
(*klik* voor de grotere versie)
Afgelopen maandag zijn we met de trein naar het zuiden afgezakt naar het plaatsje Itō wat op het schiereiland Izu ligt. Daar hebben voor twee nachten een kamer geboekt in K's House; een 100 jaar oude Ryokan die tot het Japanse cultureel erfgoed wordt gerekend. Het is dan ook een indrukwekkend gebouw: een doolhof van gangen en kamertjes, 3 onsen, één gigantische tatami-room, een touwladder als nooduitgang en liggend aan een rivier die in open verbinding staat met de zee.
De combinatie van de architectuur en de sfeer in het gebouw deed Ruth erg aan het spel Mini-Ninjas denken. Precies voor het hotel houdt zich regelmatig een bontgekleurde verzameling hanggroep-Koi-karpers op, waarschijnlijk vanwege de schaduw van het gebouw.
Onze kamer was traditioneel Japans ingericht: tatamimatten, futons, rijstpapieren schuifdeuren, de hele rambam. Als bonus beschikte onze 'crib' ook nog over een balkonnetje dat uitkeek op de rivier; kortom alleen K's House was al de moeite om naar Itō af te reizen.
Tijd om de buurt te verkennen.
We kwamen er al snel achter dat ons kaartje van Itō niet zo secuur was als we hadden gehoopt: veel kleine straatjes stonden er niet op en de tempels en andere bezienswaardigheden leken wel random ingevuld (want dat was vast beter voor de compositie). Wel kwamen we er achter dat nèt de twee dagen dat wij er waren een matsuri (festival dat oa gedurende de Obon-vakantie gehouden wordt) werd georganiseerd. De eerste dag was de opzet iets kleiner dan die van de daaropvolgende dag, daarom besloten we voor de tweede dag te gaan.
Dag 2 in Itō begonnen we met stralend weer, een fikse wandeling en een nieuwe kaart. Eerst hebben we het strand even besnuffeld, maar daar bleef het ook bij: het was erg druk en bovendien was het een zwart lavastrand, we besloten onze strandlakens in te zetten op Shimoda. Vervolgens vervolgden we onze wandeling via een aantal prachtige tempeltjes en een oeroude monumentale woudreus. Deze boom was al honderden jaren oud en zijn stam was minimaal 5 meter breed, allerlei spanbanden en betonnen steunen dienden als protheses om het hele houtzaakje bij elkaar te houden. Nadat we bij de Mini-Stop twee afkoel mango-ijsjes hadden gegeten besloten we ons aan te sluiten bij de matsuri-feestelijkheden. Eigenlijk is een matsuri net een soort braderie, maar dan zonder draai-orgel en kleffe hamburgers. Allerlei particulieren verkopen in een vijftigtal kraampjes allerlei leuke snacks en lekkere hapjes. Vooral veel snacks op een stokje: yakitori, gecarameliseerde appels en druiven, komkommertjes, aardappelslingers, inktivisdeegballetjes en noem maar op. Ook zijn er tal van kinderspelletjes te spelen zoals oa het scheppen van visjes uit een flinke teil met water, de gevangen visjes krijg je dan in een plastic zakje met water mee naar huis. Zo zagen we ook dat tientallen visjes al snel hun vrijheid hervonden doordat ze na de vangst vrijwel direct in de achterliggende rivier werden gekieperd.
Toch komen denk ik de meeste mensen op het vuurwerkspektakel af dat om 8 uur begint. Het is dan al pikkedonker en het complete terrein is op dat moment helemaal overspoeld met mensen. Omdat we er al vrij vroeg bij waren hadden we een prima plekje, zo konden we om beurten wat snacks halen en konden we ook nog eens goed zien hoe de sterrenhemel op kleurige wijze in lichterlaaie werd gezet. Na een dik uur vuurbloemen kijken werd iedereen netjes van het terrein geleid en zijn wij ons hotelletje eens gaan opzoeken, we moesten de volgende dag ten slotte alweer vroeg op pad.Na - vanaf Tokyo - zo'n 150 kilometer afgezakt te zijn kwamen we woensdag rond een uur of 12 aan in Shimoda, waar we een nachtje zouden overnachten in Guesthouse Tabi-Tabi. Dit hostel wordt gerund door Angela en Yasu, beiden zijn surf en snowboardfanaten en combineren deze Shimoda-versie van Tabi-Tabi met een noordelijke versie in de Japanse Alpen: the best of both worlds. We kregen de beschikking over een knal-turquoise tatamiroom en over twee fijne fietsjes. Nadat we bij de FamilyMart nog even snel wat zonnebrand, een onderwaterwegwerpcamera (nee, niet om onderwater weg te werpen) en een strandzeiltje hadden aangeschaft haastten we ons naar het strand.

