zondag 3 september 2017

Hoe-zee!


Sinds we in Japan zijn is het kwik slechts twee keer onder de dertig graden geweest. Nu we ook ons nog eens op een eiland met prachtige stranden bevinden en uitkijken op een staalblauwe zee  besluiten we eens een duik te wagen. Tijdens onze fietsritjes was ons al snel een piekfijn strandje opgevallen dat op loopafstand van ons appartement lag. Zo kwam het dat we op Naoshima dag 3 om half tien met onze voeten in de Japanse Binnenzee stonden. Het water was heerlijk maar de zeebodem ging na een metertje of twee flink de diepte in..... dat was dus uitkijken met Jip. Verder lag er in het water ook best veel rommel in de vorm van roestig metaal. In combinatie met het zee- wier en gras maakte het een waar mijnenveld. Misschien hadden we ons niet met het verstand op nul de hypnotiserende blauwe diepte in moeten laten trekken maar eerst maar eens uit moeten kijken naar een strand dat juist voor recreatie bedoeld was.

Enfin, geen man overboord…plannen genoeg, hoog tijd om naar de haven te vertrekken want om half twaalf zouden Martina - een collega van Ruth - en haar vriendin Masha aan op Naoshima aankomen. Ze zijn deze zomer ook aan het rondreizen in Japan en er is een grote overlap met onze reis….een ontmoeting in het land van de rijzende zon zat er dus dik in. De grap is dat we praktisch buren van elkaar zijn op het eiland, het huisje wat Masha en Martina hebben gehuurd ligt vijftig meter van ons appartement, zonder dat we het van elkaar wisten. We besloten eerst de bagage naar hun appartement brengen en nog een paar fietsen op te pikken zodat we samen konden gaan lunchen. Een lunchplek vinden viel nog niet mee want vanwege Obon was praktisch alles gesloten. Na wat omzwervingen (lees: via vier gesloten cafeetjes) kwamen we aan bij een restaurant dat So ons had aangeraden: dat was gelukkig wel open. Na een fijne lunch en nadat we weer wat op temperatuur waren gekomen (het was weer eens graad of 35) besloten we naar het Benesse House Museum te gaan. Dit was het enige museum wat open was deze dag, maar ook juist net dat ene museum dat we nog graag wilden zien gedurende ons korte verblijf op Naoshima. Bij aankomst werden we verwelkomd door die andere reuzenpompoen. Aan de kust staan twee van deze gestippelde pompoenen: een grote rode bij de haven en een kleinere gele bij het Benesse House Museum.


Tot onze grote vreugde lag de pier waar de gele pompoen op stond aan een prachtig recreatief strandje….zonder rommel. Na een een minuutje of twintig heerlijk onze voeten te hebben gekoeld stapten we op onze fietsjes om het het hoger gelegen Benesse House Museum te betreden. In het museum waren onder andere werken te zien van Richard Long, Kounellis, Pollock en Warholl. Het was een leuke afwisselende collectie maar ook hier was het gebouw zelf eigenlijk de grootste attractie. Wat een beetje raar aanvoelde was het feit dat een aantal installaties exclusief te bezichtigen waren voor gasten van het Benesse House: het aangelegen hotel dat deel uitmaakt van het Benesse House Museum. Zo voelde het alsof we tweede klas kaartjes hadden voor het museum, maar ja, een  tweepersoonskamer kost per overnachting zo’n €300,- en dan verwacht je ook wel wat extras natuurlijk. ;) Al met al maakte het allemaal niet zoveel uit want de magistrale zonsondergang waarop we getrakteerd werden op het dak van het museum maakte het bezoek alleen al dubbel en dwars waard.


Nadat we uitgekeken waren besloten we nog even het strand aan te doen aan de voet van het museum. Jip had van Masha en Martina een katapult gekregen en stond de hele dag al te springen om tot actie over te gaan. Het museum leek ons niet de meest gelukkige plek voor Jips eerste katapult-schietles maar op het strand kon hij lekker schelpjes de zee inschieten. Nadat het strand aanzienlijk schelpjes-armer was en het zeeniveau een paar centimeter hoger zijn we naar onze appartementen gefietst om in de buurt wat te gaan eten. We schoven aan bij een restaurantje waar ze fantastische okonomiyaki serveerden. Toen de keuken zo’n beetje ging sluiten en de muggen ook hun buikjes rond hadden gezogen zijn we allen maar eens op huis aangegaan.



De volgende dag hebben we gezellig samen ontbeten om vervolgens ieder ons eigen weegs te gaan. Masha en Martina gingen richting Nara, wij gingen voor onze tweede ronde Osaka. Nadat we ons hadden uitgecheckt bij So wilde hij onze koffers wel een paar uur later bij de haven afleveren zodat wij nog even van het eiland konden genieten, oftewel……een duik in de zee konden nemen. Nadat we onze smeltende fietsenaccu’s in de schaduw hadden veiliggesteld haasten we ons naar het gele pompoenen-strandje.


In het begin vond Jip de golfslag nog wat te intimiderend maar nadat hij zijn vader een paar keer uit zee gered had en weer op de kant getrokken was het ijs snel gebroken. Nadat ik Jip ook een keer of 25 had mogen ’Baywatchen’ was het tijd om ons richting de haven te begeven. In ‘no time’ hadden we onze fietsen ingeleverd en had So ons onze bagage overhandigd.
Toen de ferry de haven uit voer viel me op dat er boven ons op het plafond een piepklein vlindertje zat: geel met zwarte stipjes. Een mooier afscheid konden we ons niet wensen.



Geen opmerkingen: