast de mensen komen staan die voor ons stonden, alleen stapten ze niet in de wachtrij maar bleven naast de deur van de trein staan. Ondanks dat ze alledrie wat norsig keken besloot Ruth ze te vragen of zo ook op deze Sakura trein wilden stappen en of ze wisten dat links de non-reserved-wachtrij was…..dat leek ‘r wel netjes en hulpvaardig. De enige respons die Ruth kreeg waren wat vage knikjes, vervolgens draaiden ze zich weg….na’ ja…dan niet. Kort daarna gingen de deuren open en mocht iedereen instappen….en ja hoor….de norskoppen gingen voor de hoofdprijs. De mensen voor ons hadden ook al in de gaten wat er ging gebeuren en zorgden ervoor dat het gezin niet voor hen in kon stappen en betraden als eerste de trein. Wij lieten ons ook de kaas niet van het brood eten, bovendien voelde ik me met mijn rugzak met apparatuur, jumbokoffer van 45 kg (we reizen met één volle gezinskoffer) en tas met waterbevoorrading net één van Hannibals olifanten die de Alpen-wachtrij probeerde te trotseren. Met succes overigens: we betraden als tweede het rijstel, helaas wurmde het gaijin gezin zich wel als derde naar binnen. Eenmaal binnen schudde ik me deze grote ergernis al snel van me af, we hadden tenslotte zitplekken in de shinkansen en vooral……we waren op weg naar Naoshima.
Naoshima is een stad die bestaat uit het hoofdeiland Naoshima en de daar omringende eilanden. Vroeger leefde men er van de geelvinmakrelenvangst en het oogsten van zeewier. Begin jaren negentig besloot men een museum op het hoofdeiland te plaatsen: het Benesse House Museum, aangrenzend aan dit museum werd ook een hotel gebouwd. In de loop der jaren werd de bevolking steeds meer bij allerlei kunstprojecten betrokken. Vandaag de dag zijn er zo’n 21 musea op de eilandengroep te vinden en tref je ook veel kunstwerken in het wild aan. Verder stikt het van de leuke restaurantjes en cafeetjes…..veelal omgebouwde- woonkamers en knusse winkeltjes.
In Okayama zijn we op een boemeltje gestapt dat ons bij de haven van Uno heeft afgezet, daar hebben we vervolgens de veer naar Naoshima gepakt. Bij aankomst werden we als eerste verwelkomd door een reusachtige rode gestippelde pompoen, deze is ontworpen door Yayoi Kusama en is zo’n beetje de ‘mascotte’ van het eiland. Als tweede stond So - de gastheer van ons nieuwe ‘kleine huisje’- ons op te wachten. So is kunstenaar, heeft vier katten en woont in een oud Japans huis, klassieke stijl. Hij bood ons aan onze bagage alvast naar onze kamer te brengen zodat wij meteen het eiland konden verkennen….dat is nog eens service. Na de lunch zijn we meteen op zoek gegaan naar een paar topfietsies om het eiland eens flink om te ploegen. Dat viel nog niet mee aangezien er geen enkele verhuurder meer was die nog een kinderzitje beschikbaar had. Na de derde doorverwijzing kwamen we uit bij Little Plum - fijn cafeetje annex fietsverhuur, daar konden we vanaf de volgende dag twee e-bikes plus kinderzitje huren….dat hebben we natuurlijk meteen gedaan. Vervolgens hebben we de bus gepakt naar het Chichu Art Museum.
Het mooie van de musea op Naoshima - en speciaal het Chichu Art Museum - is, dat ze zo gebouwd zijn dat ze het landschap niet of nauwelijks verstoren. De letterlijke vertaling van Chichu Art Museum is dan ook ‘kunstmuseum in de aarde’. En tjongejonge wat een gebouw is dat, het is een kunstwerk an sich. Het bouwwerk is helemaal van steen en beton, en er zitten zoveel rare hoeken en doorkijkjes in het gebouw dat het een feest is om er doorheen te mogen wandelen. Maar het allermooiste is nog wel dat alle kunstwerken in het museum door natuurlicht zijn uitgelicht. Zo is er een zaal waar vier doeken van Monet hangen waarbij je nauwelijks kunt geloven dat de schilderijen via geulen in het plafond verlicht worden door moedertje natuur. En het leuke is dat de schilderijen er ’s ochtends dus anders uitzien dan bijvoorbeeld om vier uur in de middag.
Moe maar voldaan hebben we aan het eind van de dag de bus naar onze nieuwe ‘condo’ gepakt. Naast ons nieuwe ‘kleine huisje’ bevond zich een ramen-restaurantje, daar hebben we ons tussen de dronken stamgasten gemengd en hebben we wat gegeten. Vervolgens hebben we ons als betonblokken op onze frisse nieuwe futons gestort…..game over.
De volgende ochtend werd ik al vroeg gewekt door een opgewekte Jip. Naast een gewone toilet is er ook een urinoir in ons appartement en Jip had voor het eerst staand geplast. Met deze nieuwe skillset kon hij niet wachten om weer opnieuw te gaan plassen. Dat kwam ons goed uit want de eerste helft van de vakantie wilde hij meestal pas gaan plassen als zijn blaas op knappen stond. :)
Terwijl we de eerste dag onze to-do-list aan het updaten waren kwamen we er achter dat het museum waarvoor we eigenlijk naar Naoshima kwamen één eiland verderop lag, namelijk op Teshima. Na wat pas- en meetwerk besloten we de tweede dag toch af te reizen naar het Teshima Art Museum. Plannen was nodig want de boot en de bus gingen maar een paar keer die dag en we moesten natuurlijk héén maar ook weer terug. Na gebruncht te hebben bij Little Plum konden we daar ook meteen onze fietsen meenemen, en fietsten we naar de haven. Een uurtje of twee later kwamen we aan bij het het Teshima Art Museum.
Van de ene kant leek het bouwwerk helemaal één te zijn met de natuur van de andere kant leek het ook een vervreemdend buitenaards object. Na een minuutje of twintig zijn we weer naar buiten gestapt, Jip had zich voorbeeldig gedragen maar was nu echt toe aan een potje rennen, springen, vliegen. Ruth en ik waren het er wel over eens: we hadden hier wel uren willen blijven en dit was zonder twijfel nu al het hoogtepunt van onze vakantie.
Zonder problemen geraakten we weer op Naoshima, na enig zoeken belanden we ’s avonds bij Cafe Seven Islands, een inspirerend en knus eettentje. Terwijl we buiten tussen de antieke maskers en kimono’s zaten en gerechten bereid met verse shiso uit de tuin aten, werden we opgevroten door de muggen. Toen Jip zijn laatste schaafijsje van de dag at besloten wij dat het de volgende dag de hoogste tijd was voor een duik in de zee….





Geen opmerkingen:
Een reactie posten