Het strand zag er precies zo uit zoals we gehoopt hadden: hagelwitte stranden met wat rotsblokken, een knalblauwe zee en hoge golven met witte schuimkoppen.
Op de vraag hoe ruig de golven zouden zijn kregen we meteen een duidelijk antwoord toen er een surfer met een vers gebroken been van het strand afgevoerd werd....oei!
Ook viel ons meteen op dat het strand in tweeën verdeeld was; één deel voor de surfers en een deel voor de 'zwemmers'.
Deze zwemmers stonden tot hun middel als een hechte groep pinguins op een kluitje in de zee. Toen we ons geïnstalleerd hadden gingen we zelf maar eens even poolshoogte nemen. Want wat bleek nou; een strandwacht/badmeester trok continu een denkbeeldige lijn door het wateroppervlak tot hoever de strandgangers de zee in mochten....en dat was zo ongeveer tot mijn middel diep. Het moet een behoorlijk drukke baan zijn want deze strandwacht ploegt de hele dag het water door van links naar rechts om mensen naar achteren te manen. En aangezien deze golven behoorlijk robuust zijn werden de badgasten continu 3 meter naar voren danwel 3 meter naar achteren geplaatst, een soort éénpersoons strandwachtschaak als het ware. ;)
Aangezien we een enorme pret hadden met de golven was onze wegwerpcamera in 'no time' vol geschoten. En dat de standwachten er niet voor niets waren was ook wel snel duidelijk, de golven moest je namelijk geen moment uit het oog verliezen. Ik keek nog wel eens even op een onbewaakt moment de verkeerde kant op en kreeg dan een metershoge golf tegen mijn hoofd aangekwakt . Zo'n golf voelde daadwerkelijk zo hard als een zak zand en voordat je het wist kwam je vier meter verder weer boven water......maar toch....keileuk!
Tot laat in de middag hebben we op dit hemelse strandje huisgehouden. Voor het avondeten hebben we er de Tabi-Tabi restaurantjes-tiplijst op nageslagen en zijn we naar South Café gefietst. Onderweg zag ik continu tientallen beestjes de weg overschieten maar omdat het zo donker was kon ik niet zien wat het nou precies waren, het leken i.i.g. op muizen of cavia-achtigen.
Bij nadere inspectie bleken het kleine krabbetjes te zijn die zo hun eigen versie van Frogger speelden, Crabber welteverstaan.
South Café was een waanzinnig leuk tentje waar we een salade, wat French fries en twee Japanse taco's gedeeld hebben. De hele omgeving van Tabi-Tabi heeft een erge prettige laid-back Hawaii-vibe....maar dan op z'n Japans natuurlijk. Aan het plafond van South Café hangen klassieke houten surfboards en er wordt easy Aloha gedraaid. Verder wordt de omgeving gedomineerd door verlaagde pick-up busjes en verdwaalde surfers met een surfplank onder hun arm.
De volgende dag, minder geluk: stromende regen, en niet zo'n klein beetje ook. We hebben nog geprobeerd naar een paar andere strandjes te fietsen maar het was zo heuvelachtig en er reed zoveel zwaar verkeer (+ veel tunnels en geen fietspaden)...en dan ook nog die gezellige hoosbuien dat we hebben besloten om een andere keer nog eens terug te komen en wat meer dagen te boeken zodat we de stranden eens op ons dooie gemak kunnen aanharken.
Vervolgens hebben we de bus naar het station van Shimoda gepakt, zijn daar nog een heel klein beetje nat geregend (we kregen beiden van Angela nog een paraplu mee) en hebben toen de trein naar Tokyo gepakt....naar onze vertrouwde Toyoko-inn-nest.
1 opmerking:
"en verdwaalde surfers met een surfplank onder hun arm"
Hier in Den Haag zie je ook wel eens jongens met surfplank en in wetsuit (!) in de bus stappen. Dit klinkt wel als een heel lekker tripje naar buiten de stad!
Een reactie posten